Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-08-03
ECLI:NL:RBZWB:2023:5469
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht, Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Voorlopige voorziening
1,226 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/3884 PW VV
uitspraak van 3 augustus 2023 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoekster], te [woonplaats verzoekster], verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.
Procesverloop
[naam betrokkene] heeft, hij stelt namens [naam verzoekster], een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:24, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2:4, eerste en tweede lid van het procesreglement bestuursrecht rechtbank 2021 kan de voorzieningenrechter een machtiging vragen als iemand zich stelt als gemachtigde.
2. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoekschrift niet is ondertekend door [naam verzoekster] Ook is geen stuk bijgevoegd waaruit blijkt dat dat [naam betrokkene] gemachtigd is om namens [naam verzoekster] om een voorlopige voorziening te verzoeken.
3. Bij brief van 26 juli 2023 heeft de griffier aan [naam betrokkene], onder andere, gevraagd om een schriftelijke machtiging toe te sturen. In die brief is tevens meegedeeld dat als de gevraagde stukken niet binnen de gestelde termijn zijn ontvangen, het verzoek niet ontvankelijk kan worden verklaard.
3. Binnen de gestelde termijn is geen machtiging ontvangen. Omdat niet is gebleken dat [naam betrokkene] gemachtigd is namens [naam verzoekster] op te treden, [naam verzoekster] niet zelf om een voorlopige voorziening heeft gevraagd en [naam betrokkene] niet aangemerkt kan worden als belanghebbende bij het verzoekschrift, zal het verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 3 augustus 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/3884 PW VV
uitspraak van 3 augustus 2023 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoekster], te [woonplaats verzoekster], verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.
Procesverloop
[naam betrokkene] heeft, hij stelt namens [naam verzoekster], een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:24, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2:4, eerste en tweede lid van het procesreglement bestuursrecht rechtbank 2021 kan de voorzieningenrechter een machtiging vragen als iemand zich stelt als gemachtigde.
2. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoekschrift niet is ondertekend door [naam verzoekster] Ook is geen stuk bijgevoegd waaruit blijkt dat dat [naam betrokkene] gemachtigd is om namens [naam verzoekster] om een voorlopige voorziening te verzoeken.
3. Bij brief van 26 juli 2023 heeft de griffier aan [naam betrokkene], onder andere, gevraagd om een schriftelijke machtiging toe te sturen. In die brief is tevens meegedeeld dat als de gevraagde stukken niet binnen de gestelde termijn zijn ontvangen, het verzoek niet ontvankelijk kan worden verklaard.
3. Binnen de gestelde termijn is geen machtiging ontvangen. Omdat niet is gebleken dat [naam betrokkene] gemachtigd is namens [naam verzoekster] op te treden, [naam verzoekster] niet zelf om een voorlopige voorziening heeft gevraagd en [naam betrokkene] niet aangemerkt kan worden als belanghebbende bij het verzoekschrift, zal het verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 3 augustus 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.