Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-09-06
ECLI:NL:RBZWB:2023:6320
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,315 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
Zaaknummer: 10333476 CV EXPL 23-551
Vonnis van 6 september 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap SECURITY MONITORING CENTRE B.V.,
statutair gevestigd te Tiel,
eisende partij,
gemachtigde: AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders te Bergen op Zoom,
tegen
1de vennootschap onder firma [gedaagde sub 1] ,
gevestigd en kantoorhoudende te [adres ] ,2. [gedaagde sub 2] , vennoot van gedaagde sub 1,
wonende te [woonadres 1]
3. [gedaagde sub 3] , vennoot van gedaagde sub 1,
wonende te [woonadres 2] ,
gedaagde partijen,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna SMC en de VOF (in vrouwelijk enkelvoud) genoemd.
1Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het tussenvonnis in deze zaak van 31 mei 2023 met de daarin genoemde processtukken;
b. de akte van SMC van 28 juni 2023 met één productie.
2De verdere beoordeling
2.1
Bij voornoemd tussenvonnis heeft de kantonrechter SMC in de gelegenheid gesteld te onderbouwen hoe de overeenkomst tussen haar en de VOF tot stand is gekomen en op welke manier de algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard en ter hand gesteld. Ook dient zij in te gaan op de vraag of SMC de overeenkomst heeft opgezegd of dat de overeenkomst is geëindigd naar aanleiding van het in de procedure overgelegde e-mailbericht van [naam] .
2.2
SMC voert bij akte aan dat op het moment van het sluiten van de overeenkomst tussen partijen haar algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard en ter hand zijn gesteld. De overeenkomst is echter al dertien jaar geleden gesloten, waardoor SMC daar geen stukken meer van heeft om haar stellingen te onderbouwen. Dat er sprake is van een overeenkomst en dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard en ter hand zijn gesteld volgt voldoende uit de door SMC aan de VOF toegestuurde correspondentie, aldus SMC. Tot slot voert SMC aan dat de VOF de overeenkomst tussen partijen heeft opgezegd. Ter onderbouwing legt zij een e-mailbericht van de VOF van 16 februari 2022 over.
2.3
De VOF is in de gelegenheid gesteld op de voornoemde akte te reageren, maar heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
2.4
Nu de stellingen van SMC bij akte niet meer zijn weersproken door de VOF, is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende betwist dat er een overeenkomst is tussen partijen, waarop de algemene voorwaarden van SMC van toepassing zijn en dat de algemene voorwaarden ter hand zijn gesteld. SMC komt dan ook een beroep toe op haar voorwaarden. Uit die voorwaarden volgt dat de VOF te laat de overeenkomst heeft opgezegd, zodat zij het geheel jaar 2022 nog dient te betalen. Het voorgaande leidt ertoe dat de hoofdsom van een bedrag van € 366,03 toewijsbaar is.
2.5
Voorts is voldoende onderbouwd dat buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt. Niet is voldoende onderbouwd dat het primair gevorderde bedrag van € 200,00 redelijk is. De kantonrechter zal dan ook een bedrag van € 54,90 toewijzen, zijnde het geldende forfaitaire tarief gerelateerd aan de hoofdsom.
2.6
De gevorderde contractuele rente zal als niet, dan wel onvoldoende, weersproken worden toegewezen. De enkele stelling van de VOF dat deze te hoog is, kan immers niet tot afwijzing of matiging van de gevorderde rente leiden. Uit de overgelegde algemene voorwaarden volgt voorts een fatale termijn van 30 dagen na factuurdatum (artikel 9.1), zodat de contractuele rente zal worden toegewezen als in het dictum vermeld.
2.7
De VOF zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Aan de zijde van SMC worden deze begroot op een bedrag van € 113,37 aan dagvaardingskosten, een bedrag van € 322,00 aan griffierecht en een bedrag van € 120,00 aan gemachtigdensalaris. Voor de akte na tussenvonnis zal geen salaris worden toegekend, nu het op de weg van SMC had gelegen deze informatie eerder in de procedure te brengen.
Dictum
De kantonrechter:
veroordeelt de VOF om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan SMC te betalen een bedrag van € 390,93, te vermeerderen met de contractuele rente van 1,5% per maand over een bedrag van € 336,03 vanaf dertig dagen na factuurdatum tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt de VOF in de kosten van dit geding, aan de zijde van SMC tot op heden begroot op een bedrag van € 555,37, daarin begrepen een bedrag van € 120,00 als salaris voor de gemachtigde van SMC;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2023.