Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2017-12-22
ECLI:NL:RBZWB:2017:8408
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummers: BRE 17/1715 AW, BRE 17/1716 AW, BRE 17/1717 AW en BRE 17/1718 AW uitspraak van 22 december 2017 van de meervoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser1] , te [woonplaats1] , [naam eiser2] , te [woonplaats2] , [naam eiser3] , te [woonplaats3] , [naam eiser4] , te [woonplaats4] , eisers, gemachtigde: mr. K. Kromhout, en de korpschef van politie, verweerder. Procesverloop Eisers hebben beroep ingesteld tegen de besluiten van 26 januari 2017 ( [naam eiser1] , [naam eiser2] en [naam eiser3] ) en 31 januari 2017 ( [naam eiser4] ) van de korpschef inzake het toekennen van een waarnemingstoelage (bestreden besluiten). Deze beroepen zijn geregistreerd onder de respectieve zaaknummers BRE 17/1715 AW, BRE 17/1716 AW, BRE 17/1717 AW en BRE 17/1718 AW. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 10 november 2017. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door mr. F.P.D. IJsendorn. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. M.J.M. Suijs. Overwegingen 1. Eisers [naam eiser1] en [naam eiser3] zijn formeel benoemd in de functie van Operationeel Expert Forensische Opsporing. Eisers [naam eiser2] en [naam eiser4] zijn formeel benoemd in de functie van Operationeel Specialist A. Eisers verrichten sinds april 2013 de rol van forensisch coördinator (foco). De rol van foco heeft zich tijdens de vorming van de Nationale Politie ontwikkeld naar een nieuwe functie Forensisch Coördinator (LFNP-functie Operationeel Specialist B). Eisers hebben in februari 2016 aan de korpschef gevraagd om (onder meer) toekenning van een waarnemingstoelage in verband met het verrichten van werkzaamheden in de functie van Forensisch Coördinator (Operationeel Specialist B). Bij besluiten van 25 april 2016 (primaire besluiten) heeft de korpschef de verzoeken van eisers afgewezen. Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de primaire besluiten. Bij besluiten van 12 december 2016 zijn eisers geplaatst in de functie van Operationeel Specialist B, met ingang van 1 juli 2016. Bij de bestreden besluiten heeft de korpschef de bezwaren van eisers ongegrond verklaard. 2. De korpschef stelt zich in de bestreden besluiten, samengevat, op het volgende standpunt. Binnen het proces van de forensische opsporing zijn verschillende rollen benoemd, zoals foco, inzetplanner, dossiervormer, sporenbeheerder en coördinator plaats delict unit. Elke activiteit in het proces forensische opsporing wordt uitgevoerd door een rol. In de beschrijving van het proces forensische opsporing wordt gesproken over ‘rollen’ en niet over ‘functies’, omdat een medewerker in de praktijk meerdere rollen kan vervullen. De rol van foco behoorde tot één van de werkzaamheden binnen de functie waarop eisers formeel waren benoemd. De rol van foco heeft zich uiteindelijk ontwikkeld naar de nieuwe functie van Forensisch Coördinator (LFNP-functie Operationeel Specialist B). Er is geen sprake geweest van (langdurige) waarneming van de functie Operationeel Specialist B. 3. Eisers voeren in beroep, samengevat, het volgende aan. In de besluiten van 12 december 2016 staat dat zij voldoen aan de voorwaarden voor plaatsing op de functie die zij reeds langere tijd vervullen. Eén van de voorwaarden om voor plaatsing in aanmerking te komen, is dat de gevraagde functie (Operationeel Specialist B) gedurende een periode van minstens drie jaar ononderbroken is uitgevoerd. De korpschef kan in het kader van de onderhavige procedure dan niet het tegendeel beweren. Wettelijk kader 4. Artikel 17, eerste lid, van het Besluit bezoldiging politie luidt als volgt: Aan de ambtenaar die bij wijze van waarneming tijdelijk een functie uitoefent die bij toepassing van artikel 6, tweede lid, zou leiden tot een salarisschaal met een hoger maximumsalaris, kan voor de duur van die waarneming een toelage worden toegekend. Onder waarneming wordt verstaan het krachtens een daartoe strekkende aanwijzing van het bevoegd gezag tijdelijk verrichten van een samenstel van werkzaamheden d