Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-09-29
ECLI:NL:RBZWB:2023:6929
Strafrecht
Op tegenspraak
2,830 tokens
Dictum
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1960
thans verblijvende in de [tbs-instelling] , [adres]
1De stukken
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de vordering van de officier van justitie d.d. 14 augustus 2023, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna tbs) met één jaar;
- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de [tbs-instelling] (hierna: de tbs-instelling) van 1 juli 2022 t/m 1 juli 2023;
- het rapport van de tbs-instelling d.d. 19 juli 2023, waarin het advies van de inrichting is vermeld;
- het advies d.d. 26 mei 2023 van [psychiater] ;
- het advies d.d. 23 mei 2023 van [psycholoog] ;
- het reclasseringsadvies d.d. 27 juni 2023.
2De procesgang
Bij vonnis van de rechtbank Breda van 15 juni 2015 is [betrokkene] veroordeeld voor het
opzettelijk brand stichten waarbij gevaar voor goederen en personen te duchten was, tot een
gevangenisstraf voor de duur van drie jaren en tbs met verpleging van overheidswege.
De rechtbank heeft daarbij geconstateerd dat het gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, Wetboek van Strafrecht.
De tbs is gestart op 22 september 2016 en laatstelijk op 20 september 2022 verlengd met één jaar.
Tijdens het onderzoek ter openbare terechtzitting van de rechtbank van 15 september 2023 is de officier van justitie mr. I.M. Peters gehoord.
Tevens is [betrokkene] gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.T.A.G. Keller, advocaat
te Tilburg.
Voorts is de [deskundige] , behandelcoördinator bij de tbs-instelling, gehoord.
3Het advies van de tbs-instelling
De tbs-instelling heeft geadviseerd de tbs te verlengen met één jaar. In het rapport van de instelling wordt vermeld dat [betrokkene] een bovengemiddeld intelligente man is. De diagnose gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis is door meerdere deskundigen consequent gesteld, waarbij sprake is van antisociale en narcistische trekken. Over de diagnose autismespectrumstoornis bestaat geen volledige consensus. Er is over de diagnose van [betrokkene] veel te doen waarbij dit samen met de pathologie heeft geresulteerd tot het niet komen tot overeenstemming en het adequaat neerzetten van een behandeltraject. [betrokkene] kan zich in geen van de over hem uitgebrachte rapportages en gestelde diagnoses vinden en volhardt in het niet mee willen werken aan een behandeling. Gezien alle diagnostiek die al heeft plaatsgevonden wordt er weinig meerwaarde gezien in (opnieuw) verder onderzoek.
Alles overziend kan volgens de instelling worden gesproken van complexe pathologie. Een belangrijk onderdeel hiervan wordt gevormd door het onvermogen van [betrokkene] in het identificeren, beschrijven en uiten van alsook het omgaan met eigen en andermans gevoelens en daaraan gelieerde problemen in de sociale interactie. De instelling spreekt verder van afwezigheid van intrinsieke behandelmotivatie. Maar ook door externe zaken laat [betrokkene] zich niet verleiden deel te nemen aan behandelonderdelen. Probleembesef en ziekte-inzicht zijn afwezig en rigiditeit kenmerkt hem al zijn hele leven.
Op basis van de risicotaxatie stelt de instelling dat er sprake is van een matig-hoog recidiverisico wanneer de tbs met verpleging van overheidswege zou worden beëindigd. Door zijn weigerachtige houding en onvoldoende samenwerking heeft er in de afgelopen jaren geen behandeling plaatsgevonden. De kernpathologie is ongewijzigd. [betrokkene] heeft kenbaar gemaakt dat hij zijn actie bij Randstad nog steeds een passende reactie vindt op het hem, in zijn ogen, aangedane onrecht. Zolang hij in een omgeving verkeert waar hem naar zijn beleving 'recht wordt gedaan' en hij een gevoel van controle ervaart, lijkt het risico dat hij overgaat tot delictgedrag beperkt. Wanneer hij in een situatie terecht komt waar naar zijn mening geen recht gedaan wordt aan wat hij nodig heeft en waar hij recht op heeft, is het risico groot dat [betrokkene] zich opnieuw vastbijt in een ervaren onrecht. De inschatting is dat [betrokkene] op dat moment op meerdere terreinen de controle zal verliezen (leefomgeving, lichamelijke gezondheid, financiën) en uiteindelijk overgaat tot actie om zijn visie kracht bij te zetten.In de afgelopen periode heeft [betrokkene] de overstap gemaakt van de interne opnameafdeling naar een interne resocialisatieafdeling. De overgang verloopt naar wens en [betrokkene] functioneert stabiel op de interne resocialisatieafdeling. Hiernaast is sinds februari 2023 de reclassering betrokken bij het traject.
In de aankomende periode gaat [betrokkene] de overstap maken van een interne resocialisatieafdeling naar transmurale vervolgvoorziening [zorgaanbieder] . Het verblijf op [zorgaanbieder] zal geëvalueerd worden om op basis daarvan een plan te maken met betrekking tot de mate van begeleiding die voor [betrokkene] nodig is om een volgende stap te zetten in zijn resocialisatietraject. Het voorgenomen resocialisatietraject, dat gericht is op begeleid wonen, kent een stapsgewijze opbouw waardoor [betrokkene] kan laten zien in hoeverre hij bij geleidelijk toenemende vrijheden en verantwoordelijkheden in staat is zijn gedrag onder controle te houden, zijn leven op diverse levensgebieden in te vullen en zich aan afspraken en voorwaarden te houden.
Ter zitting heeft [deskundige] daaraan nog het volgende toegevoegd.
[betrokkene] is inmiddels twee weken geleden naar [zorgaanbieder] gegaan. Behandeling heeft weliswaar geen zin meer, maar er zal worden gekeken hoe [betrokkene] zo goed mogelijk gefaseerd kan uitstromen. Het aankomende jaar zal met de reclassering worden bekeken wat de vervolgstappen zijn. Dit is onder meer afhankelijk van de aard, intensiteit en betrouwbaarheid van de contacten tussen [betrokkene] en zijn begeleiders. Als deze contacten goed verlopen en [betrokkene] stabiel blijft functioneren, kan volgend jaar een voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel aan de orde zijn. Volgens [deskundige] maakt een terbeschikkinggestelde normaliter niet dezelfde grote stappen in slechts twee jaar zoals [betrokkene] dat recent heeft gedaan.
4Het advies van de externe gedragsdeskundigen
Uit de rapportages van [psychiater] en [psycholoog] blijkt dat het niet mogelijk is geweest om [betrokkene] te bevragen en tests af te nemen. De afweer bij [betrokkene] staat dermate op de voorgrond dat het de gedragsdeskundigen niet is gelukt om zich een beeld te vormen over de risicofactoren, de delictdynamiek, en de functie of betekenis van zijn gedrag of diagnostiek. Hierdoor is onvoldoende informatie verkregen om te komen tot een risicotaxatie en risicomanagement en daarmee tot een conclusie en advies.
5Het advies van de reclassering
De reclassering adviseert om de verpleging van overheidswege nog niet voorwaardelijk te beëindigen, nu zij onvoldoende mogelijkheden ziet om de risico’s te beperken of het gedrag van [betrokkene] te veranderen. Zij wijst in dit verband op de omstandigheid dat [betrokkene] geen behandeling heeft gehad voor het omgaan met onvrede en frustraties. Het is de reclassering daarom niet duidelijk waarop toezicht gehouden moet worden. Vooralsnog kan zij geen plan van aanpak voor resocialisatie opstellen.
6Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met één jaar te verlengen gebleven. Zij heeft in acht genomen dat nog altijd sprake is van stoornissen, maar dat geen behandeling mogelijk is. De reden daarvoor is niet gelegen in de onwil bij de [tbs-instelling] maar in de complexe problematiek en onwil van [betrokkene] .
Beoordeling
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op het advies van de tbs-instelling wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium.
Ten aanzien van de duur van de verlenging heeft de rechtbank conform vaste jurisprudentie in aanmerking genomen dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridisch kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging met een termijn van een jaar. De rechtbank ziet aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
Evenals de verdediging is de rechtbank teleurgesteld over het feit dat de overplaatsing naar [zorgaanbieder] pas twee weken geleden tot stand is gekomen en dat de reclassering ook betrekkelijk laat en niet frequent bij de uitvoering van de resocialisatie is betrokken. De tbs-instelling neemt de eerdere uitspraken van de rechtbank en het hof kennelijk niet serieus. De beoogde voortvarendheid in het tbs-traject is onvoldoende geëerbiedigd. Dit maakt dat de reclassering nu meer tijd nodig heeft om de contacten met [betrokkene] te intensiveren, een vertrouwensband met hem op te bouwen en te monitoren op welke wijze hij verantwoord kan terugkeren naar de samenleving. Het komende jaar dient hieraan prioriteit worden gegeven. De omstandigheden dat geen beeld is verkregen van de diagnostiek en [betrokkene] geen behandelingen heeft ondergaan, mogen daarbij geen belemmering vormen.
Nu de reclassering gelet op hetgeen hiervoor is overwogen meer tijd nodig heeft om [betrokkene] intensiever te begeleiden, is naar het oordeel van de rechtbank een voorwaardelijke beëindiging en aanhouding van de behandeling voor het laten uitbrengen van een maatregelenrapport dat op de voorwaardelijke beëindiging ziet op dit moment nog niet aan de orde. Het verzoek van de raadsman daartoe wordt daarom afgewezen.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van [betrokkene] verlengd dient te worden met één jaar.
De rechtbank geeft in overweging dat de reclassering voorafgaand aan de volgende verlengingszitting een maatregelenrapport opmaakt met betrekking tot de mogelijkheid van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging over overheidswege.
Dictum
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met één jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. M. van de Wetering, voorzitter, mr. D.L.J. Martens en mr. W.A.L. Pustjens, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. D.A.C.M. Roebroeks en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 september 2023.
De griffier en de oudste rechter zijn niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.