Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-08-23
ECLI:NL:RBZWB:2023:5932
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,666 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Middelburg
zaak/rolnr.: 8396436 / CV EXPL 20-908
vonnis van de kantonrechter d.d. 23 augustus 2023
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [plaats 1] , [gemeente] ,
eiser,
hierna verder te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. R.R.E. Nobus,
tegen:
1 [gedaagde sub 1] ,
wonende te [plaats 1] , [gemeente] ,
2. [gedaagde sub 2],
wonende te [plaats 2] , [gemeente] ,
gedaagden,
hierna gezamenlijk verder te noemen in vrouwelijk enkelvoud: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. B.J. van de Wijnckel.
12het verdere verloop van de procedure
12.1.
Voor het verloop van de procedure verwijst de kantonrechter naar het tussenvonnis van 28 september 2022. Partijen hebben daarna de volgende stukken nog overgelegd:
- de conclusie na deskundigenbericht van 26 april 2023 van de zijde van [gedaagde] ,
- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van 24 mei 2023 van de zijde van [eiser] .
12.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
13de verdere beoordeling van de zaak
13.1.
In het tussenvonnis van 28 september 2022 is de heer [deskundige 1] AA van [bedrijf 1] tot deskundige benoemd. Uiteindelijk heeft de deskundige op 23 maart 2023 een samenvatting gemaakt van zijn bevindingen, de opdracht teruggegeven en medegedeeld geen kosten in rekening te zullen brengen.
13.2.
Partijen hebben zich vervolgens bij conclusie uitgelaten. [eiser] heeft verzocht de deskundige alsnog te verzoeken een berekening te maken zoals opgenomen in zijn ‘rapport’ onder punt 6. [gedaagde] heeft aangevoerd dat de conclusie van de deskundige er toe moet leiden dat de vordering van [eiser] afgewezen moet worden, nu de vordering onvoldoende is onderbouwd en [eiser] het nodige bewijs niet heeft geleverd. De kantonrechter overweegt het volgende. De heer [deskundige 1] is gelet op de inhoud van zijn ‘rapport’ niet in staat de goodwill te begroten. Verder is de door hem geopperde berekening onder punt 6 van zijn ‘rapport’ niet bruikbaar, omdat hierbij wordt afgeweken van de tussen partijen gemaakte overeenkomst van 27 maart 2018.
13.3.
Aangezien de heer [deskundige 1] zijn opdracht heeft teruggegeven zal de kantonrechter op grond van artikel 194 lid 4 Rv hem ontslaan. De heer [deskundige 1] heeft gesteld dat hij geen kosten in rekening brengt. Zijn kosten worden om die reden begroot op nihil.
13.4.
Zoals reeds in het vonnis van 28 september 2022 overwogen, is een deskundigenbericht benodigd om vast te kunnen stellen in hoeverre er bij de verkoop van de onderneming goodwill is bedongen. De kantonrechter is voornemens een andere deskundige te benoemen en heeft andere deskundige(n) laten benaderen en vervolgens is, helaas pas geruime tijd later, de volgende deskundige bereid gevonden een deskundigenbericht uit te laten brengen:
drs. [deskundige 2] RV, [bedrijf 2] ,
[adres] , [postcode] [plaats 3] ,
T: [telefoonnummer] ,
[e-mailadres] .
13.5.
De heer [deskundige 2] begroot met bijkomende kantoorkosten de totale kosten van het deskundigenbericht op € 4.247,10,- inclusief btw. Hij hanteert daarbij een uurtarief van € 195,- exclusief btw.
13.7.
Partijen zullen nog in de gelegenheid worden gesteld om zich binnen twee weken na heden uit te laten over de hoogte van het voorschot van de deskundige en de persoon van de deskundige. Bij benoeming van de voorgestelde deskundige zullen de vragen uit het tussenvonnis van 28 september 2022 worden gehandhaafd, omdat er geen redenen zijn om deze aan te passen. De procedure zal daarvoor naar de rol worden verwezen. Het al door [eiser] betaalde voorschot van € 2.178,- voor het onderzoek van de heer [deskundige 1] valt vrij door zijn ontslag. Het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) dient dit voorschot onder zich te houden gelet op het door de heer [deskundige 2] eventueel te verrichten onderzoek en de hoogte van het door hem begrote voorschotbedrag. Dit betekent dat [eiser] – na uitlaten van partijen over het voorschot en de persoon van de deskundige, en na begroting van het voorschot – in beginsel zal worden veroordeeld tot betaling van een aanvullend voorschot van € 2.069,10.
13.8.
De kantonrechter zal iedere verdere beslissing aanhouden.
Dictum
De kantonrechter:
ontslaat de heer [deskundige 1] AA van [bedrijf 1] en begroot zijn kosten op nihil;
verwijst de procedure naar de rol van woensdag 6 september 2023 te 09:00 uur, zodat partijen zich kunnen uitlaten over de hoogte van het voorschot en de persoon van de voorgestelde te benoemen deskundige;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2023.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Middelburg
zaak/rolnr.: 8396436 / CV EXPL 20-908
vonnis van de kantonrechter d.d. 23 augustus 2023
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [plaats 1] , [gemeente] ,
eiser,
hierna verder te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. R.R.E. Nobus,
tegen:
1 [gedaagde sub 1] ,
wonende te [plaats 1] , [gemeente] ,
2. [gedaagde sub 2],
wonende te [plaats 2] , [gemeente] ,
gedaagden,
hierna gezamenlijk verder te noemen in vrouwelijk enkelvoud: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. B.J. van de Wijnckel.
12het verdere verloop van de procedure
12.1.
Voor het verloop van de procedure verwijst de kantonrechter naar het tussenvonnis van 28 september 2022. Partijen hebben daarna de volgende stukken nog overgelegd:
- de conclusie na deskundigenbericht van 26 april 2023 van de zijde van [gedaagde] ,
- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van 24 mei 2023 van de zijde van [eiser] .
12.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
13de verdere beoordeling van de zaak
13.1.
In het tussenvonnis van 28 september 2022 is de heer [deskundige 1] AA van [bedrijf 1] tot deskundige benoemd. Uiteindelijk heeft de deskundige op 23 maart 2023 een samenvatting gemaakt van zijn bevindingen, de opdracht teruggegeven en medegedeeld geen kosten in rekening te zullen brengen.
13.2.
Partijen hebben zich vervolgens bij conclusie uitgelaten. [eiser] heeft verzocht de deskundige alsnog te verzoeken een berekening te maken zoals opgenomen in zijn ‘rapport’ onder punt 6. [gedaagde] heeft aangevoerd dat de conclusie van de deskundige er toe moet leiden dat de vordering van [eiser] afgewezen moet worden, nu de vordering onvoldoende is onderbouwd en [eiser] het nodige bewijs niet heeft geleverd. De kantonrechter overweegt het volgende. De heer [deskundige 1] is gelet op de inhoud van zijn ‘rapport’ niet in staat de goodwill te begroten. Verder is de door hem geopperde berekening onder punt 6 van zijn ‘rapport’ niet bruikbaar, omdat hierbij wordt afgeweken van de tussen partijen gemaakte overeenkomst van 27 maart 2018.
13.3.
Aangezien de heer [deskundige 1] zijn opdracht heeft teruggegeven zal de kantonrechter op grond van artikel 194 lid 4 Rv hem ontslaan. De heer [deskundige 1] heeft gesteld dat hij geen kosten in rekening brengt. Zijn kosten worden om die reden begroot op nihil.
13.4.
Zoals reeds in het vonnis van 28 september 2022 overwogen, is een deskundigenbericht benodigd om vast te kunnen stellen in hoeverre er bij de verkoop van de onderneming goodwill is bedongen. De kantonrechter is voornemens een andere deskundige te benoemen en heeft andere deskundige(n) laten benaderen en vervolgens is, helaas pas geruime tijd later, de volgende deskundige bereid gevonden een deskundigenbericht uit te laten brengen:
drs. [deskundige 2] RV, [bedrijf 2] ,
[adres] , [postcode] [plaats 3] ,
T: [telefoonnummer] ,
[e-mailadres] .
13.5.
De heer [deskundige 2] begroot met bijkomende kantoorkosten de totale kosten van het deskundigenbericht op € 4.247,10,- inclusief btw. Hij hanteert daarbij een uurtarief van € 195,- exclusief btw.
13.7.
Partijen zullen nog in de gelegenheid worden gesteld om zich binnen twee weken na heden uit te laten over de hoogte van het voorschot van de deskundige en de persoon van de deskundige. Bij benoeming van de voorgestelde deskundige zullen de vragen uit het tussenvonnis van 28 september 2022 worden gehandhaafd, omdat er geen redenen zijn om deze aan te passen. De procedure zal daarvoor naar de rol worden verwezen. Het al door [eiser] betaalde voorschot van € 2.178,- voor het onderzoek van de heer [deskundige 1] valt vrij door zijn ontslag. Het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) dient dit voorschot onder zich te houden gelet op het door de heer [deskundige 2] eventueel te verrichten onderzoek en de hoogte van het door hem begrote voorschotbedrag. Dit betekent dat [eiser] – na uitlaten van partijen over het voorschot en de persoon van de deskundige, en na begroting van het voorschot – in beginsel zal worden veroordeeld tot betaling van een aanvullend voorschot van € 2.069,10.
13.8.
De kantonrechter zal iedere verdere beslissing aanhouden.
Dictum
De kantonrechter:
ontslaat de heer [deskundige 1] AA van [bedrijf 1] en begroot zijn kosten op nihil;
verwijst de procedure naar de rol van woensdag 6 september 2023 te 09:00 uur, zodat partijen zich kunnen uitlaten over de hoogte van het voorschot en de persoon van de voorgestelde te benoemen deskundige;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2023.