Rechtspraak Rechtbank Zutphen 2005-06-08
ECLI:NL:RBZUT:2005:AT7148
Strafrecht
RECHTBANK ZUTPHEN Meervoudige economische kamer Parketnummer: 06/080512-03 Uitspraak d.d.: 8 juni 2005 Tegenspraak / geen akte VERKORT VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [adres]. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 mei 2005. Ter terechtzitting gegeven beslissingen Ter terechtzitting is de volgende beslissing gegeven. Het preliminaire verweer, strekkende tot niet-ontvankelijk verklaring van de officier van justitie, is verworpen, met dien verstande dat de rechtbank haar oordeel omtrent de gestelde manipulatie van het strafdossier heeft opgeschort tot het eindvonnis. De tenlastelegging Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat: 1. hij in het jaar 1999 en/of 2000 te Laren, gemeente Lochem, (telkens) samen en in vereniging met anderen of een ander dan wel alleen, al dan niet opzettelijk, op één of meer bedrijven, gelegen aan de [adres 1] en/of de [adres 2], de produktie van dierlijke meststoffen (van pluimvee) heeft uitgebreid, zulks terwijl (telkens) de produktie van dierlijke meststoffen op verdachtes bedrijf groter was of daarmede groter werd dan 125 kilogram fosfaat per hectare per jaar van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond; art 55 lid 1 Meststoffenwet ALTHANS, dat hij in het jaar 1999 en/of 2000 te Laren, gemeente Lochem, (telkens) samen en in vereniging met anderen of een ander dan wel alleen, terwijl geen productie van dierlijke meststoffen op één of meer bedrijven, gelegen aan de [adres 1] en/of de [adres 2], plaatsvond, al dan niet opzettelijk dierlijke meststoffen heeft geproduceerd in een grotere hoeveelheid dan 125 kilogram fosfaat per hectare per jaar van de tot voornoemd(e) bedrijf/bedrijven behorende oppervlakte landbouwgrond; art 55 lid 1 Meststoffenwet 2. hij op of omstreeks 15 mei 1997 te Oyen, gemeente Lith, in elk geval in Nederland, samen en in vereniging met anderen of een ander dan wel alleen, een (zogenaamde) "Overeenkomst vleeskuikens" - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk voornoemde overeenkomst waarin (onder andere opgenomen) dat op de locatie [adres 2] (Gelderland) en/of op de locatie [adres 1] (Gelderland) koppels (kuikens) worden gemest van (respectievelijk) 150.000 kuikens en 40.000 kuikens voor accoord ondertekend, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht 3. hij op of omstreeks 19 september 1997 te Oyen, gemeente Lith, in elk geval in Nederland, samen en in vereniging met anderen of een ander dan wel alleen, een (zogenaamde) "Aanvulling overeenkomst vleeskuikens" - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk voornoemde aanvulling waarin (onder andere) opgenomen dat verdachte zich strikt zou houden aan de in de overeenkomst ("Overeenkomst vleeskuikens") genoemde aantallen voor accoord heeft ondertekend, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht 4. hij te Laren, gemeente Lochem, tezamen en in vereniging met anderen of een ander dan wel alleen opzettelijk op een of meer bedrijven gelegen aan of nabij de [adres 1] en/of de [adres 2] in de/het kalenderja(a)r(en) 2001 en/of 2002 (telkens) een grotere hoeveelheid meststoffen afkomstig van kippen heeft geproduceerd dan de/het voor dit jaar voor voornoemd(e) bedrijven/bedrijf geldende pluimveerecht(en); art 55 lid 1 Meststoffenwet Taal- en/of schrijffouten Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Gevoerde verweren Namens verdachte is geconcludeerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vervolging. Er zijn voor verdachte ontlastende stukken aan het dossier onthouden. Het openbaar ministerie heeft daarmee de oordeelsvorming van de rechtbank over verdachte in negatieve zin willen beïnvloeden. De rechtbank verwerpt het verweer. Er is niet gebleken van schending van beginselen van een goede procesorde, waarbij doelbewust of met grove veronachtzaming van verdachtes belangen te kort word gedaan aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak. De stukken die door de raadsman zijn overgelegd zijn voorts niet van zodanige aard dat ze aan een bewezenverklaring in de weg staan. Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij in het jaar 1999 en 2000 te Laren, gemeente Lochem, telkens samen en in vereniging met anderen, opzettelijk, op bedrijven, gelegen aan de [adres 1] en de [adres 2], de produktie van dierlijke meststoffen van pluimvee heeft uitgebreid, zulks terwijl telkens de produktie van dierlijke meststoffen op dat bedrijf groter was dan 125 kilogram fosfaat per hectare per jaar van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond; 2. hij op 15 mei 1997 in Nederland, samen en in vereniging met anderen een zogenaamde "Overeenkomst vleeskuikens" - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers hebben verdachte en zijn mededaders valselijk voornoemde overeenkomst waarin onder andere is opgenomen dat op de locatie [adres 2] (Gelderland) en op de locatie [adres 1] (Gelderland) koppels kuikens worden gemest van respectievelijk 150.000 kuikens en 40.000 kuikens voor accoord ondertekend, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; 3. hij op 19 september 1997 in Nederland, samen en in vereniging met anderen, een zogenaamde "Aanvulling overeenkomst vleeskuikens" - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers hebben verdachte en zijn mededaders valselijk voornoemde aanvulling waarin onder andere is opgenomen dat verdachte zich strikt zou houden aan de in de overeenkomst "Overeenkomst vleeskuikens" genoemde aantallen voor accoord heeft ondertekend, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; 4. hij te Laren, gemeente Lochem, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk op bedrijven gelegen aan de [adres 1] en de [adres 2] in de kalenderjaren 2001 en 2002 telkens een grotere hoeveelheid meststoffen afkomstig van kippen heeft geproduceerd dan de voor dit jaar voor voornoemde bedrijven geldende pluimveerechten. Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezene levert op de misdrijven: 1 primair: medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 55, eerste lid, van de Meststoffenwet, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd. 2 en 3 telkens: medeplegen van valsheid in geschrift; 4. De rechtbank beslist als volgt. Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het 1 primair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten: een werkstraf gedurende 180 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen. Beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf dat per dag in voorarrest doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht. Aldus gewezen door mrs. Van Harreveld, voorzitter, Van der Hooft en Van Hoorn, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 juni 2005.