Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2021-05-25
ECLI:NL:RBZWB:2021:2591
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
4,003 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/1837 OPIUMW VV
uitspraak van 25 mei 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker], te [woonplaats verzoeker], verzoeker,
gemachtigde: mr. M.G. Cantarella,
en
de burgemeester van de gemeente Terneuzen (de burgemeester), verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 20 april 2021 (bestreden besluit) van de burgemeester inzake de sluiting van zijn woning aan [adres verzoeker] in [woonplaats verzoeker] voor de duur van drie maanden. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 19 mei 2021. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De burgemeester heeft zich laten vertegenwoordigen door N. van Hurck.
Overwegingen
Feiten
Verzoeker is eigenaar van de woning aan [adres verzoeker] in [woonplaats verzoeker].
Uit de bestuurlijke rapportage van de politie van 16 februari 2021 blijkt dat de politie op
3 februari 2021, na melding van een buurtbewoner over het vermoeden van een hennepkwekerij en een elektriciteitsmeting die dat bevestigde, in deze woning is binnengetreden. In de woning werden drie in werking zijnde en ingerichte kweekruimten en -tenten aangetroffen met totaal 600 hennepplanten. De elektriciteitskabels waren met tie-wraps vastgemaakt aan de buizen van de kweektent en er waren een aantal kabels aan elkaar vastgemaakt met tie-wraps. De elektriciteit werd illegaal afgenomen.
Op 16 maart 2021 heeft de burgemeester aan verzoeker zijn voornemen kenbaar gemaakt om de woning met toepassing van artikel 13b van de Opiumwet voor een periode van
3 maanden te sluiten.
Verzoeker heeft daartegen zijn zienswijze kenbaar gemaakt.
2. Bestreden besluit
In het bestreden besluit heeft de burgemeester verzoeker gelast om zijn woning aan [adres verzoeker] in [woonplaats verzoeker] te sluiten en gesloten te houden voor een periode van
3 maanden, met ingang van 6 mei 2021. De burgemeester stelt dat sprake is van beroeps- of bedrijfsmatige teelt en een ernstig geval, gelet op de schaalgrootte van de teelt, de mate van professionaliteit, het doel van de teelt en de mate van gevaarzetting en de risico’s voor de bewoners, omwonenden en de omgeving. Omdat in de woning een handelshoeveelheid drugs is aangetroffen en attributen die te relateren zijn aan drugshandel, wordt aangenomen dat de woning een rol vervult binnen de keten van drugshandel. Daarnaast heeft verzoeker verklaard dat hij hennep kweekte om zijn schulden af te kunnen lossen. De burgemeester concludeert daarom dat de geweekte hennep voor verkoop aanwezig was.
De burgemeester meent dan ook dat hij bevoegd is om verzoekers woning te sluiten. Ter uitoefening van deze bevoegdheid heeft de burgemeester het Damoclesbeleid 2017 vastgesteld. Overeenkomstig dit beleid wordt verzoekers woning gesloten voor drie maanden, omdat daarin een grote handelshoeveelheid hennepplanten is aangetroffen. De burgemeester ziet geen aanleiding om vanwege bijzondere omstandigheden van zijn beleid af te wijken. Dat verzoeker het voornemen heeft om zijn woning te verkopen en een makelaar opdracht tot verkoop heeft gegeven, acht de burgemeester niet een bijzondere omstandigheid. Een sluiting staat verkoop van de woning niet in de weg, alleen een mogelijke bezichtiging. De burgemeester deelt voorts verzoekers stellingen dat de herstelmaatregel overkomt als punitief en dat er geen sprake is van overlast, niet. Het kweken van hennep brengt risico’s mee, zoals brandgevaar. Er is een kwekerij met 600 hennepplanten in verzoekers woning aangetroffen, waarvan aannemelijk is dat die bestemd waren voor de handel en dat die deel uitmaakt van een groter crimineel circuit. Dit zorgt voor overlast en een onveilig gevoel in de buurt. De politie is de hennepkwekerij ook op het spoor gekomen na melding van een buurtbewoner. Verzoeker kan van overtreding van de Opiumwet een verwijt worden gemaakt, omdat hij rechtstreeks bij de overtreding betrokken was. Het is de burgemeester verder niet bekend dat verzoeker een bijzondere binding heeft met de woning en hij gaat er van uit dat verzoeker in staat is vervangende woonruimte te vinden. De burgemeester meent dan ook in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik te kunnen maken.
De burgemeester heeft aangegeven de effectuering van de woningsluiting uit te stellen tot na de uitspraak van de voorzieningenrechter.
3. Verzoek
Verzoeker heeft, samengevat, aangevoerd dat het Damoclesbeleid van de burgemeester onredelijk is; er lijkt geen weging in het voordeel van verzoeker mogelijk. Verzoeker heeft er een groot belang bij dat zijn woning niet tijdelijk wordt gesloten. Hij is voornemens zijn woning te verkopen en elders te gaan wonen. Hij heeft een makelaar opdracht tot verkoop gegeven. De verwachting is dat de woning op niet al te lange tijd verkocht zal worden. Een woningsluiting zal een mogelijke verkoop in de weg staan; door verzegeling is bezichtiging niet mogelijk. Daarmee wordt verzoeker onredelijk hard geraakt. Bovendien komt de sluiting dan punitief over. De sluiting is ten behoeve van de openbare orde, terwijl van overlast geen sprake is. Door sluiting van de woning bestaat kans op verloedering, waarmee de openbare orde en buurt juist niet zijn gediend. Door sluiting zal verzoeker voorts zijn huisvesting kwijtraken en op straat komen te staan. Verzoeker stelt voorts dat niet duidelijk is waarom in dit geval niet kan worden volstaan met een waarschuwing. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht het bestreden besluit te schorsen.
4. Toetsingskader
Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij het nemen van een beslissing op een verzoek om voorlopige voorziening een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit een belangrijke rol speelt. Verder dient deze beslissing het resultaat te zijn van een belangenafweging, waarbij moet worden bezien of uitvoering van het bestreden besluit voor verzoeker een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering van dat besluit te dienen belang.
Beoordeling
6. Juridisch kader
Artikel 5:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in deze wet wordt verstaan onder overtreding: een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.
Op grond van artikel 5:21 van de Awb wordt onder last onder bestuursdwang verstaan: de herstelsanctie, inhoudende (a) een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en (b) de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.
In artikel 4:84 van de Awb is bepaald dat het bestuursorgaan overeenkomstig de beleidsregel handelt, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Op grond van artikel 3 van de Opiumwet – voor zover relevant – is het verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst II:
(…)
B. te telen te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren;
C. aanwezig te hebben;
D. te vervaardigen.
Hennep en hasjiesj staan op lijst II.
Op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
De burgemeester heeft invulling gegeven aan de bevoegdheid die hem op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet toekomt, middels vaststelling van het ‘Damocles beleid 2017, Beleidsnota handhaving artikel 13b Opiumwet’. (Beleidsregels)
In de Beleidsregels is opgenomen dat een hoeveelheid softdrugs van meer dan 5 gram wordt aangemerkt als een handelshoeveelheid. Het bezit van 6 tot en met 30 gram hennep of 6 tot en met 20 hennepplanten wordt beschouwd als een kleine handelshoeveelheid. In dat geval volgt bij een eerste overtreding een schriftelijke waarschuwing. Bij verkoop dan wel aanwezigheid in een woning van meer dan een kleine handelshoeveelheid softdrugs volgt bij een eerste overtreding sluiting voor een periode van drie maanden.
7. Oordeel van de voorzieningenrechter
Ter beoordeling ligt aan de voorzieningenrechter voor of de verwachting bestaat dat het besluit van de burgemeester, waarbij aan verzoeker een last onder bestuursdwang is opgelegd tot sluiting van de woning gedurende 3 maanden, in bezwaar stand zal houden.
De burgemeester is overgegaan tot sluiting, omdat in de woning softdrugs is aangetroffen, waarvan aannemelijk is dat die voor de handel bestemd waren. De burgemeester stelt als gevolg daarvan bevoegd te zijn tot handhavend optreden en voorts dat hij in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.
Bevoegdheid tot handhavend optreden
Vaststaat dat in verzoekers woning op 3 februari 2021 een hennepkwekerij met 600 planten is aangetroffen, bestemd voor de handel. De burgemeester is dan ook in beginsel bevoegd om handhavend op te treden.
Gebruik maken van de bevoegdheid tot handhaving
In geschil is of de burgemeester in redelijkheid gebruik heeft mogen maken van deze bevoegdheid.
Redelijkheid Beleidsregel
Uit rechtspraak van de AbRS volgt dat in de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13b van de Opiumwet in algemene zin is vermeld dat de burgemeester bij een eerste overtreding nog niet tot sluiting van de woning dient over te gaan, maar moet volstaan met een waarschuwing of soortgelijke maatregel. Van dit uitgangspunt mag hij in ernstige gevallen afwijken.
Het handhavingsbeleid van de burgemeester houdt in dat bij een eerste constatering van de aanwezigheid van een kleine handelshoeveelheid (6 tot en met 30 gram hennep en 6 tot en met 20 hennepplanten) niet tot sluiting wordt overgegaan, maar een schriftelijke waarschuwing volgt. Bij een handelshoeveelheid van meer gram of meer hennepplanten sluit de burgemeester de woning. Ter zitting is namens de burgemeester aangegeven dat in paragraaf 3.4.3 van de Beleidsregels is vermeld dat lokale feiten en omstandigheden aanleiding kunnen geven om af te wijken. Als voorbeelden van verzachtende omstandigheden noemt de burgemeester als er kinderen in de woning aanwezig zijn, de (hoge) leeftijd van de overtreder of als er geen alternatieve woonruimte beschikbaar is. De burgemeester heeft daarbij de mogelijkheid om op grond van artikel 4:84 van de Awb van het beleid af te wijken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het handhavingsbeleid van de burgemeester/de Beleidsregels onder deze omstandigheden niet onredelijk en kan hij deze voeren. Er is voldoende ruimte om te volstaan met een minder vergaande maatregel dan sluiting, zodat aan het uitgangspunt van de wetgever dat bij een overtreding zorgvuldig dient te worden bezien of in plaats van sluiting van een woning kan worden volstaan met een waarschuwing of een daaraan soortgelijke maatregel, voldoende inhoud kan worden gegeven.
Redelijkheid woningsluiting in dit geval
Een woningsluiting van drie maanden is overeenkomstig de Beleidsregels. De vraag is of dit in dit specifieke geval redelijk is. Bij het beoordelen van de zwaarte van de maatregel is voorts van belang of de maatregel zodanig zwaar is dat deze daardoor als punitief moet worden beschouwd. De zwaarte van de maatregel wordt beoordeeld aan de hand van objectieve maatstaven. Hoe de betrokkene de maatregel subjectief ervaart is hierbij in het algemeen niet van belang.
Zoals reeds overwogen is de burgemeester bevoegd om op grond van artikel 4:84 van de Awb onder bijzondere omstandigheden van de Beleidsregels af te wijken. Bij die beoordeling dient in de eerste plaats aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding te worden beoordeeld in hoeverre sluiting van een woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde. Vervolgens moet worden beoordeeld of sluiting van de woning evenredig is.
Noodzakelijkheid
In verzoekers woning is een professionele hennepkwekerij met 600 planten en de bijbehorende apparatuur en voedingsstoffen aangetroffen. Daarnaast zijn er in de woning attributen aangetroffen die te relateren zijn aan drugshandel, zoals twee cannacutters en een weegschaal. Drugshandel wordt door verzoeker ook niet ontkend; hij heeft zelfs erkend dat hij de kwekerij is gestart om uit de schulden te komen.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter mag er daarom van uit worden gegaan dat de woning een rol vervulde binnen de keten van drugshandel. Dit levert op zichzelf al een belang bij sluiting op, ook als ter plaatse geen overlast of feitelijke drugshandel is geconstateerd.
Bovendien is ter zitting gebleken dat de buurt/het dorp – volgens partijen een gesloten geloofsgemeenschap – weet dat er drugs zijn aangetroffen in verzoekers woning. De politie is ook tot binnentreding van verzoekers woning overgegaan na melding van een buurtbewoner over het vermoeden van een hennepkwekerij. Sluiting kan daarom als signaal worden gezien dat drugshandel niet wordt getolereerd en, mede gelet op de aard van de omgeving en het dorp, ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde. Daarmee wordt recht gedaan aan het reparatoire karakter van de sluiting als herstelsanctie.
Voorts bestond er blijkens de bestuurlijke rapportage het risico op brand, ook voor omwonenden, vanwege de manier waarop de elektriciteitskabels in de kwekerij waren bevestigd. De stroom voor de kwekerij werd illegaal afgetapt.
Conclusie
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.D. Sebel, griffier op 25 mei 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
zie de uitspraak van 21 januari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:130)
bijvoorbeeld de uitspraak van de AbRS van 5 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1807)
bijvoorbeeld de uitspraak van 28 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2912)
ECLI:NL: RBGEL:2020:2447