Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-06-07
ECLI:NL:RBZWB:2023:3985
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,086 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 10300761 \ CV EXPL 23-291
Vonnis van 7 juni 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap C&S THE LABEL B.V.
,
gevestigd te Barendrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: C&S,
gemachtigde: De Klerk gerechtsdeurwaarders B.V. te Ede,
tegen
[gedaagde01]
handelend onder de naam
[bedrijf gedaagde01]
,
wonende te ( [postcode01] ) [plaats01] aan het adres [adres01] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde01] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 januari 2023 met producties;
- de conclusie van antwoord van 27 februari 2023;
- de akte van C&S van 29 maart 2023 met producties;
- de antwoordakte van [gedaagde01] van 12 april 2023.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
2.1.
C&S vordert betaling van haar facturen, te vermeerderen met rente en kosten. Zij stelt kleding aan [gedaagde01] te hebben geleverd. Nadat [gedaagde01] een betalingsachterstand had laten ontstaan, heeft C&S meerdere orders geannuleerd en annuleringskosten in rekening gebracht. [gedaagde01] laat ook die facturen onbetaald, zodat zij rente en kosten verschuldigd is geworden. Op het verweer van [gedaagde01] voert C&S aan dat [gedaagde01] nimmer contact heeft gezocht met betrekking tot de achterstand. Op alle orders bij C&S zijn de algemene voorwaarden van toepassing. Dit is op de orderbevestigingen opgenomen. Op grond van die voorwaarden kunnen overeenkomsten tussen partijen bij een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door de afnemer direct worden ontbonden, waarna de afnemer een schadevergoeding van 30% verschuldigd is. Dat [gedaagde01] met andere leveranciers afspraken heeft kunnen maken, regardeert C&S niet. Te meer, nu C&S geen contact met [gedaagde01] kon krijgen.
2.2.
[gedaagde01] erkent de goederen te hebben besteld en te hebben ontvangen. Zij voert aan dat zij aan C&S heeft bericht te willen betalen, maar dat zij door alle omstandigheden, die samenhingen met de Coronapandemie, niet kon betalen. Hierdoor wilde C&S de zomercollectie niet leveren, maar bracht vervolgens wel 30% van het orderbedrag in rekening. [gedaagde01] heeft de leveringsvoorwaarden nimmer gezien, maar ook als deze gelden is het onterecht dat [gedaagde01] de gevorderde bedragen dient te voldoen, nu zij geen omzet had door de sluiting, terwijl de verkoop bij C&S online door bleef gaan. Met andere leveranciers heeft [gedaagde01] afspraken kunnen maken, maar C&S stond daar niet voor open.
2.3.
Nu [gedaagde01] niet heeft weersproken de gestelde orders te hebben geplaatst en de kleding van de facturen [factuurnummer01] en [factuurnummer02] te hebben ontvangen, zijn die factuurbedragen toewijsbaar.
2.4.
Ook is door [gedaagde01] niet weersproken dat zij voornoemde facturen onbetaald heeft gelaten. C&S heeft daarop op grond van artikel 10 van haar algemene voorwaarden de verdere overeenkomsten met [gedaagde01] ontbonden en annuleringskosten in rekening gebracht.
2.5.
[gedaagde01] voert met betrekking tot de annuleringskosten aan dat zij de algemene voorwaarden van C&S niet heeft ontvangen. Echter, uit de door C&S overgelegde en door [gedaagde01] ondertekende orderbevestigingen volgt dat daarin is opgenomen dat de algemene voorwaarden op de desbetreffende order van toepassing zijn. Ook is in de orderbevestigingen opgenomen waar [gedaagde01] de algemene voorwaarden kon vinden/opvragen. Gelet op het bepaalde in artikel 6:232, 6:233 onder a en 6:234 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek is [gedaagde01] gebonden aan die algemene voorwaarden en zijn deze ter hand gesteld. Immers, [gedaagde01] heeft niet weersproken dat de algemene voorwaarden op voorhand werden toegestuurd, maar ook volgt uit de orderbevestigingen dat zijn deze gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel en op te vragen bij de accountmanagers van C&S. Met het voorgaande is aan de terhandstelling voldaan. Dat [gedaagde01] de algemene voorwaarden mogelijk niet gelezen heeft, is voor de gebondenheid aan die algemene voorwaarden niet van belang.
2.6.
Het voorgaande leidt ertoe dat C&S met een beroep op haar algemene voorwaarden de overeenkomsten met [gedaagde01] mocht ontbinden en annuleringskosten in rekening mocht brengen.
2.7.
[gedaagde01] voert daarnaast aan dat het niet redelijk is dat die kosten in rekening worden gebracht, gelet op alle omstandigheden die samenhingen met de Coronapandemie. De kantonrechter heeft begrip voor de moeilijke situatie, waarin [gedaagde01] op dat moment zat, maar dit kan niet leiden tot afwijzing of beperking van de annuleringskosten. Een beroep op de beperkte werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW) kan immers enkel worden gehonoreerd in uitzonderingssituatie. In de onderhavige zaak is daarvan onvoldoende gebleken. Immers, niet is gebleken dat [gedaagde01] contact heeft opgenomen met C&S om de betalingsachterstand te bespreken. Daarbij heeft [gedaagde01] niet onderbouwd wat zij heeft gedaan om haar inkomstenderving op te vangen. Het stond haar ook vrij om online kleding te gaan verkopen bijvoorbeeld.
2.8.
Het voorgaande betekent dat de hoofdsom van een bedrag van € 8.311,68 toewijsbaar is.
2.9.
C&S vordert een vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 790,58. Zij heeft voldoende onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. De hoogte van het gevorderde bedrag is gelijk aan de geldende forfaitaire tarieven. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal dan ook worden toegewezen.
2.10.
De gevorderde contractuele rente is, als gegrond op de algemene voorwaarden, toewijsbaar.
2.11.
[gedaagde01] is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten met betrekking tot het beslagregister worden afgewezen, nu niet is onderbouwd dat met die aanvraag kosten gemoeid waren. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van C&S dan ook vastgesteld als volgt:
- kosten van de dagvaarding
€
113,30
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
495,00
(1,5 punten × € 330,00)
Totaal
€
1.122,30
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan C&S te betalen een bedrag van € 9.972,05, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 12% per jaar over een bedrag van € 8.311,68, met ingang van 18 januari 2023, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, aan de zijde van C&S tot dit vonnis vastgesteld op € 1.122,30,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op
7 juni 2023.