Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-09-07
ECLI:NL:RBZWB:2023:6295
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
926 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/3840
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 september 2023 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser,
(gemachtigde: mr. N. Kose-Albayrak),
en
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar van 28 februari 2023 tegen de definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag over de jaren 2009, 2010 en 2011 van 2 februari 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.
Is het beroep ontvankelijk?
3. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. In dit geval eindigde de beslistermijn op 20 juli 2023 en niet zoals door eiser gesteld op 4 juli 2023. Eiser gaat in zijn ingebrekestelling van 5 juli 2023 uit van een beslistermijn van achttien weken na de indiening van het bezwaarschrift op 28 februari 2023. Deze beslistermijn van achttien weken ging alleen niet in op de datum van de indiening van het bezwaarschrift, maar na het einde van de bezwaartermijn van zes weken na de datum van de beschikking (in dit geval eindigde de bezwaartermijn op 16 maart 2023) . Eiser heeft verweerder op 5 juli 2023 in gebreke gesteld en verweerder heeft de ingebrekestelling op 7 juli 2023 ontvangen. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken.
3.1.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 7 september 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.
Artikel 6:7 in samenhang met artikel 6.10a van de Wet hersteloperatie toeslagen en artikel 7:10 van de Awb.