Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-03
ECLI:NL:RBZWB:2023:7888
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,206 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/9380
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 november 2023 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 26 april 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden. Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.
3.1.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar (“verschoonbaar”) is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
Is het beroep te laat ingediend?
4. Vast staat dat het bestreden besluit in ieder geval op 15 juni 2023 aan eiseres is toegezonden, uitgereikt of gepubliceerd.
4.1.
Eiseres heeft op 28 augustus 2023 digitaal beroep ingesteld. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Eiseres heeft als reden voor de te late indiening van het beroepschrift aangegeven dat het college het besluit van 26 april 2023 pas op 15 juni 2023 heeft toegestuurd. Eiseres dacht dat de beroepstermijn op dat moment al was verstreken. Eisers wist niet wat zij moest doen en heeft daardoor misschien te lang geaarzeld. Door haar onervarenheid met bezwaar- en beroepszaken heeft zij zich niet gerealiseerd dat met het toesturen op 15 juni 2023 een (nieuwe) beroepstermijn startte.
5.1.
Hetgeen eiseres heeft aangevoerd leidt niet tot de conclusie dat het te laat indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Eiseres heeft geen redenen aangevoerd waaruit blijkt dat zij gedurende de beroepstermijn niet in staat was beroep in te dienen. Als het eiseres niet duidelijk was of en tot wanneer zij beroep kon indienen, had zij daar navraag naar kunnen doen. Het is voor risico van eiseres dat zij doordat zij aarzelde over de mogelijkheden pas na het verstrijken van de beroepstermijn beroep heeft ingesteld.
Conclusie
6. Het beroep is niet-ontvankelijk omdat eiseres het beroep te laat heeft ingediend. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, rechter, in aanwezigheid van mr. W.J.C. Goorden, griffier, op 3 november 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit volgt uit artikel 6:7 van de Awb.
Dit volgt uit artikel 6:8, eerste lid, van de Awb.
Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
Dit volgt uit artikel 6:11 van de Awb.