Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-09
ECLI:NL:RBZWB:2023:7915
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,052 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/9157
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 november 2023 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen de brief van 18 juli 2023 waarin het college aangeeft dat hij eisers brief van 22 juni 2023 doorstuurt naar de eigenaar van de woning, wooncorporatie Casade. In de brief van 18 juli 2023 benoemt het college dat zijn brief van 17 mei 2023 geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat er dan ook geen sprake is van een behandeling van een zienswijze, bezwaar- of beroepschrift. In de brief van 17 mei 2023 heeft het college aangegeven dat hij eisers verzoek van 25 april 2023 om de zolder als ‘woonbestemd’ te verklaren doorstuurt naar de eigenaar van de woning, wooncorporatie Casade. Het college heeft in deze brief ook aangegeven dat de brief geen besluit in de zin van de Awb is.
1.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het college om zijn zienswijzen van 22 juni 2023 en 25 april 2023 in behandeling te nemen. Hij is van mening dat het college wel verplicht is om zijn zienswijze bestuursrechtelijk in behandeling te nemen.
1.2.
Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Awb maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. Artikel 6:2, onderdeel b, in samenhang met artikel 8:1 van de Awb bepaalt dat een belanghebbende tegen de weigering om een besluit te nemen beroep kan instellen bij de bestuursrechter. Artikel 1:3, eerste lid, van de Awb bepaalt dat onder een besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een rechtshandeling is een handeling die op rechtsgevolg is gericht. Dit betekent dat feitelijke handelingen en privaatrechtelijke rechtshandelingen in beginsel buiten de bevoegdheid van de bestuursrechter vallen.
2.1.
De rechtbank stelt vast dat de aanduiding van de zolder als bijvoorbeeld ‘berging’ of ‘leefruimte’ is geregeld in de privaatrechtelijke huurovereenkomst tussen eiser en de eigenaar van de woning, wooncorporatie Casade. Het is dan ook de eigenaar van de woning die kan toestaan dat de zolder, zoals verzocht door eiser, als ‘woonruimte’ wordt gebruikt en niet het college.
2.2.
Omdat het college geen publiekrechtelijke bevoegdheid heeft om de zolder ‘woonbestemd’ te verklaren, is er geen sprake van een weigering tot het nemen van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb en staat er dus geen beroep open bij de bestuursrechter. De rechtbank is dan ook onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
2.3.
Als eiser geen toestemming krijgt van de eigenaar van de woning om zijn zolder als ‘woonruimte’ te gebruiken, kan hij naar de burgerlijke rechter.
Dictum
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 9 november 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.