Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-09-13
ECLI:NL:RBZWB:2023:6784
Civiel recht
Bodemzaak
1,442 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster II Handelszaken
Breda
zaaknummer / rolnummer: C/02/411520 / HA ZA 23-371
Vonnis in incident van 13 september 2023
in de zaak van
[eiseres] , in haar hoedanigheid van legitimaris in de nalatenschap van [erflater],
wonende te [woonplaats 1] ,
eiseres in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. A.M.J. van Uitert te Waalwijk,
tegen
[gedaagde] , in haar hoedanigheid van erfgename in de nalatenschap van [erflater] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. A.J.C. Odekerken te Breda.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot afgifte van stukken, met
producties genummerd 1 tot en met 7,
- de conclusie van antwoord in incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2De vordering in het incident
2.1.
[eiseres] vordert bij wijze van incident en tevens voorwaardelijk in de hoofdzaak dat de rechtbank [gedaagde] veroordeelt om binnen veertien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis stukken/informatie af te geven aan [eiseres] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag of een dagdeel dat [gedaagde] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen tot een maximum van € 50.000,-, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen dwangsom c.q. maximum.
Het betreft de volgende stukken:
het volledige testament van erflater;
de volledige verklaring van erfrecht;
de volledige samenlevingsovereenkomst van [gedaagde] en erflater;
bewijs van de waarde van de woning aan de [adres] te [plaats] per
datum overlijden van erflater ( [datum] );
- bewijs van de waarde van de volledige inboedel, die zich op de datum van het overlijden
van erflater ( [datum] ) in de woning aan de [adres] te [plaats]
bevond;
de aangiften inkomstenbelasting van erflater over de jaren 2019, 2020, 2021 en 2022;
alle afschriften van alle rekeningen aanwezig op de datum van overlijden van vijf jaar voor
de datum van overlijden ( [datum] ) tot op heden, meer specifiek in ieder geval de
afschriften over de genoemde periode van de rekeningen met de nummers:
[rekeningnummer 1]
[rekeningnummer 2]
[rekeningnummer 3] (Rabobank);
- overzicht van gedane schenkingen/giften in de periode tot vijf jaar voor het overlijden van
erflater ( [datum] );
overzicht verstrekte leningen;
opgave van kapitaal- dan wel lijfrenteverzekeringen.
Daarnaast vordert [eiseres] in incident dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover en te vermeerderen met de nakosten.
2.2.
[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij de dochter is van erflater en dat zij aanspraak heeft gemaakt op haar legitieme portie. Om de omvang van de legitieme te kunnen berekenen heeft zij recht op en belang bij inzage in de genoemde stukken. Tot op heden heeft [gedaagde] niet voldaan aan het verzoek van [eiseres] om deze stukken aan haar te verstrekken.
3Het verweer in het incident
3.1.
[gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord gesteld dat [eiseres] geen recht heeft op inzage in het volledige testament, maar slechts in het gedeelte dat haar aangaat. Dit is al ter beschikking gesteld en hieruit volgt dat [gedaagde] enig erfgenaam is en dat de legitieme portie pas na het overlijden van [gedaagde] opeisbaar is. [eiseres] heeft ook geen recht op afgifte van de verklaring van erfrecht. [gedaagde] heeft een bewerkte kopie van de verklaring van erfrecht overigens wel aan [eiseres] verstrekt. Hieruit blijkt dat [gedaagde] enig erfgenaam is en dat zij de nalatenschap zuiver heeft aanvaard.
3.2.
Ten aanzien van de overige stukken stelt [gedaagde] dat deze stukken, voor zover daarvan sprake is, via de advocaat van [eiseres] per direct ter beschikking zullen worden gesteld.
Beoordeling
4.1.
Nu [gedaagde] in haar conclusie van antwoord heeft aangegeven een goot aantal stukken per direct via de advocaten ter beschikking te zullen stellen en dit zich aan het zicht van de rechtbank onttrekt, stelt de rechtbank [eiseres] in de gelegenheid om zich bij akte uit te laten over wat dit betekent voor het door haar gevorderde. Bij toewijzing van de vordering voor wat betreft stukken die inmiddels reeds in haar bezit zijn, bestaat in beginsel immers niet langer belang.
4.2.
In afwachting van het voorgaande wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
Dictum
De rechtbank
in het incident
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 27 september 2023 voor akte aan de zijde van [eiseres] ,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Baggel en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2023.