Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-08-23
ECLI:NL:RBZWB:2023:6481
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
5,856 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/412362 / JE RK 23-1361
Datum uitspraak: 23 augustus 2023
Nadere beschikking machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE BERGEN OP ZOOM
,
gevestigd te Bergen op Zoom, hierna te noemen: het college,
betreffende
[minderjarige01]
, geboren op [geboortedatum01] 2009 te [plaats01] ,
hierna te noemen: [minderjarige01] ,
advocaat: mr. S. van de Voorde, te Middelburg.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[minderjarige01]
, voornoemd,
[de moeder01]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [plaats01] ,
[de vader01]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende te [plaats01] .
1
Het nadere verloop van de procedure
Het nadere procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, van 3 augustus 2023 en alle daarin genoemde en vermelde stukken;
- het gewijzigde verzoekschrift van 10 augustus 2023 met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 15 augustus 2023;
- de instemmende verklaring van de onafhankelijke gekwalificeerde gedragswetenschapper drs. [naam01] , van 11 augustus 2023, ingekomen bij de griffie op 15 augustus 2023;
- het kennismakingsdocument van [jeugdzorg01] van 28 juli 2023, ingekomen bij de griffie op 17 augustus 2023.
De nadere mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 augustus 2023. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige01] , die ook apart is gehoord, bijgestaan door haar waarnemend advocaat, mr. M.V. de Nooijer;
- de vader;
- de moeder;
- een tweetal vertegenwoordigsters van het college.
Feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige01] .
[minderjarige01] woont bij de vader.
Bij beschikking van 28 juli 2023 is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend betreffende de minderjarige [minderjarige01] voor de duur van twee weken, met ingang van 28 juli 2023 en tot 11 augustus 2023. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.
Bij beschikking van 3 augustus 2023 is het resterende deel van de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp betreffende [minderjarige01] toegewezen voor de duur van twee weken, met ingang van 11 augustus 2023 en tot 25 augustus 2023. Tevens is bij deze beschikking van 3 augustus 2023 het verzoek tot een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden aangehouden.
Op grond van voornoemde machtiging verblijft [minderjarige01] bij [jeugdzorg01] te [plaats02] .
3
Het verzoek
Het college verzoekt een machtiging om [minderjarige01] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.
De ouders stemmen in met het verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. Dat blijkt uit de e-mail van het college van 1 augustus 2023.
De onafhankelijke gedragswetenschapper heeft ingestemd met het verzoek. Dit blijkt uit de verklaring van 11 augustus 2023.
4
De standpunten
Tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige01] aangegeven dat het goed met haar gaat bij [jeugdzorg01] . Zij voelt zich al een beetje beter sinds zij bij [jeugdzorg01] is. [minderjarige01] vertelt dat zij gisteren voor het eerst, en gelijk voor bijna een hele dag, naar school is geweest. Dat is goed gegaan. Ook benoemt [minderjarige01] dat de situatie in [jeugdzorg01] beter is dan de situatie thuis was. Dat komt volgens [minderjarige01] omdat er bij [jeugdzorg01] duidelijke regels zijn, zij bij [jeugdzorg01] meer praat en zich daar veiliger voelt. Hoewel het [minderjarige01] niet uitmaakt of zij haar verblijf in [jeugdzorg01] moet voortzetten, wil zij het wel een kans geven.
Het college handhaaft het verzoek voor de duur van zes maanden. Er is nog meer tijd nodig om de situatie van [minderjarige01] goed en zorgvuldig in kaart te brengen. De hulpverleningslijn is inmiddels uitgezet. Er zal een consult bij een psychiater worden gepland en er zal spoedig nader onderzoek plaatsvinden. Volgens de gedragswetenschapper zijn daar minimaal twee maanden voor nodig. Daarna zal moeten worden bekeken of het verblijf in [jeugdzorg01] nog langer nodig is voor [minderjarige01] , of dat een plaatsing in een open groep of bij de ouders thuis (weer) mogelijk is. Er wordt binnenkort een gesprek met de ouders ingepland om afspraken te maken over hoe de communicatie vanuit [jeugdzorg01] zal verlopen. Het is van belang dat de ouders nauw worden betrokken bij het in te zetten traject. Een terugval van [minderjarige01] moet in ieder geval worden voorkomen en daarom moet de machtiging voor een gesloten plaatsing in [jeugdzorg01] zo kort als mogelijk en zo lang als nodig worden ingezet. Er is tot slot op dit moment geen andere plek die beter aansluit op hetgeen [minderjarige01] nodig heeft. Binnen [jeugdzorg01] kan worden voldaan aan de onderzoeksvraag die er ligt en op deze manier kan [minderjarige01] in de buurt van haar ouders verblijven.
De moeder stemt in met het verzoek. [minderjarige01] heeft nu baat bij het hebben van leeftijdsgenoten om zich heen. De moeder hoopt wel dat [minderjarige01] de komende tijd wat meer gaat praten. Zij denkt dat de situatie van [minderjarige01] dan sneller kan verbeteren. Verder wil de moeder graag goed op de hoogte worden gehouden van wat er in [jeugdzorg01] gebeurt.
De vader stemt ook in met het verzoek. Volgens de vader is het nu beter voor [minderjarige01] om bij [jeugdzorg01] te verblijven dan bij de ouders thuis. Hij is erg dankbaar voor de vooruitgang die er bij [minderjarige01] te zien is. [minderjarige01] doet mee aan groepsactiviteiten, danst en knuffelt. Dat is erg positief. Zodra de thuissituatie weer een veilige en fijne omgeving voor [minderjarige01] kan zijn, kan zij volgens de vader weer naar huis komen.
De advocaat brengt namens [minderjarige01] naar voren dat zij geen opmerkingen heeft over de juridische vereisten van het verzoek. Hoewel [minderjarige01] heeft verteld dat het haar niet uitmaakt of zij langer in [jeugdzorg01] moet blijven, wil zij op dit moment liever in [jeugdzorg01] blijven dan thuis. De situatie is zorgelijk en complex en het is begrijpelijk dat er meer tijd nodig is om deze eerst goed te kunnen beoordelen. Uit de verklaring van de gedragswetenschapper volgt dat er psychodiagnostisch onderzoek moet worden ingezet voor [minderjarige01] . Daar staat [minderjarige01] voor open. Ook werd aangegeven dat het behandelplan binnen zes tot acht weken is opgesteld. Daarna kan worden bepaald of het verblijf in [jeugdzorg01] passend is voor [minderjarige01] . De advocaat vindt het daarom van belang om de komende tijd de vinger aan de pols te houden en verzoekt om toewijzing van het verzoek voor de duur van drie maanden, onder aanhouding van het resterende deel.
5
De nadere beoordeling
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, blijkt dat nog onverminderd sprake is van de zeer ernstige zorgen over het gedrag en de veiligheid van de minderjarige [minderjarige01] , zoals beschreven in de beschikking van 3 augustus 2023. Gelet daarop stelt de kinderrechter vast dat [minderjarige01] op dit moment ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Ook is er, op basis van wat er in het verleden is gebeurd, sprake van een gevaar voor onttrekking aan de noodzakelijk geachte zorg. De kinderrechter is daarom van oordeel dat een gesloten setting langer noodzakelijk is om [minderjarige01] te beschermen tegen zichzelf en tegen anderen en om haar behandeling te garanderen. Daarbij overweegt de kinderrechter dat [minderjarige01] is gebaat bij de duidelijkheid en de structuur die haar bij [jeugdzorg01] wordt geboden, zoals zij zelf ook heeft aangegeven.
Inmiddels is er wat meer duidelijkheid verkregen over het woon- en behandelperspectief van [minderjarige01] . De kinderrechter begrijpt dat er de komende maanden eerst nog verder moet worden ingezet op het observeren van [minderjarige01] en het opstarten van psychodiagnostiek onderzoek. Aan de hand daarvan kan vervolgens het toekomstperspectief van [minderjarige01] worden bepaald.
De kinderrechter is in ieder geval verheugd om te zien dat er een kleine vooruitgang bij [minderjarige01] zichtbaar is sinds zij in [jeugdzorg01] verblijft. Hoewel deze nog zeer pril is, is dit een positieve ontwikkeling, waar de kinderrechter [minderjarige01] voor complimenteert. De kinderrechter heeft er vertrouwen in dat [minderjarige01] , ondanks de lastige situatie waar zij zich in bevindt, de kracht en de motivatie vindt om de huidige prille positieve ontwikkelingen de komende tijd steeds verder uit breiden.
Dictum
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige01] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden, met ingang van 23 augustus 2023 en tot 23 februari 2024.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2023 door mr. Duinhof, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. De Haas als griffier. Bij afwezigheid van mr. Duinhof is de schriftelijke weergave van de beschikking gecontroleerd en ondertekend door mr. De Beer, kinderrechterrechter, op 13 september 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/412362 / JE RK 23-1361
Datum uitspraak: 23 augustus 2023
Nadere beschikking machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE BERGEN OP ZOOM
,
gevestigd te Bergen op Zoom, hierna te noemen: het college,
betreffende
[minderjarige01]
, geboren op [geboortedatum01] 2009 te [plaats01] ,
hierna te noemen: [minderjarige01] ,
advocaat: mr. S. van de Voorde, te Middelburg.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[minderjarige01]
, voornoemd,
[de moeder01]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [plaats01] ,
[de vader01]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende te [plaats01] .
1
Het nadere verloop van de procedure
Het nadere procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, van 3 augustus 2023 en alle daarin genoemde en vermelde stukken;
- het gewijzigde verzoekschrift van 10 augustus 2023 met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 15 augustus 2023;
- de instemmende verklaring van de onafhankelijke gekwalificeerde gedragswetenschapper drs. [naam01] , van 11 augustus 2023, ingekomen bij de griffie op 15 augustus 2023;
- het kennismakingsdocument van [jeugdzorg01] van 28 juli 2023, ingekomen bij de griffie op 17 augustus 2023.
De nadere mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 augustus 2023. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige01] , die ook apart is gehoord, bijgestaan door haar waarnemend advocaat, mr. M.V. de Nooijer;
- de vader;
- de moeder;
- een tweetal vertegenwoordigsters van het college.
Feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige01] .
[minderjarige01] woont bij de vader.
Bij beschikking van 28 juli 2023 is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend betreffende de minderjarige [minderjarige01] voor de duur van twee weken, met ingang van 28 juli 2023 en tot 11 augustus 2023. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.
Bij beschikking van 3 augustus 2023 is het resterende deel van de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp betreffende [minderjarige01] toegewezen voor de duur van twee weken, met ingang van 11 augustus 2023 en tot 25 augustus 2023. Tevens is bij deze beschikking van 3 augustus 2023 het verzoek tot een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden aangehouden.
Op grond van voornoemde machtiging verblijft [minderjarige01] bij [jeugdzorg01] te [plaats02] .
3
Het verzoek
Het college verzoekt een machtiging om [minderjarige01] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.
De ouders stemmen in met het verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. Dat blijkt uit de e-mail van het college van 1 augustus 2023.
De onafhankelijke gedragswetenschapper heeft ingestemd met het verzoek. Dit blijkt uit de verklaring van 11 augustus 2023.
4
De standpunten
Tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige01] aangegeven dat het goed met haar gaat bij [jeugdzorg01] . Zij voelt zich al een beetje beter sinds zij bij [jeugdzorg01] is. [minderjarige01] vertelt dat zij gisteren voor het eerst, en gelijk voor bijna een hele dag, naar school is geweest. Dat is goed gegaan. Ook benoemt [minderjarige01] dat de situatie in [jeugdzorg01] beter is dan de situatie thuis was. Dat komt volgens [minderjarige01] omdat er bij [jeugdzorg01] duidelijke regels zijn, zij bij [jeugdzorg01] meer praat en zich daar veiliger voelt. Hoewel het [minderjarige01] niet uitmaakt of zij haar verblijf in [jeugdzorg01] moet voortzetten, wil zij het wel een kans geven.
Het college handhaaft het verzoek voor de duur van zes maanden. Er is nog meer tijd nodig om de situatie van [minderjarige01] goed en zorgvuldig in kaart te brengen. De hulpverleningslijn is inmiddels uitgezet. Er zal een consult bij een psychiater worden gepland en er zal spoedig nader onderzoek plaatsvinden. Volgens de gedragswetenschapper zijn daar minimaal twee maanden voor nodig. Daarna zal moeten worden bekeken of het verblijf in [jeugdzorg01] nog langer nodig is voor [minderjarige01] , of dat een plaatsing in een open groep of bij de ouders thuis (weer) mogelijk is. Er wordt binnenkort een gesprek met de ouders ingepland om afspraken te maken over hoe de communicatie vanuit [jeugdzorg01] zal verlopen. Het is van belang dat de ouders nauw worden betrokken bij het in te zetten traject. Een terugval van [minderjarige01] moet in ieder geval worden voorkomen en daarom moet de machtiging voor een gesloten plaatsing in [jeugdzorg01] zo kort als mogelijk en zo lang als nodig worden ingezet. Er is tot slot op dit moment geen andere plek die beter aansluit op hetgeen [minderjarige01] nodig heeft. Binnen [jeugdzorg01] kan worden voldaan aan de onderzoeksvraag die er ligt en op deze manier kan [minderjarige01] in de buurt van haar ouders verblijven.
De moeder stemt in met het verzoek. [minderjarige01] heeft nu baat bij het hebben van leeftijdsgenoten om zich heen. De moeder hoopt wel dat [minderjarige01] de komende tijd wat meer gaat praten. Zij denkt dat de situatie van [minderjarige01] dan sneller kan verbeteren. Verder wil de moeder graag goed op de hoogte worden gehouden van wat er in [jeugdzorg01] gebeurt.
De vader stemt ook in met het verzoek. Volgens de vader is het nu beter voor [minderjarige01] om bij [jeugdzorg01] te verblijven dan bij de ouders thuis. Hij is erg dankbaar voor de vooruitgang die er bij [minderjarige01] te zien is. [minderjarige01] doet mee aan groepsactiviteiten, danst en knuffelt. Dat is erg positief. Zodra de thuissituatie weer een veilige en fijne omgeving voor [minderjarige01] kan zijn, kan zij volgens de vader weer naar huis komen.
De advocaat brengt namens [minderjarige01] naar voren dat zij geen opmerkingen heeft over de juridische vereisten van het verzoek. Hoewel [minderjarige01] heeft verteld dat het haar niet uitmaakt of zij langer in [jeugdzorg01] moet blijven, wil zij op dit moment liever in [jeugdzorg01] blijven dan thuis. De situatie is zorgelijk en complex en het is begrijpelijk dat er meer tijd nodig is om deze eerst goed te kunnen beoordelen. Uit de verklaring van de gedragswetenschapper volgt dat er psychodiagnostisch onderzoek moet worden ingezet voor [minderjarige01] . Daar staat [minderjarige01] voor open. Ook werd aangegeven dat het behandelplan binnen zes tot acht weken is opgesteld. Daarna kan worden bepaald of het verblijf in [jeugdzorg01] passend is voor [minderjarige01] . De advocaat vindt het daarom van belang om de komende tijd de vinger aan de pols te houden en verzoekt om toewijzing van het verzoek voor de duur van drie maanden, onder aanhouding van het resterende deel.
5
De nadere beoordeling
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, blijkt dat nog onverminderd sprake is van de zeer ernstige zorgen over het gedrag en de veiligheid van de minderjarige [minderjarige01] , zoals beschreven in de beschikking van 3 augustus 2023. Gelet daarop stelt de kinderrechter vast dat [minderjarige01] op dit moment ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Ook is er, op basis van wat er in het verleden is gebeurd, sprake van een gevaar voor onttrekking aan de noodzakelijk geachte zorg. De kinderrechter is daarom van oordeel dat een gesloten setting langer noodzakelijk is om [minderjarige01] te beschermen tegen zichzelf en tegen anderen en om haar behandeling te garanderen. Daarbij overweegt de kinderrechter dat [minderjarige01] is gebaat bij de duidelijkheid en de structuur die haar bij [jeugdzorg01] wordt geboden, zoals zij zelf ook heeft aangegeven.
Inmiddels is er wat meer duidelijkheid verkregen over het woon- en behandelperspectief van [minderjarige01] . De kinderrechter begrijpt dat er de komende maanden eerst nog verder moet worden ingezet op het observeren van [minderjarige01] en het opstarten van psychodiagnostiek onderzoek. Aan de hand daarvan kan vervolgens het toekomstperspectief van [minderjarige01] worden bepaald.
De kinderrechter is in ieder geval verheugd om te zien dat er een kleine vooruitgang bij [minderjarige01] zichtbaar is sinds zij in [jeugdzorg01] verblijft. Hoewel deze nog zeer pril is, is dit een positieve ontwikkeling, waar de kinderrechter [minderjarige01] voor complimenteert. De kinderrechter heeft er vertrouwen in dat [minderjarige01] , ondanks de lastige situatie waar zij zich in bevindt, de kracht en de motivatie vindt om de huidige prille positieve ontwikkelingen de komende tijd steeds verder uit breiden.
Dictum
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige01] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden, met ingang van 23 augustus 2023 en tot 23 februari 2024.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2023 door mr. Duinhof, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. De Haas als griffier. Bij afwezigheid van mr. Duinhof is de schriftelijke weergave van de beschikking gecontroleerd en ondertekend door mr. De Beer, kinderrechterrechter, op 13 september 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.