Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-10-25
ECLI:NL:RBZWB:2023:7609
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,968 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/414197 / JE RK 23-1689
Datum uitspraak: 25 oktober 2023
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGIO ZUIDWEST NEDERLAND,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Breda,
over
[minderjarige01]
, geboren op [geboortedatum01] 2015 in [geboorteplaats01] ,
hierna te noemen [minderjarige01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder01]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats01] ,
[de vader01]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats01] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING
, hierna te noemen: de GI (Gecertificeerde Instelling),
gevestigd te Amsterdam.
1
Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 september 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2023. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordiger van de GI.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige01] .
2.2.
[minderjarige01] woont bij zijn ouders.
3
Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige01] voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
4
De standpunten
4.1
De Raad legt aan zijn verzoek ten grondslag dat [minderjarige01] een kind is met meervoudige, complexe ontwikkelings- en gedragsproblematiek en een kwetsbare gezondheid. [minderjarige01] is daardoor gebaat bij intensieve zorg. Na onderzoek is gebleken dat de ouders, ondanks hun betrokkenheid en inzet, onmachtig zijn om [minderjarige01] de juiste zorg te bieden. Ook op andere leefgebieden hebben de ouders het niet gemakkelijk. Zo is de vader onlangs zijn baan kwijtgeraakt en kampt het gezin met schulden. De algehele problematiek is de ouders boven het hoofd gegroeid, hetgeen ten koste gaat van een rustige stabiele opvoedingsomgeving van [minderjarige01] . Hulpverlening binnen het vrijwillige kader heeft daarin onvoldoende verbetering kunnen brengen. De Raad acht het daarom in het belang van [minderjarige01] dat de ouders middels een ondertoezichtstelling bij de verzorging en opvoeding van [minderjarige01] ondersteund gaan worden. Een uithuisplaatsing acht de Raad niet noodzakelijk. De Raad geeft de jeugdbeschermer mee om binnen maximaal een half jaar een beslissing te nemen over het toekomstperspectief van [minderjarige01] . Vooralsnog zou volstaan kunnen worden met (enige) uitbreiding van het verblijf van [minderjarige01] in het deeltijdpleeggezin, aldus de Raad.
4.2.
De ouders verklaren geen enkel vertrouwen meer te hebben in de hulpverlening die zij via [hulpverlening01] van de gemeente toegeschreven hebben gekregen. Zo zijn de ouders het niet eens met het besluit van [hulpverlening01] dat de moeder gelet op het zich voorgedane huiselijke geweld niet meer mag samenwonen met de vader en [minderjarige01] . Daarbij zijn de ouders van mening dat er te veel hulpverleners over de vloer komen. Een ondertoezichtstelling vinden de ouders niet nodig.
4.3.
De GI verklaart bereid te zijn om de ondertoezichtstelling op zich te nemen.
Beoordeling
5.1.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.
5.2.
De kinderrechter heeft gelezen dat [minderjarige01] een kind is met meervoudige, complexe ontwikkelings- en gedragsproblematiek en een kwetsbare gezondheid. Dit vraagt veel van de ouders. De ouders doen erg hun best om [minderjarige01] te bieden wat hij nodig heeft. Zeker in medisch opzicht hebben de ouders ervoor gezorgd dat [minderjarige01] niets tekortkwam en komt. Wel is gebleken dat er huiselijk geweld tussen de ouders heeft plaatsgevonden. In hoeverre [minderjarige01] daarvan iets heeft meegekregen is niet duidelijk. De stress van de ouders en de spanningen tussen de ouders zijn zeker schadelijk voor de ontwikkeling van [minderjarige01] . De ouders hebben het niet gemakkelijk. De vader is onlangs zijn baan kwijtgeraakt en het gezin kampt met schulden. Door [hulpverlening01] is de moeder de toegang tot de woning waar de vader met [minderjarige01] woont ontzegd. Een vaste woon- of verblijfplaats heeft de moeder op dit moment niet. Ook dat levert veel spanning bij de ouders op. Zij begrijpen het niet waarom deze beslissing is genomen, vooral nu de moeder daardoor zelfs een keer buiten heeft moeten slapen. Nu er zoveel aan de hand is in het gezin en omdat [minderjarige01] een kwetsbaar kind is met veel problemen, wordt [minderjarige01] ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. Hulpverlening binnen het vrijwillige kader heeft niet genoeg geholpen om deze bedreiging te kunnen afwenden en bovendien zijn de ouders hun vertrouwen in [hulpverlening01] kwijt. Het verzoek van de Raad zal daarom worden toegewezen, zodat de ouders bij de verzorging en opvoeding van [minderjarige01] ondersteund gaan worden. De ouders zijn van mening dat er al te veel hulpverleners over de vloer komen. De kinderrechter vindt het ook daarom nodig dat er iemand komt die regie voert en samen met de ouders bekijkt welke hulp wel en welke hulp niet meer nodig is. De komende jeugdbeschermer zal dan het centrale aanspreekpunt voor de benodigde hulp zijn, waardoor de ouders worden ontlast. Daarbij zou het goed zijn als de jeugdbeschermer met de ouders een veiligheidsplan gaat opstellen en gaat bespreken onder welke voorwaarden de moeder weer bij de vader en [minderjarige01] kan gaan wonen.
5.3.
Als hulpverleningsdoelen binnen de ondertoezichtstelling worden aangemerkt:
- [minderjarige01] ervaart voldoende veiligheid, duidelijkheid, (medische) zorg en steun van
volwassenen om hem heen;
- [minderjarige01] ontwikkelt zich binnen zijn mogelijkheden leeftijdsadequaat en wordt daarin
gestimuleerd vanuit zijn opvoedingsomgeving.
Dictum
De kinderrechter:
stelt [minderjarige01] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 25 oktober 2023 tot 25 oktober 2024;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2023 door mr. Van Triest, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dongen als griffier, en op schrift gesteld op 1 november 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.