Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-22
ECLI:NL:RBZWB:2023:8172
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
3,053 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 10613298 \ CV EXPL 23-2100
Vonnis van 22 november 2023
in de zaak van
ZIGGO B.V.
,
te Groningen ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Ziggo,
gemachtigde: LAVG Groningen B.V.,
tegen
[gedaagde in conventie]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 29 juni 2023 met producties 1 tot en met 9,
- het schriftelijke antwoord met bijlage 1 en 2,
- de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie
- de schriftelijke toelichting (dupliek in conventie, repliek in reconventie),
- de conclusie van dupliek in reconventie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
De vordering in conventie
2.1.
Ziggo vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde in conventie] te veroordelen om aan Ziggo te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van € 140,68 (€ 76,47 aan hoofdsom + € 24,21 aan verschenen wettelijke handelsrente + € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 21 juni 2023 over een bedrag van € 76,47 tot de dag der algehele voldoening, en de proceskosten.
2.2.
Ziggo legt het volgende ten grondslag aan haar vordering. Tussen partijen is een overeenkomst gesloten voor de levering van de diensten: (1) TV Standaard, (2) Zakelijk Internet Start en (3) Kabel TV. Voor de eerste twee diensten heeft Ziggo aan [gedaagde in conventie] de benodigde apparatuur verstrekt. Wegens het retour sturen van die apparatuur door [gedaagde in conventie] , zijn deze diensten per 24 februari 2020 beëindigd. De derde dienst, Kabel TV, duurde voort nu deze niet is gekoppeld aan de teruggestuurde apparatuur, waardoor [gedaagde in conventie] de daarvoor in rekening gebrachte facturen is verschuldigd. Door het uitblijven van betaling is de overeenkomst per 26 november 2020 door Ziggo ontbonden.
2.3.
[gedaagde in conventie] voert verweer tegen de vordering van Ziggo. Hij voert aan dat hij op 15 januari 2020 heeft aangegeven de overeenkomst te beëindigen. Daarbij heeft hij voor 24 januari 2020 de door Ziggo verstuurde apparatuur teruggestuurd en op die manier de volledige overeenkomst willen opzeggen. Een overeenkomst waarop overigens niet de zakelijke voorwaarden van toepassing zijn, aangezien hij als Zzp’er bij wet gelijkgesteld wordt met een particulier. Bij brieven van 15 januari 2020 en 24 januari 2020 is door Ziggo vervolgens aangegeven dat er geen kosten meer zullen zijn, zodat hij erop mocht vertrouwen dat alle diensten waren geëindigd. Bovendien heeft hij geen gebruik gemaakt van de diensten en zijn de diensten ook niet door Ziggo geleverd. Dat Ziggo de termijnen voor de TV diensten heeft laten doorlopen is volgens [gedaagde in conventie] een vorm van afkoopkosten in rekening brengen.
De vordering in reconventie
2.4.
[eiser in reconventie] vordert in reconventie dat Ziggo wordt veroordeeld aan [eiser in reconventie] een bedrag van € 164,70 te voldoen. Hij voert hiervoor aan dat hij geen gebruikt heeft gemaakt van de diensten van Ziggo, dan wel dat de diensten niet zijn geleverd door Ziggo. Ziggo had bij de opzegging van de internet en telefoondiensten ook de dienst Kabel TV moeten beëindigen.
2.5.
Ziggo voert verweer tegen de vordering van [eiser in reconventie] . Zij voert aan dat het bedrag niet is onderbouwd, dan wel gesubstantieerd. Verder betwist Ziggo dat [eiser in reconventie] teveel heeft betaald. De overeengekomen diensten zijn door Ziggo aan [eiser in reconventie] ter beschikking gesteld.
Beoordeling
In conventie
3.1.
Tussen partijen is een overeenkomst gesloten voor de levering van de diensten: (1) TV Standaard, (2) Zakelijk Internet Start en (3) Kabel TV. De vraag die partijen verdeeld houdt is of [gedaagde in conventie] al deze drie diensten uit de overeenkomst heeft opgezegd of dat hij, zoals Ziggo aanvoert, enkel de eerste twee diensten heeft opgezegd, zodat de dienst Kabel TV is blijven doorlopen.
3.2.
[gedaagde in conventie] voert aan dat hij op 15 januari 2020 heeft aangegeven dat hij geen gebruik wenst te maken van de diensten van Ziggo. Hij verbindt hieraan het rechtsgevolg dat de overeenkomst is opgezegd. Gelet op de gemotiveerde betwisting van Ziggo is het aan [gedaagde in conventie] feiten en omstandigheden te stellen die zijn standpunt onderbouwen. Het had op de weg van [gedaagde in conventie] gelegen enige informatie te geven over hoe hij de opzegging heeft gedaan, zoals door het overleggen van correspondentie. [gedaagde in conventie] heeft hieraan niet voldaan, zodat dit standpunt als onvoldoende onderbouwd moet worden gepasseerd.
3.3.
[gedaagde in conventie] heeft eveneens onvoldoende haar standpunt onderbouwd dat met het terugsturen van de apparatuur de gehele overeenkomst is opgezegd. Aangezien Ziggo dit gemotiveerd betwist diende [gedaagde in conventie] zijn standpunt, dat Ziggo moest begrijpen dat met het terugsturen van die apparatuur ook de dienst Kabel TV wordt opgezegd, nader te onderbouwen. Hij heeft dit niet gedaan, waardoor zijn standpunt niet is komen vast te staan.
3.4.
Het argument van [gedaagde in conventie] dat de zakelijke voorwaarden van Ziggo niet van toepassing zijn, omdat hij als Zzp’er bij wet gelijkgesteld wordt met een particulier, wordt verder buiten beschouwing gelaten. [gedaagde in conventie] maakt niet duidelijk welk rechtsgevolg hij verbindt aan dit argument, zodat het verweer onvoldoende is onderbouwd.
3.5.
Gelet op het voorgaande is in januari 2020 de overeenkomst tussen partijen slechts gedeeltelijk ontbonden nu vaststaat dat enkel de overeenkomsten voor de diensten (1) TV Standaard en (2) Zakelijk Internet Start zijn opgezegd en zodoende beëindigd. De derde dienst Kabel TV duurde voort. Met het bestaan van de rechtsgrond voor de facturen treft het argument van [gedaagde in conventie] dat de in rekening gebrachte facturen een vorm van afkoopkosten zijn eveneens geen doel. [gedaagde in conventie] is derhalve de hoofdsom van € 76,47 aan Ziggo verschuldigd.
3.6.
Het bedrag van € 24,21 aan wettelijke handelsrente tot 21 juni 2023 en de wettelijke handelsrente vanaf 21 juni 2023 tot aan de dag dat de vordering volledig is voldaan worden door de kantonrechter toegewezen. Onweersproken staat vast dat [gedaagde in conventie] de verschuldigde facturen niet binnen de fatale termijn heeft betaald. [gedaagde in conventie] verkeert daardoor in verzuim, waardoor hij de wettelijke handelsrente aan Ziggo is verschuldigd.
3.7.
Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is daarbij niet hoger dan het tarief dat in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is bepaald, zodat de vergoeding van € 40,00 voor buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
3.8.
Concluderend, de kantonrechter veroordeelt in conventie [gedaagde in conventie] om aan Ziggo een bedrag van € 140,68 te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 76,47 vanaf 21 juni 2023 tot de dag dat de gehele vordering is voldaan.
3.9.
[gedaagde in conventie] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Ziggo als volgt begroot:
- kosten van de dagvaarding
€
107,84
- griffierecht
€
128,00
- salaris gemachtigde
€
78,00
(2,00 punten × € 39,00)
- nakosten
€
19,50
Totaal
€
333,34
In reconventie
3.10.
Naar de kantonrechter begrijpt heeft het bedrag van € 164,70 betrekking op door [eiser in reconventie] in 2020 betaalde gelden voor de dienst Kabel TV. Reeds gelet op hetgeen hiervoor in conventie is overwogen komt dit bedrag niet voor toewijzing in aanmerking. De dienst Kabel TV is immers niet door [eiser in reconventie] opgezegd en dus blijven doorlopen tot aan de ontbinding per 26 november 2020 door Ziggo. Dan dient [eiser in reconventie] daar ook voor te betalen. Dat [eiser in reconventie] geen gebruik heeft gemaakt van de diensten maakt het niet anders. Voor een dienstenovereenkomst, hier een abonnementsdienst, geldt dat het niet van belang is of de dienst is gebruikt, maar of de dienst ter beschikking stond. Onweersproken staat vast dat de dienst ter beschikking stond. Dat is voldoende grondslag voor de verschuldigdheid van de abonnementsgelden.
3.11.
[eiser in reconventie] is de partij die in reconventie ongelijk krijgt. Hij zal daarom in reconventie worden veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter stelt de proceskosten aan de zijde van Ziggo vast op nihil. Noch gesteld, dan wel gebleken is dat de vordering in reconventie heeft geleid tot meer kosten aan de zijde van Ziggo, temeer nu de vorderingen in conventie en reconventie sterk met elkaar samenhangen.
Dictum
De kantonrechter
In conventie
4.1.
veroordeelt [gedaagde in conventie] om aan Ziggo te betalen een bedrag van € 140,68, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 76,47, vanaf 21 juni 2023, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde in conventie] in de proceskosten, aan de zijde van Ziggo tot dit vonnis begroot op 333,34. Als [gedaagde in conventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde in conventie] ook de kosten van betekening betalen,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
In reconventie
4.4.
wijst de vordering van [eiser in reconventie] af,
4.5.
veroordeelt [eiser in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van Ziggo tot dit vonnis vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2023.