Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-17
ECLI:NL:RBZWB:2023:8018
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
619 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/414958 / FA RK 23-4846
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
Beschikking van 17 november 2023
van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in
artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt01]
,
geboren op [geboortedatum01] 1936 te [geboorteplaats01] ,
wonende aan het [adres01] , [postcode01] [woonplaats01] ,
hierna te noemen: cliënt,
advocaat: mr. H.M.Th. de Pont te Tilburg.
Procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 16 oktober 2023.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de aanvraag van 14 september 2023;
- de medische verklaring van 10 oktober 2023;
- het bericht van de [huisartsenpraktijk01] van 5 april 2023;
- het bericht besluit tot opname en verblijf van 21 september 2023;
- het indicatiebesluit van 17 augustus 2023;
- een afschrift van de beschikking van 24 mei 2023 waarbij mentorschap is ingesteld en een mentor is benoemd;
- de machtiging van het bestuur van het CIZ betreffende indiening van het verzoek van 9 januari 2023.
Daarnaast blijkt het procesverloop uit het volgende stuk:
- de brief van het CIZ, inhoudende een intrekking van het verzoek van 10 november 2023.
2
Het verzoek
2.1
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor cliënt te verlenen voor de duur van 6 maanden.
Beoordeling
3.1
Het verzoek is voor de mondelinge behandeling op 10 november 2023 door het CIZ ingetrokken. Aan de intrekking van het verzoek legt het CIZ ten grondslag dat cliënt momenteel terminaal is en in een hospice zal worden opgenomen. Waarschijnlijk zal cliënt het daaropvolgende weekend niet meer gaan halen.
3.2
Nu het CIZ het verzoek heeft ingetrokken kan het verzoek niet langer meer worden onderzocht. Het CIZ zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het CIZ niet-ontvankelijk in het verzoek.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2023 door mr. Gremmen, rechter, in tegenwoordigheid van Van Dongen als griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.