Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2017-12-13
ECLI:NL:RBZWB:2017:8813
vonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Handelsrecht Middelburg zaaknummer / rolnummer: C/02/324432 / HA ZA 16-854 Vonnis van 13 december 2017 in de zaak van 1. de vennootschap naar buitenlands recht AIR & ROAD OVT S.R.L. , gevestigd te Nasaud, Roemenië, 2. de vennootschap naar buitenlands recht ZÜRICH VERSICHERUNGS-AKTIENGESELLSCHAFT , gevestigd te Wenen, Oostenrijk, eiseressen in conventie, verweersters in reconventie, advocaat mr. R.L. Latten te Rotterdam, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid J.A.M. DE RIJK B.V. , gevestigd te Roosendaal, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JAN DE RIJK BENELUX B.V. , gevestigd te Roosendaal, gedaagde in conventie, advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JAN DE RIJK FRESH LOGISTICS B.V. , gevestigd te Roosendaal, gedaagde in conventie, advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam, 4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JAN DE RIJK AIR CARGO SOLUTIONS B.V. , gevestigd te Roosendaal, gedaagde in conventie, advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam, 5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EXPEDITORS INTERNATIONAL B.V. , gevestigd te Haarlemmermeer, gedaagde in conventie, niet verschenen, 6. de vennootschap naar buitenlands recht SWISSPORT CARGO SERVICES FRANCE , kantoorhoudend te Lyon St Exupery, Frankrijk, niet verschenen, 7. de vennootschap naar buitenlands recht EXPEDITORS JAPAN KK NARITA AIRPORT , gevestigd te Tokyo, Japan, 8. de vennootschap naar buitenlands recht EXPEDITORS INTERNATIONAL OF WASHINGTON INC . , gevestigd te Seattle, Verenigde Staten, niet verschenen, 9. de vennootschap naar buitenlands recht EXPEDITORS INTERNATIONAL FRANCE , gevestigd te Paris Nord, Frankrijk, 10. de vennootschap naar buitenlands recht DYN’R , gevestigd te Aix en Provence, Frankrijk, 11. de vennootschap naar buitenlands recht WFR-AQUAPLAST , gevestigd te Avondale, Verenigde Staten, niet verschenen, 12. de vennootschap naar buitenlands recht ATEMIP , gevestigd te Amboise, Frankrijk, 13. de vennootschap naar buitenlands recht SONORA S. PLAN DEPTO RADIALL , gevestigd te Sonora, Mexico, 14. de vennootschap naar buitenlands recht MATHEVON , gevestigd St. Etienne, Frankrijk, 15. de vennootschap naar buitenlands recht CAM SURFACE SYS-BATAM , gevestigd te Banten, Indonesië, niet verschenen, 16. de vennootschap naar buitenlands recht OTIS ELEVATOR COMPANY , gevestigd te Florence, Verenigde Staten, niet verschenen, 17. de vennootschap naar buitenlands recht APTAR STELMI SA , gevestigd te Villepinte, Frankrijk, 18. de vennootschap naar buitenlands recht BECTON DICKINSON DE MEXICO S.A. DE C.V. , gevestigd te Mexico, Mexico, 19. de vennootschap naar buitenlands recht CAMERON (SINGAPORE) PTE. LTD. , gevestigd te Singapore, Singapore, niet verschenen, 20. de vennootschap naar buitenlands recht ADDUXI SAS , gevestigd te Bellignat, Frankrijk, niet verschenen, 21. de vennootschap naar buitenlands recht WABCO CHINA CO LTD , gevestigd te Qingdao, Qinghai, Volksrepubliek China, 22. de vennootschap naar buitenlands recht SADEVGROUP , gevestigd te Seynod, Frankrijk, 23. de vennootschap naar buitenlands recht PANDUIT DE COSTA RICA LTDA , gevestigd te Alajuel, Grecia, Costa Rica, 24. de vennootschap naar buitenlands recht JDSU FRANCE SAS , gevestigd te Saint-Etienne, Frankrijk, 25. de vennootschap naar buitenlands recht CARRIER SCS, CARRIER SCS MONTLUEL , gevestigd te Montluel, Frankrijk, 26. de vennootschap naar buitenlands recht FLOWSERVE SAS , gevestigd te Thiers, Frankrijk, 27. de vennootschap naar buitenlands recht FLOWSERVE FLUID MOTION AND CONTROL (SUZHOU) CO. LTD , gevestigd te Suhzou, Jiangsu, Volksrepubliek China, 28. de vennootschap naar buitenlands recht CARRIER TRANSICOLD – RCG , gevestigd te East Syracuse, Verenigde Staten, niet verschenen, 29. de vennootschap naar buitenlands recht FLOWSERVE INDIA CONTROLS P de vennootschap naar buitenlands recht MECANIQUE ET TRAVAUX INDUSTRIELS SAS , gevestigd te Decazeville, Frankrijk, 68. de vennootschap naar buitenlands recht SIGLOCH DISTRIBUTION GMBH & CO KG , gevestigd te Blaufelden, Duitsland, 69. de vennootschap naar buitenlands recht SOCAMEL TECHNOLOGIES SAS , gevestigd te Renage, Frankrijk, niet verschenen, 70. de vennootschap naar buitenlands recht ERECTA INTERNATIONAL CORPORATION , gevestigd te Tokyo, Japan, 71. de vennootschap naar buitenlands recht AER LINGUS LIMITED , gevestigd te Dublin, Ierland, niet verschenen. Eisers in conventie zullen hierna A&R c.s. genoemd worden en, afzonderlijk, A&R en Zürich. Gedaagden in conventie sub 1 tot en met 4 worden hierna gezamenlijk aangeduid als De Rijk c.s. Gedaagde in conventie sub 1 zal hierna De Rijk genoemd worden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 17 mei 2017; de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid in reconventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie, met producties; de akte houdende overlegging productie van De Rijk c.s. met productie E-7; de akte houdende overlegging productie van De Rijk c.s. met productie E-8; het proces-verbaal van de op 20 juni 2017 gehouden comparitie en de ter gelegenheid daarvan door partijen overgelegde aantekeningen; de brief van 21 juni 2017 van de rechtbank aan partijen; de brief van 5 juli 2017 van mr. Flameling aan de rechtbank; de brief van 26 juli 2017 van mr. Holsbrink aan de rechtbank; de brief van 27 juli 2017 van mr. Latten aan de rechtbank; de incidentele conclusie tot splitsing van A&R c.s.; de conclusie van antwoord in het incident tot splitsing. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. A&R heeft op 12 mei 2015 in opdracht van De Rijk of, volgens de stelling van A&R c.s., gedaagden sub 1 tot en met 4, verschillende zaken vervoerd van het adres van gedaagde sub 6 (luchthaven Lyon Saint-Exupéry) naar het adres van gedaagde sub 5 (luchthaven Schiphol). Het vervoer over de weg maakte onderdeel uit van luchtvervoer naar bestemmingen over de hele wereld. A&R heeft voor het vervoer gebruik gemaakt van een door De Rijk ter beschikking gestelde trailer (hierna: de trailer) die A&R op 9 mei 2015 te Schiphol had opgehaald. 2.2. De vervoerovereenkomst wordt beheerst door de bepalingen van het CMR-Verdrag. Volgens de voor het vervoer opgemaakte CMR-vrachtbrieven betrof de lading 2 colli met een gewicht van 240 kg en 102 colli van 11.651 kg (hierna: de lading). Het brutogewicht van de lading was 12.935,22 kg. Gedaagden 7 tot en met 71 zijn belanghebbenden bij de lading. 2.3. Tijdens het vervoer van Lyon naar Schiphol is brand ontstaan aan de onderkant van de trailer waardoor de trailer en de lading beschadigd zijn geraakt. 2.4. Zürich is de aansprakelijkheidsverzekeraar van A&R. In opdracht van Zürich heeft Battermann & Tillery GmbH te Bremen (hierna: Batterman) onderzoek verricht naar de oorzaak van de brand en de schade. In het kader van dit onderzoek hebben A&R en Jan de Rijk Logistics te Roosendaal gezamenlijk opdracht gegeven aan Biesboer Expertise B.V. (hierna: Biesboer) om de oorzaak van de brand te onderzoeken. In het rapport van 11 november 2015 van Battermann is onder meer het volgende vermeld (pagina 14 en 15): “(…) Der Brandeintritt am Kühlauflieger erfolgte plausibel im Bereich der Unterseite des Ladebodens durch dort schleifende Reifen. Zur näheren Ursacheermittlung wurde (…) das Brandsachverständigenbüro Biesboer Expertise B.V., unterbeauftragt. Unter Punkt 5 des anliegenden Gutachtens kam der Sachverständige zu folgender Schlussfolgerung: “Since the brake and suspension systems of the trailer apparently operated normally, we must conclude that the trailer was probably locked in its low position during the trip from Lyon to Luxembourg and shortly before the fire was discovered. The resulting maximum suspension travel of 1.5 - 2 cm (as measured) evidently proved to be insufficient, so that every time the vehicl Op grond van artikel 31 lid 1 sub b CMR kunnen alle rechtsgedingen waartoe het aan het verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft, door de eiser onder andere worden gebracht voor de gerechten van het land op het grondgebied waarvan de plaats bestemd voor de aflevering van de goederen is gelegen. De plaats van aflevering is gelegen in Nederland, zodat de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen in conventie. Daarnaast is de rechtbank bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen in reconventie waartoe het aan het verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft. 5.3. Volgens A&R c.s. is de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van de vordering van De Rijk voor zover deze is gegrond op een toezegging van Zürich dat zij de schade zal afwikkelen op basis van 19 SDR per kilogram verloren en beschadigd gewicht nu Zürich is gevestigd in Oostenrijk. De rechtbank verwerpt dit standpunt. De verklaring van Zürich waarop De Rijk haar vordering grondt, ziet op aansprakelijkheid van haar verzekerde uit hoofde van de vervoerovereenkomst waarop de vorderingen in conventie zijn gebaseerd. De vordering in reconventie jegens Zürich betreft dus hetzelfde feitencomplex als de vorderingen in conventie en vloeit dus voort uit hetzelfde rechtsfeit als bedoeld in artikel 8 aanhef en onder 3 Verordening (EU) nr. 1215/2012. Vgl. HR 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3105. De rechtbank is op grond van die bepaling bevoegd kennis te nemen van deze vordering. 5.4. De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de vordering in reconventie die betrekking heeft op de betaling van facturen en de betaling voor de huur van een computer ten bedrage van € 4.810,00. A&R c.s. hebben aangevoerd dat de facturen geen enkel verband houden met de vervoerovereenkomst waarop de vordering in conventie is gebaseerd, terwijl evenmin sprake is van een zelfde rechtsfeit als bedoeld in artikel 8 aanhef en onder 3 EEX-Verordening Herschikt. De Rijk heeft hiertegenover niet meer of anders gesteld dan dat de facturen voortvloeien uit diensten die De Rijk aan A&R heeft geleverd in het kader van de onder een met A&R gesloten raamovereenkomst uit te voeren transporten. Deze stelling is onvoldoende om op grond daarvan te kunnen oordelen dat de rechtbank op grond van artikel 31 CMR bevoegd is omdat dit vorderingen betreffen die voortvloeien uit de CMR, of dat zij rechtsmacht kan ontlenen aan artikel 8 aanhef en onder 3 EEX-Verordening Herschikt. De omstandigheid dat de vervoerovereenkomst die aan de vorderingen in conventie ten grondslag ligt voortvloeit uit de voornoemde raamovereenkomst is daartoe onvoldoende. Op grond van artikel 4 lid 1 EEX-Verordening Herschikt is de rechter van de woonplaats van de verweerder bevoegd om kennis te nemen van het geschil omtrent de facturen. vordering in conventie jegens gedaagden sub 2 tot en met 4 5.5. A&R c.s. hebben met verwijzing naar een door hen overgelegde raamovereenkomst gesteld dat gedaagden sub 1 tot en met 4 A&R opdracht hebben gegeven tot het vervoer van de goederen. 5.6. De Rijk c.s. hebben ontkend dat die opdracht is gegeven door gedaagden sub 2 tot en met 4. 5.7. De rechtbank overweegt dat, zoals De Rijk c.s. hebben aangevoerd, de raamovereenkomst waarnaar A&R c.s. hebben verwezen is gesloten met De Rijk en niet met de gedaagden sub 2 tot en met 4. In het licht hiervan hebben A&R c.s. onvoldoende gemotiveerd dat gedaagden sub 2 tot en met 4 opdracht hebben gegeven tot het vervoer. De vordering jegens gedaagden sub 2 tot en met 4 zal worden afgewezen. Hierna zal nog slechts De Rijk als gedaagde in conventie worden genoemd. aansprakelijkheid vervoerder 5.8. Op grond van artikel 17 lid 1 CMR is de vervoerder aansprakelijk voor geheel of gedeeltelijk verlies en voor beschadiging van de goederen, welke ontstaan tussen het ogenblik van inontvangstneming van de goederen en het ogenblik van aflevering. Het tweede lid van artikel 17 CMR bepaalt dat de vervoerder ontheven is van deze aansprakelijkheid, in De door De Rijk gestelde afspraak dan wel toezegging kan niet als een afspraak als bedoeld in artikel 40 CMR worden aangemerkt. De gestelde afspraak en de gestelde toezegging zijn derhalve, veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat deze zijn gemaakt/gedaan – nietig. 5.16. De vordering in conventie om voor recht te verklaren dat A&R niet verder aansprakelijk is jegens De Rijk dan tot het bedrag van de CMR-limiet ingevolge artikel 23 CMR is toewijsbaar. Dit betekent dat ook Zürich niet gehouden is om meer dan dat bedrag te betalen, zodat de vordering in die zin ook zal worden toegewezen. De vordering in reconventie om A&R c.s. te veroordelen tot het vergoeden van schade op basis van de limiet van 19 SDR per kilogram, dient te worden afgewezen. schade lading 5.17. De Rijk stelt dat A&R c.s. op grond van artikel 23 lid 3 CMR een bedrag van € 136.562,83 dienen te vergoeden, te vermeerderen met 5% samengestelde CMR-rente. Het voornoemde bedrag heeft De Rijk berekend op basis van het brutogewicht van de gehele lading. 5.18. A&R c.s. betwisten dat zij de door De Rijk gestelde schade dienen te vergoeden. Zij stellen dat sprake is van groepagevervoer waarbij er in feite sprake is van verschillende deelzendingen, waaraan uiteindelijk verschillende vervoerovereenkomsten met verschillende ladingbelanghebbenden ten grondslag liggen. Volgens A&R c.s. dient de limiet daarom te worden toegepast op elke afzonderlijke deelzending van de lading. Met verwijzing naar een als productie 6 overgelegd overzicht, stellen zij dat de aldus op grond van artikel 23 lid 3 CMR berekende schade € 89.890,37 bedraagt. 5.19. De rechtbank verwerpt het verweer van A&R c.s. Anders dan A&R c.s. hebben betoogd, ligt aan het vervoer van de lading slechts één vervoerovereenkomst ten grondslag met één afzender en één geadresseerde. Bij de berekening van de maximale vergoeding volgens artikel 23 lid 3 CMR dient daarom te worden uitgegaan van het totale gewicht van de verloren gegane of beschadigde goederen en dient dit gewicht vermenigvuldigd te worden met 8,33 SDR (Vgl. Hof Den Haag 1 juli 2003, ECLI:NL:GHSGR:2003:AV6028). 5.20. Met inachtneming van het voorgaande, hebben A&R c.s. de juistheid van de berekening van de schade door De Rijk niet gemotiveerd weersproken. Evenmin is weersproken dat de waardevermindering van de lading als gevolg van de brand hoger is dan de gestelde schade. De Rijk heeft daarom jegens A&R recht op vergoeding van schade ten bedrage van € 136.562,83. De vordering in reconventie om A&R te veroordelen tot vergoeding van dit bedrag zal worden toegewezen. De vordering om daarnaast ook Zürich te veroordelen tot betaling van dit bedrag dient te worden afgewezen nu De Rijk geen vorderingsrecht heeft jegens Zürich. CMR-rente 5.21. De Rijk maakt aanspraak op vergoeding van CMR-rente vanaf 13 mei 2015. Zij heeft tijdens de comparitie gesteld dat de rente bij brief is aangezegd op de dag waarop de schade is ontstaan. 5.22. A&R c.s. betwisten dat De Rijk op 13 mei 2015 een vordering bij A&R heeft ingediend. 5.23. Artikel 27 lid 1 CMR bepaalt dat de rechthebbende over het bedrag van de schadevergoeding rente kan vorderen die loopt vanaf de dag waarop de vordering schriftelijk bij de vervoerder is ingediend of vanaf de dag waarop de vordering in rechte aanhangig is gemaakt. 5.24. De Rijk heeft ter zitting aangeboden om de brief waarin de rente is aangezegd over te leggen. De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen voor het nemen van een akte door De Rijk teneinde haar in de gelegenheid te stellen om de door haar genoemde brief over te leggen, voorzien van een beknopte toelichting. De akte dient beperkt te zijn tot het recht op CMR-rente. A&R c.s. zullen bij antwoordakte kunnen reageren. schade trailer 5.25. Tussen partijen is kennelijk niet in geschil dat de schade aan de trailer moet worden vergoed krachtens de CMR omdat de trailer moet worden aangemerkt als een goed in de zin van artikel 17 CMR en dat de schade bestaat in de dagwaarde van de tr