Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-10-04
ECLI:NL:RBZWB:2023:6841
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Voorlopige voorziening
776 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/9628 ZW VV
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 oktober 2023 in de zaak tussen
[naam verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
en
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)¸verweerder.
Inleiding
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarbij is bepaald dat verzoeker vanaf 26 juni 2023 geen recht meer heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW). Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.
2. De griffier heeft bij brief van 18 september 2023 aan verzoeker gevraagd een toelichting te geven op het spoedeisend belang. Aan verzoeker is onder andere verzocht om een overzicht te geven van zijn financiële situatie waaruit blijkt van zijn inkomsten en vaste lasten.
3. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker niet heeft gereageerd op de brief van 18 september 2023. Verzoeker heeft niet nader onderbouwd dat hij in zodanige omstandigheden verkeert dat van hem niet kan worden verlangd dat hij de uitkomst van de bezwaarprocedure afwacht.
4. Gelet op het vorenstaande acht de voorzieningenrechter onvoldoende aangetoond dat er sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 4 oktober 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.