Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-16
ECLI:NL:RBZWB:2023:7848
Strafrecht
Op tegenspraak
2,714 tokens
Dictum
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats 1] ( [land] ) op [geboortedag] 1981,
thans verblijvende bij [tbs-instelling] , [postcode] [plaats] , [adres] .
1De stukken
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de vordering van de officier van justitie van 8 september 2023, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna tbs) met twee jaar;
- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene tot en met 9 augustus 2023;
- het rapport van [tbs-instelling] (hierna: de tbs-instelling) van 9 augustus 2023, waarin het advies van de tbs-instelling is vermeld;
- een advies van [psycholoog] van 24 juli 2023;
- een advies van [psychiater] van 29 juli 2023.
2De procesgang
Bij vonnis van de rechtbank Zeeland - West-Brabant, locatie Middelburg, van 23 juli 2019 is betrokkene veroordeeld voor bedreiging, poging doodslag en diefstal, tot tbs met verpleging van overheidswege. De rechtbank constateert dat het hier gaat om misdrijven als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).
De tbs is aangevangen op 5 november 2019. De tbs is bij beslissing van 9 november 2021 verlengd voor een termijn van twee jaar. Behoudens verlenging eindigt de termijn van
de tbs op 5 november 2023.
De vordering tot verlenging van de officier van justitie is door deze rechtbank behandeld ter
zitting van 2 november 2023. Ter zitting is de officier van justitie, mr. I.M. Peters,
gehoord. Betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.R. Ytsma, advocaat te Amsterdam, is door middel van beeldbellen gehoord.
Voorts is als [deskundige] , klinisch psycholoog, ter zitting gehoord.
3Het advies van de tbs-instelling
De tbs-instelling heeft geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar en heeft daartoe het volgende naar voren gebracht.
Betrokkene is gediagnosticeerd met een schizo-affectieve stoornis van het bipolaire type. Zijn verleden en jeugdervaringen zijn gekenmerkt door ernstige pedagogische verwaarlozing, seksueel misbruik en onvoldoende mogelijkheden om zich langdurig veilig te hechten aan voor hem betekenisvolle personen. In combinatie met een schizo-affectieve stoornis staat betrokkene daardoor wantrouwend en soms achterdochtig in het leven.
Het risico op gewelddadig gedrag binnen een zorgkader wordt ingeschat als laag-matig. Het risico wordt als laag-matig ingeschat, omdat bij betrokkene sprake is van probleembesef, maar het ontbreekt aan probleeminzicht. Hij is in staat om risicofactoren te benoemen, maar hij gedraagt zich hier niet naar. Hij kan niet tijdig hulp inschakelen wanneer de psychotische klachten toenemen. Wanneer een zorgkader ontbreekt wordt het risico op gewelddadig gedrag ingeschat als hoog. Door het beperkte probleeminzicht bestaat er een grote kans dat betrokkene medicatie niet correct zal innemen en zal terugvallen in middelengebruik. Daarnaast is er sprake van een neiging tot wantrouwen naar zijn omgeving, waardoor betrokkene achterdochtig kan raken. Er bestaat twijfel of betrokkene bij oplopende achterdocht in staat zal zijn om spanningen op een adequate wijze te reguleren en zich aan afspraken over delict preventie te houden. Betrokkene is medicatietrouw en heeft het afgelopen jaar geen uitglijder gehad in middelengebruik. Hij is sinds 8 mei 2023 begonnen met onbegeleid verlof. De eerste paar keer is dit goed gegaan, echter kwam betrokkene na een paar keer meerdere malen te laat terug van verlof. Het verlof is, hierop anticiperend, voor een aantal dagen ingetrokken. Daarnaast werd betrokkene steeds achterdochtiger richting het team, deed hij meer aankopen zonder dit te overleggen en liet betrokkene seksueel grensoverschrijdend gedrag zien. Dit alles lijkt voort te komen uit een psychotisch manische ontregeling. Het onbegeleid verlof van betrokkene is om deze reden opgeschort. Geadviseerd wordt de tbs-maatregel te verlengen voor de duur van twee jaar. De komende periode zal betrokkene, wanneer het toestandsbeeld stabiel blijft, eerst weer begeleid verlof praktiseren. Wanneer dit goed blijft gaan en er geen risico’s worden waargenomen, kan betrokkene zijn onbegeleid verlof voortzetten. Mocht dit goed verlopen, mocht hij de positieve lijn van zijn ontwikkelingen vasthouden en zijn psychisch toestandsbeeld stabiel blijven, dan zal op termijn een transmuraal verlof aangevraagd worden. Het uiteindelijke doel is uitstromen naar een forensische RIBW, Rotterdam Fivoor. Het doel is om daar het eerste kwartaal van 2024 naar uit te stromen.
Ter zitting heeft de deskundige daaraan nog toegevoegd dat een compliment naar betrokkene op zijn plaats is, gezien de manier waarop hij zich heeft hersteld na een moeilijke periode in de zomer. In de visie van de tbs-instelling is het klinisch behandelplafond in zicht. De grootste stappen die nu gemaakt moeten worden, zien op het inbedden in een prosociaal netwerk. Dat is heel beschermend om recidive te voorkomen en kan intern niet worden geboden. Daarbij zal wel een juiste mate van toezicht aan de orde moeten blijven, maar dat hoeft niet per se in een tbs-instelling plaats te vinden. Op heel korte termijn zal transmuraal verlof aangevraagd worden. De deskundige blijft bij het advies tot verlenging van de tbs-maatregel met twee jaar, omdat er stappen gemaakt zullen worden en juist die transities spannende momenten zijn. Bovendien zal eerst het transmuraal verlof nog vorm moeten krijgen. Ook wanneer het traject snel verloopt, zal dit in ieder geval de duur van een jaar overstijgen.
4Het advies van de externe gedragsdeskundigen
[psycholoog] heeft in het rapport van 24 juli 2023 naar voren gebracht dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie en een stoornis in cannabisgebruik, in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving. De onderliggende dynamiek wordt gestuwd vanuit zijn psychotische belevingen. Zijn copingvaardigheden zijn zeer beperkt en tijdens een floride psychose schiet zijn impulscontrole te kort. Hij ageert zijn boosheid dan uit op de personen over wie hij de overtuiging heeft dat zij zich tegen hem keren. Het ziekte- en probleembesef bij betrokkene is gering. Bij een klinisch verblijf zijn voldoende beschermende factoren aanwezig om de kans op recidive te beperken tot laag-matig. In een situatie uit-zorg zijn er weinig beschermende factoren en wordt de kans op recidive als hoog ingeschat. Bij betrokkene zijn de psychotische symptomen chronisch aanwezig en hij blijkt enkel bij weinig stress in staat te zijn om deze verhullen. Dit maakt dat het gebruik van antipsychotica een belangrijk onderdeel is van het risicomanagement. Het vanuit achterdocht niet delen van zijn binnenwereld maakt dat de kans dat hij te hoog wordt ingeschat, met bijbehorende risico’s op ontregeling, aanwezig blijft. Het verblijven in een klinische setting met toezicht, controle en behandeling wordt dan ook nog steeds als een noodzakelijk onderdeel van het risicomanagement gezien. Het omgaan met boosheid en agressiegevoelens vragen aandacht in de behandeling. Ook het onderwerp medicatie alsook het accepteren van zijn beperkingen en omgaan met agressiegevoelens vragen in de behandeling nog de nodige aandacht. Hierin moeten nog stappen gezet worden. Pas wanneer er duidelijk zicht is op wat nodig is om ontregelingen te voorkomen, dan wel tijdig, liefst door betrokkene zelf, te signaleren, kan een verdere uitstroomkoers bepaald worden. Op basis van het huidige onderzoek lijkt een doorstroom naar een longcare-setting realistischer dan het uitstromen naar een RIBW. Geadviseerd wordt de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging binnen een jaar realistisch is. Ook een overgang naar de WVGGZ wordt niet als een realistisch scenario gezien.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd om van de vordering kennis te nemen, omdat zij in eerste aanleg
kennis heeft genomen van de misdrijven ter zake waarvan de tbs is gelast.
De vordering tot verlenging van de tbs-maatregel is tijdig, dat wil zeggen niet eerder dan
twee maanden en niet later dan één maand voor het tijdstip waarop de tbs door tijdsverloop
zal eindigen, ingediend. De officier van justitie is ontvankelijk in de vordering.
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en moet voortvloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de tbs-instelling en de externe gedragsdeskundigen wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium.
Betrokkene is in mei 2023 begonnen met het onbegeleid verlof. Vervolgens lijkt er in de zomer sprake te zijn geweest van een psychotisch manische ontregeling bij betrokkene, waarbij het onbegeleid verlof is stopgezet. Inmiddels gaat het weer beter met betrokkene. Het behandelplafond lijkt in zicht te zijn en het is nu met name van belang dat betrokkene wordt ingebed in een prosociaal netwerk. Het onbegeleid verlof is weer opgestart en op korte termijn zal transmuraal verlof worden aangevraagd, waarbij het uiteindelijke doel is uit te stromen naar een forensische RIBW. Dit traject zal zeker nog langer dan een jaar in beslag nemen.
Het uitgangspunt van de rechtbank is dat behoudens bijzondere omstandigheden de tbs verlengd moet worden met twee jaar, wanneer aannemelijk is geworden dat het traject meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar. De rechtbank stelt op basis van de adviezen en de door de deskundige ter zitting gegeven toelichting vast dat niet te verwachten is dat binnen een jaar gronden aanwezig zullen zijn die een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging rechtvaardigen. Ook is er geen sprake van een bijzondere omstandigheid die een verlenging met een jaar vereist.
De rechtbank zal daarom de tbs-maatregel met verpleging van overheidswege met twee jaar verlengen.
Dictum
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met twee jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.B. Scheltema Beduin, voorzitter, mr. J. Bergen en mr. H. Skalonjic, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.E.A.M. van der Ven -van de Riet en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 november 2023.