Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-16
ECLI:NL:RBZWB:2023:7945
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,249 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/2102
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 november 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. R.S. Bosch),
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 14 maart 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat mr. R.S. Bosch geen rechtsgeldige machtiging heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een rechtsgeldige machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Is een rechtsgeldige machtiging overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door mr. R.S. Bosch. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van [eiseres] . Bij zijn beroepschrift heeft mr. R.S. Bosch als bijlage een schriftelijke machtiging overgelegd. Deze schriftelijke machtiging is echter geen rechtsgeldige machtiging waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit het beroep in te stellen namens [eiseres] . De rechtbank heeft hem bij brief van 19 mei 2023 en bij aangetekende brieven van 23 juni 2023 en 27 juli 2023 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Tevens heeft de rechtbank bij aangetekende brief van 23 juni 2023 mr. J.C. Kotteman, kantoorgenoot van mr. R.S. Bosch, verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Zowel mr. R.S. Bosch als mr. J.C. Kotteman hebben binnen die termijnen geen rechtsgeldige machtiging ingediend.
Is het niet tijdig indienen van een rechtsgeldige machtiging verontschuldigbaar?
5. mr. J.C. Kotteman, namens mr. R.S. Bosch, heeft hiervoor de volgende reden gegeven. De volmacht die is overgelegd is een persoonlijk ondertekend machtgingsformulier. De handtekening is elektronisch gezet en deze elektronische handtekening wordt gelijkgesteld met een handgeschreven handtekening op basis van artikel 3:15a Burgerlijk Wetboek (BW) jo. artikel 3 sub 10 eIDAS-Verordening. Daarnaast kwalificeert de volmacht als machtigingsformulier, gezien het feit dat de machtiging uitgebreid wordt uitgelegd en gedefinieerd.
6. Dat is geen verontschuldiging voor dit verzuim. Anders dan mr. J.C. Kotteman, namens mr. R.S. Bosch, meent is er geen sprake van een persoonlijk ondertekend machtigingsformulier. Uit de ingediende volmacht blijkt niet welke methode is gebruikt voor de elektronische handtekening. Het gevolg hiervan is dat de handtekening niet verifieerbaar is voor de rechtbank. Gelet op de geldende regelgeving, met name artikel 3:15a van het BW in combinatie met artikel 3 onderdeel 10 van de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees parlement en de raad van 23 juli 2014, is dat wel vereist. Uit het beroepschrift blijkt dat mr. R.S. Bosch niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.
Conclusie
7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van
B.C. van Sprundel-Thelosen, griffier, op 10 november 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.