Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-08-17
ECLI:NL:RBZWB:2023:7800
Strafrecht
Raadkamer
1,427 tokens
Dictum
[verzoeker]
geboren op [geboortedag] 2003 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. L. van Poucke, advocaat te Best op het adres: Stationsstraat 65 5683 BB Best
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.
Procesverloop
het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 1.245,09, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
€ 39,20, voor vergoeding van reiskosten;
€ 62,50, voor vergoeding van gederfde inkomsten;
te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
de kennisgeving sepot van 13 december 2022;
de schriftelijke conclusie van het Openbaar Ministerie.
Op 3 augustus 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. M.E.W.G. Stals en mr. L. van Poucke als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat de strafzaak tegen verzoeker is middels een sepot op 13 december 2022 geëindigd zonder de oplegging van een straf of maatregel of de toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Verzoeker heeft ten gevolge van de verdenking schade geleden voor de aan hem verleende rechtsbijstand voor een bedrag van € 1.245,09. Verzoeker wijst erop dat op dezelfde dag twee maal tijd voor een verhoor is geschreven. Dat heeft te maken met de pauze die tussentijds is genomen. Verzoeker heeft daarnaast ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de strafzaak in totaal 140 kilometers gereisd. Verzoeker verzoekt om deze schade voor het bedrag van € 39,20 aan hem te vergoeden. Verzoeker heeft ten gevolge van de strafzaak 5 uur niet kunnen werken en verzoekt het bedrag van € 62,50 (5 uur á € 12,50) aan hem te vergoeden, te vermeerderen met het forfaitaire bedrag voor het opstellen, indienen en in raadkamer bespreken van het verzoekschrift. In raadkamer heeft de advocaat desgevraagd de gemaakte reiskosten toegelicht.
De officier van justitie refereert zich aan het oordeel van de rechtbank nu de advocaat in raadkamer de reiskosten heeft toegelicht.
Beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van € 1.245,09 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
De rechtbank is van oordeel dat de reiskosten – mede door de toelichting van de advocaat in raadkamer – en de gederfde inkomsten, voldoende onderbouwd zijn. De rechtbank wijst de verzochte reiskosten ter hoogte van € 39,20 en de verzochte vergoeding in verband met inkomstenderving ter hoogte van € 62,50 toe.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van
€ 2.026,79, bestaande uit:
- € 1.245,09, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
- € 39,20, voor vergoeding van reiskosten;
- € 62,50, voor vergoeding van gederfde inkomsten;
- € 680,00 in verband met de behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van € 2.026,79 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Advocatenkantoren Best., onder vermelding van “ [kenmerk] ”.
Deze beslissing is op 17 augustus 2023 gegeven door mr. M.H.M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 augustus 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 533 en ex 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv).