Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-09-22
ECLI:NL:RBZWB:2023:7010
Strafrecht
Raadkamer
1,277 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-137667-23
raadkamernummer : 23-012155
datum : 08 september 2023
Dictum
[klager],
geboren op [geboortedag] 1991,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M.E. Broekert advocaat te Breda, (Postbus 4650, 4803 ER Breda),
hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 26 april 2023 onder klager in beslag is genomen: een geldbedrag van € 5975,00;
het klaagschrift ingevolge artikel 552a Sv, ingediend op 9 mei 2023 ter griffie van deze rechtbank;
het verweerschrift van het Openbaar Ministerie;
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 8 september 2023. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. R.C.P. Rammeloo en klager bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.E. Broekert.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan klager van een geldbedrag van € 5975,00.
Tijdens de behandeling in raadkamer is namens klager aangevoerd dat hij geen strafbaar feit heeft gepleegd. Het is nog onduidelijk of klager vervolgd zal gaan worden. Klager heeft een verklaring afgelegd met betrekking tot de legale herkomst van het geld. Het is dan ook niet te verwachten dat de strafrechter later oordelend het geld verbeurd zal verklaren. De raadsvrouw verzoekt het klaagschrift gegrond te verklaren en te bepalen dat het geld terug wordt gegeven aan klager.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het beslag gehandhaafd moet worden.
De officier van justitie merkt op dat de verdenking van klager onderdeel uitmaakt van een groot “drugsdossier” wat nog de nodige tijd vergt aan onderzoek. De verdenking is gebaseerd op de in het dossier aanwezige camerabeelden en in het schuurtje van klager zijn sealbags met hennepgeur aangetroffen, alsmede het in beslaggenomen geld. Klager zegt dat hij dat geld van zijn rekening gepind heeft, maar onderbouwd dat niet met stukken. Het is niet onaannemelijk dat de strafrechter later oordelend het geld verbeurd zal verklaren. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard.
Beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
De rechtbank overweegt als volgt.
Het beslag op het geld is gelegd op grond van artikel 94 Sv.
De rechtbank dient na te gaan of het belang van strafvordering verlangt dat het beslag wordt voortgezet. Hiervan is sprake wanneer het in beslag houden van de goederen kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk voordeel aan te tonen dan wel wanneer niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
De rechtbank stelt voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingszaak te treden.
Onder klager is een geldbedrag in beslag genomen. Het geldbedrag is in beslag genomen nadat klager is aangehouden, vanwege een verdenking op grond van de Opiumwet. Op basis van de thans voorhanden zijnde stukken is er sprake van een redelijke verdenking. Gelet op het huidige dossier, acht de rechtbank het op dit moment niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het geld zal bevelen.
De rechtbank is van oordeel dat het belang van strafvordering zich verzet tegen opheffing van het beslag en teruggave van het in beslag genomen geld, zodat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard.
Dictum
De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is op 22 september 2023 gegeven door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering