Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-06-01
ECLI:NL:RBZWB:2023:4646
Strafrecht
Raadkamer
585 tokens
Dictum
[klager01]
geboren op [geboortedatum01] 2004 te [geboorteplaats01] ,
wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01]
hierna te noemen: klager.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 4 januari 2023 onder klager in beslag is genomen: een personenauto, merk, Volkswagen, type, Golf en voorzien van [kenteken01] .
het klaagschrift, ingediend op 27 januari 2023 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv; en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 1 juni 2023. Gehoord zijn de officier van justitie en klager.
Klager wilde zijn auto terug. In raadkamer heeft klager verklaard dat hij inmiddels zijn auto op heeft kunnen halen en weer in het bezit is van zijn auto.
De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat er geen belang van strafvordering meer is gediend met de verdere inbeslagname van de auto. Er is inmiddels een last tot teruggave afgegeven en klager is weer in het bezit van zijn auto. Het beslag is daarmee beëindigd.
Beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
Door de last tot teruggave aan klager van de op grond van artikel 94 Sv. in beslag genomen auto is het beslag reeds geëindigd. Klager is wederom in het bezit van zijn auto. De rechtbank zal klager dan ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn klaagschrift.
Dictum
De rechtbank:
verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift.
Deze beslissing is een schriftelijke bevestiging van de op 1 juni 2023 mondeling gegeven beslissing door mr. A.L. Hoekstra, rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juni 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatie
worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).