Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-07-05
ECLI:NL:RBZWB:2023:5280
Civiel recht
Bodemzaak
1,709 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
zaaknummer 10438156 CV EXPL 23-1146
vonnis van 5 juli 2023
in de zaak van
NETPOINT FACTORING B.V.
,
te Kaatsheuvel,
eisende partij,
hierna te noemen: Netpoint,
gemachtigde: GGN Brabant,
tegen
[gedaagde01]
,
te [plaats01] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde01] ,
procederend in persoon.
1
Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
a. de dagvaarding van 20 maart 2023, met producties;
b. de conclusie van antwoord, met producties;
c. het extract audiëntieblad van 12 april 2023 met een aanvullend antwoord;
d. de akte uitlating Netpoint;
e. de antwoordakte [gedaagde01] , met producties;
f. de akte uitlating Netpoint.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
2.1
Netpoint vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde01] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 635,19, vermeerderd met de overeengekomen rente van 1,00% per maand over € 568,24, subsidiair de wettelijke rente over dit bedrag, te berekenen vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van de volledige betaling. Tevens vordert Netpoint Cornet te veroordelen in de proceskosten.
2.2
Netpoint heeft, samengevat, aan haar vordering ten grondslag gelegd dat de heer [naam01] , orthodontist te [plaats02] , in opdracht en voor rekening van [gedaagde01] ten behoeve van zijn minderjarige dochter, [kind01] ( [geboortedag01] 2012) twee orthodontie behandelingen heeft uitgevoerd. [gedaagde01] is in zijn hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger aansprakelijk voor de kosten van de orthodontie behandelingen van zijn dochter. Verder heeft [gedaagde01] de vordering impliciet erkend, doordat hij een betalingsregeling heeft getroffen.
2.3
[gedaagde01] heeft verweer gevoerd. Hij heeft daartoe, samengevat, het volgende gesteld. Ten tijde van de behandeling bij de orthodontist was zijn dochter woonachtig en verzekerd bij haar moeder in [plaats02] . Op 1 mei 2022 is zijn dochter bij [gedaagde01] komen wonen. De zorgverzekering is per 20 juli 2022 overgesloten. Volgens [gedaagde01] behoren de kosten die zijn gemaakt voor 1 mei 2022 toe aan zijn ex-vrouw. De reden dat hij is gedagvaard, heeft er waarschijnlijk mee te maken dat hij zichzelf als contactpersoon heeft laten registeren. Verder heeft hij een bedrag betaald ter aflossing, omdat de behandeling van zijn dochter alleen kon worden voortgezet als achterstallige rekeningen zouden worden voldaan of zouden worden betaald in de vorm van een betalingsregeling.
Beoordeling
3.1
Vast staat dat de heer [naam01] , orthodontist, ten behoeve van de dochter van [gedaagde01] orthodontie behandelingen heeft uitgevoerd. In de kern gaat het om de vraag of Netpoint Cornet kan aanspreken ter zake van de voor deze behandeling gemaakte kosten.
3.2
De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 1:404 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ouders/wettelijk vertegenwoordigers aansprakelijk zijn voor de verzorging en opvoeding van het minderjarige kind. Daarover vallen mede de behandelingen als de onderhavige. De omstandigheid dat de dochter van [gedaagde01] ten tijde van de behandelingen niet op zijn adres woonachtig was, doet niet af aan zijn aansprakelijkheid als wettelijk vertegenwoordiger voor de kosten verbonden aan de (medische)verzorging van zijn minderjarige dochter. Voor zover [gedaagde01] heeft aangevoerd dat zijn ex-echtgenote (mede)verantwoordelijk en aansprakelijk is, had het op zijn weg gelegen om haar in deze procedure (in vrijwaring) op te roepen. Dat heeft echter niet plaatsgevonden. Bovendien binden de eventuele door [gedaagde01] met zijn ex-echtgenote gemaakte afspraken ten aanzien van de betaling van de onderhavige facturen Netpoint niet.
3.3
Het voorgaande betekent dat een bedrag van € 488,24 (€ 568,24 minus € 80,00) aan hoofdsom voor toewijzing gereed ligt.
3.4
Verder heeft [gedaagde01] aanspraak gemaakt op een bedrag van € 85,24 aan buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat de namens Netpoint verzonden brief van 21 oktober 2022 de aanmaning bevat als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek. In deze brief is [gedaagde01] het thans gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten aangezegd. Nu dat bedrag conform de wettelijke norm is, is daarmee gegeven dat ook dit bedrag kan worden toegewezen.
3.5
De niet betwiste gevorderde contractuele rente kan eveneens worden toegewezen.
3.6
[gedaagde01] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Netpoint als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
€
107,84
- griffierecht
€
322,00
- salaris gemachtigde
€
198,00
(1,5 punten × € 132,00)
Totaal
€
627,84
Dictum
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde01] om aan Netpoint te betalen een bedrag van € 635,19, vermeerderd met de overeengekomen rente van 1% per maand over € 568,24, vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van de volledige betaling;
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, aan de zijde van Netpoint tot dit vonnis vastgesteld op € 627,84;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op
5 juli 2023.