Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2017-12-04
ECLI:NL:RBZWB:2017:8026
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02-800226-17 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 4 december 2017 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1943 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), wonende te [woonplaats] , thans gedetineerd in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum, Lunettenlaan 501 te Vught, raadsman mr. Z. Yeral, advocaat te Roosendaal. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is behandeld op de zitting van 4 december 2017, waarbij de officier van justitie, mr. Snoeks, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging Verdachte staat terecht - kort samengevat - voor de volgende feiten: 1. dat hij zich in de periode van 1 juli 2013 tot en met 29 augustus 2014 te Oudenbosch en/of Ouwerkerk en/of Turkije ten opzichte van zijn stiefdochter, die toen jonger dan twaalf jaar was, meermalen, althans eenmaal, schuldig heeft gemaakt aan handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam en/ofdat hij zich in de periode van 30 augustus 2014 tot en met 26 september 2016 op hiervoor genoemde plaatsen ten opzichte van zijn stiefdochter die toen de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt, schuldig heeft gemaakt aan handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam; 2. dat hij zich in de periode van 30 augustus 2010 tot en met 26 september 2016 te Oudenbosch en/of Ouwerkerk schuldig heeft gemaakt aan het meermalen althans eenmaal verkrachten van zijn partner; 3. dat hij zich in de periode van 1 juli 2013 tot en met 26 september 2016 te Roosendaal en/of Oudenbosch en/of Ouwerkerk en/of Antwerpen schuldig heeft gemaakt aan zware mishandeling, dan wel poging zware mishandeling dan wel mishandeling van zijn stiefzoon; 4. dat hij zich in de periode van 1 juli 2013 tot en met 26 september 2016 te Roosendaal en/of Oudenbosch en/of Ouwerkerk, en/of Antwerpen schuldig heeft gemaakt aan de mishandeling van zijn stiefdochter en partner; 5. dat hij zich in de periode van 1 juli 2013 tot en met 26 september 2016 te Roosendaal en/of Oudenbosch en/of Ouwerkerk en/of Antwerpen schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling van zijn partner, stiefdochter en stiefzoon. 3 De voorvragen 3.1 Geldigheid van de dagvaarding De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding geldig is. 3.2 De bevoegdheid van de rechtbank Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen. 3.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie Er zijn de rechtbank geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. 3.4 Schorsing van de vervolging 3.4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft schorsing van de vervolging verzocht en baseert zich hierbij op de Pro Justitia rapportages van de psycholoog, de psychiater en de (gedrags)neuroloog. Uit de onderzoeken komt naar voren dat verdachte lijdt aan dementie, hetgeen wordt bevestigd door de MRI-scan die ten behoeve van het (gedrags)neurologisch onderzoek is gemaakt. De deskundigen hebben vastgesteld dat de stoornis progressief en onomkeerbaar is en dermate ernstig dat verdachte niet in staat is zijn huidige situatie, het onderzoek en de strafzaak, waarbij hij betrokken is, te begrijpen. 3.4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is met de officier van justitie van mening dat, gelet op de Pro Justitia rapportages van de psycholoog, de psychiater en de (gedrags)neuroloog, de vervolging geschorst dient te worden. 3.4.3 Het oordeel van de rechtbank Artikel 16 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) bepaalt dat, indien de verdachte aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestesvermogens lijdt, dat hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen, de re