Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-07-04
ECLI:NL:RBZWB:2023:4702
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Wraking
1,214 tokens
Dictum
[verzoeker01] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
verzoeker,
vertegenwoordigd door zijn [gemachtigde01] .
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:
het proces-verbaal van de zitting van 19 juni 2023, waarop de gemachtigde namens verzoeker een wrakingsverzoek heeft ingediend;
de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank in de hoofdzaak.
2
Het verzoek
2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van mr. Karsten-Badal (hierna: de rechter), optredend als kantonrechter van deze rechtbank in de zaak met zaaknummer 10237466 CV EXPL 22-4553 (hierna: de hoofdzaak) op de gronden zoals in het proces-verbaal van de zitting zijn uiteengezet.
2.2.
De rechter berust niet in het verzoek tot wraking.
Feiten
In de bodemzaak met zaaknummer 10237466 CV EXPL 22-4553 vordert verzoeker de betaling van een geldsom.
4
Het standpunt van verzoeker
Verzoeker heeft, kort weergegeven, het volgende aangevoerd. De rechter heeft de schijn van vooringenomenheid gewekt doordat zij een adequate bewijslevering in de weg staat en het verzoeker niet mogelijk wordt gemaakt om zijn stellingen adequaat aan te tonen of te bewijzen. Het horen van getuigen is a priori nodig, anders is de zaak verloren.
Beoordeling
5.1.
Op grond van artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
5.2.
Voorop moet worden gesteld, dat bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter als uitgangspunt geldt, dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat een rechter ten aanzien van een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
Beoordeling
5.3.
Naar het oordeel van de wrakingskamer kan uit de namens verzoeker aangevoerde wrakingsgrond geen zwaarwegende omstandigheid als bedoeld in 5.2 worden afgeleid. De wrakingskamer overweegt daartoe als volgt.
5.4
De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond is. De afwijzing van het namens verzoeker ingediende verzoek om over te gaan tot het gelasten van een getuigenverhoor, betreft een procesbeslissing en die vormt op zichzelf onvoldoende grond voor wraking. Een procesbeslissing wordt genomen, zodat het proces voortgang kan vinden en het nemen daarvan impliceert niet zonder meer dat de rechter vooringenomenheid koestert of dat een vrees voor partijdigheid voor andere door de rechter te nemen beslissingen objectief gerechtvaardigd is. Er zijn ook geen andere omstandigheden gesteld of gebleken, waaruit moet worden geconcludeerd dat de procesbeslissing zelf is ingegeven door vooringenomenheid van de rechter. Dat het verzoek tot het horen van getuigen in deze stand van de procedure is afgewezen, betekent ook niet dat de rechter daartoe op een later moment in de procedure niet alsnog kan overgaan. De rechter heeft ter zitting een nadere toelichting gegeven over het verloop van een civiele procedure en het moment waarop zij aan bewijslevering toekomt. Namens verzoeker is op geen enkele manier feitelijk onderbouwd dat sprake is geweest van enige schijn van vooringenomenheid of van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid van de rechter schade zou kunnen leiden.
5.5
Omdat sprake is van een kennelijk ongegrond wrakingsverzoek laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond,
bepaalt dat de behandeling van de zaak met zaaknummer: 10237466 CV EXPL 22-4553 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de indiening van dit verzoek.
Deze beslissing is gegeven op 4 juli 2023, door mr. Peters, voorzitter, mr. Zander en mr. Leppens, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. Verhulst-Langer, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De voorzitter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.