Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-06-14
ECLI:NL:RBZWB:2023:4143
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,514 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 21/3723
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juni 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West Brabant (gemeente Zundert).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 26 juli 2021.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een aanslag in de leges met kenmerk [kenmerk] opgelegd (de aanslag), in verband met het in behandeling nemen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de aanslag gehandhaafd.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 10 mei 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft namens de heffingsambtenaar [heffingsambtenaar] deelgenomen. Belanghebbende is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 28 februari 2023 aan belanghebbende naar het door hem opgegeven adres, onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Belanghebbende is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen op de zitting. Nu de genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van PostNL blijkt dat de brief op 1 maart 2023 aan belanghebbende op genoemd adres is bezorgd, is de rechtbank van oordeel dat belanghebbende op de juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd. De rechtbank heeft daarom de zaak behandeld buiten aanwezigheid van belanghebbende.
Feiten
2. Belanghebbende heeft op 16 juni 2020 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor de activiteit “bouwen” voor de plaatsing van zonnepanelen. De vergunning is op 1 februari 2021 van rechtswege verleend.
2.1.
Vanwege de aanvraag van de omgevingsvergunning is met dagtekening 9 maart 2021 de aanslag opgelegd naar een bedrag van € 500.
Beoordeling
3. De rechtbank beoordeelt of de aanslag terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
4. De rechtbank is van oordeel dat de aanslag terecht en niet tot een te hoog bedrag is opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4.1.
Belanghebbende stelt dat door de gemeente Zundert nagenoeg geen inspanningen zijn verricht om te komen tot het verstrekken van de gevraagde omgevingsvergunning. Daarom mag de gemeente geen leges in rekening brengen, aldus belanghebbende.
4.2.
De heffingsambtenaar heeft gesteld dat de gemeente de volgende werkzaamheden heeft verricht in verband met de door belanghebbende gevraagde omgevingsvergunning:
Het uitvoeren van een ontvankelijkheidstoets;
Het opvragen van aanvullende informatie bij belanghebbende;
Het verlengen van de beslistermijn;
Het uitvoeren van een bestemmingsplantoets;
Het bespreken van de bestemmingsplantoets op een Wabo-overleg;
Het aanvragen van welstandsadvies, welk advies is gegeven;
Het verlenen van de vergunning van rechtswege.
4.3.
De rechtbank overweegt dat vaststaat dat de aangevraagde omgevingsvergunning van rechtswege is verleend op 1 februari 2021. Uit hetgeen door de heffingsambtenaar gemotiveerd is aangevoerd volgt dat in de periode voorafgaand door de gemeente Zundert diverse werkzaamheden zijn verricht in verband met de behandeling van de aanvraag. De rechtbank stelt vast dat het belastbare feit, het in behandeling nemen van een aanvraag omgevingsvergunning, zich heeft voorgedaan en dat de gemeente Zundert werkzaamheden heeft verricht om de aanvraag te behandelen. De aanslag is daarom terecht aan belanghebbende opgelegd.
4.4.
Uit onderdeel 2.3.1.1.1. van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening Zundert 2020 volgt dat het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit “Bouwen” € 500 bedraagt, indien de bouwkosten minder bedragen dan € 25.000. De door belanghebbende geraamde bouwkosten van de zonnepanelen bedragen € 7.500. De rechtbank is van oordeel dat de aanslag naar het juiste bedrag is opgelegd.
Conclusie
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de aanslag in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. F.A.J.M. Wouters, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Artikel 2 van de Legesverordening Zundert 2020.