Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-07-26
ECLI:NL:RBZWB:2023:5437
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,056 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 10576173 CV EXPL 23-1827
vonnis d.d. 26 juli 2023
inzake
de besloten vennootschap
CE Credit Management Invest Fund 1 B.V.
,
gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Legalsteps B.V. gevestigd en kantoorhoudende te Oostvoorne,
tegen
[gedaagde01]
,
wonende te [postcode01] [plaats01] , [adres01] ,
gedaagde,
niet verschenen.
1
Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 5 juni 2023 met producties.
Geschil
2.1
Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen als nader in de dagvaarding omschreven, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
2.2
Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.
2.3
Nu de primaire vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen, met inachtneming van het navolgende.
2.4
Onweersproken is gesteld dat eiseres uit hoofde van met gedaagde gesloten overeenkomsten tot levering van mobiele telecommunicatiediensten een vordering heeft op gedaagde die zij als volgt specificeert:
openstaande facturen € 519,66
buitengerechtelijke incassokosten
€ 77,95
totaal € 597,61.
2.5
Onweersproken gesteld is voorts dat gedaagde deelbetalingen tot een bedrag van € 195,00 heeft gedaan nadat zij door eiseres is aangemaand tot betaling van de hoofdsom en is gewezen op de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke incassokosten bij gebreke van voldoening daarvan. Ingevolge artikel 6:44 BW strekken deze deelbetalingen eerst in mindering op de rente, daarna op de kosten en vervolgens op de hoofdsom. Dit heeft tot gevolg dat de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 77,95 volledig zijn voldaan en er aldus geen grondslag voor toewijzing van deze kosten bestaat. De vordering tot voldoening van de buitengerechtelijke incassokosten zal dan ook worden afgewezen.
2.6
Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, waaronder de nakosten. De proceskosten aan de zijde van eiseres worden tot op heden vastgesteld op:
dagvaardingskosten € 107,84
griffierecht € 128,00
salaris gemachtigde
€ 39,00
totaal € 274,84
2.7
De nakosten worden begroot op € 19,50 (half salarispunt met een maximum van
€ 132,00) aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de uitspraak.
Dictum
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 324,66 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de respectievelijke vervaldata van de in de dagvaarding gespecificeerde facturen tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 274,84;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2023.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 10576173 CV EXPL 23-1827
vonnis d.d. 26 juli 2023
inzake
de besloten vennootschap
CE Credit Management Invest Fund 1 B.V.
,
gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Legalsteps B.V. gevestigd en kantoorhoudende te Oostvoorne,
tegen
[gedaagde01]
,
wonende te [postcode01] [plaats01] , [adres01] ,
gedaagde,
niet verschenen.
1
Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 5 juni 2023 met producties.
Geschil
2.1
Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen als nader in de dagvaarding omschreven, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
2.2
Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.
2.3
Nu de primaire vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen, met inachtneming van het navolgende.
2.4
Onweersproken is gesteld dat eiseres uit hoofde van met gedaagde gesloten overeenkomsten tot levering van mobiele telecommunicatiediensten een vordering heeft op gedaagde die zij als volgt specificeert:
openstaande facturen € 519,66
buitengerechtelijke incassokosten
€ 77,95
totaal € 597,61.
2.5
Onweersproken gesteld is voorts dat gedaagde deelbetalingen tot een bedrag van € 195,00 heeft gedaan nadat zij door eiseres is aangemaand tot betaling van de hoofdsom en is gewezen op de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke incassokosten bij gebreke van voldoening daarvan. Ingevolge artikel 6:44 BW strekken deze deelbetalingen eerst in mindering op de rente, daarna op de kosten en vervolgens op de hoofdsom. Dit heeft tot gevolg dat de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 77,95 volledig zijn voldaan en er aldus geen grondslag voor toewijzing van deze kosten bestaat. De vordering tot voldoening van de buitengerechtelijke incassokosten zal dan ook worden afgewezen.
2.6
Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, waaronder de nakosten. De proceskosten aan de zijde van eiseres worden tot op heden vastgesteld op:
dagvaardingskosten € 107,84
griffierecht € 128,00
salaris gemachtigde
€ 39,00
totaal € 274,84
2.7
De nakosten worden begroot op € 19,50 (half salarispunt met een maximum van
€ 132,00) aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de uitspraak.
Dictum
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 324,66 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de respectievelijke vervaldata van de in de dagvaarding gespecificeerde facturen tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 274,84;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2023.