Rechtspraak
Rechtbank Zwolle-Lelystad
2004-10-05
ECLI:NL:RBZLY:2004:AR3629
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
706 tokens
Inleiding
R E C H T B A N K Z W O L L E – L E L Y S T A D
sector kanton – locatie Lelystad
zaaknr.: 242641 AZ 04-13
datum : 5 oktober 2004
BESCHIKKING EX ARTIKEL 69 Rv.
in de zaak van:
[VERZOEKER],
wonende te [woonplaats],
verzoekende partij,
gemachtigde: J. Eizema, adviseur,
tegen
de stichting
“STICHTING DE SCHOOR” WELZIJNSWERK ALMERE,
gevestigd te Almere,
verwerende partij,
gemachtigde: mr. J.M.P. Blom, advocaat te Almere.
Procesverloop
De kantonrechter heeft kennis genomen van:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift.
De mondelinge behandeling is gehouden op 5 oktober 2004.
Verschenen zijn:
- [verzoeker], bijgestaan door de heer Eizema;
- De Schoor vertegenwoordigd door S. Nijenhuis, P & O functionaris en F. Deijs, manager afdeling speelzaalwerk, bijgestaan door mr. Blom.
Geschil
[verzoeker] heeft de kantonrechter verzocht te bepalen dat haar functieomschrijving en bijbehorende salarisinschaling dient plaats te vinden op grond van de functiebeschrijving Peuterspeelzaalleidster 2, met veroordeling van De Schoor in de kosten van zowel deze procedure als van die bij de interne bezwarencommissie, begroot op € 330,--.
De Schoor heeft verweer gevoerd en daarbij verzocht [verzoeker] niet ontvankelijk te verklaren in haar verzoek, dan wel het verzoek af te wijzen, met veroordeling van [verzoeker] in de kosten van de procedure.
Beoordeling
De kantonrechter is van oordeel dat de onderhavige procedure met een dagvaarding had moeten worden ingeleid, nu niet uit de wet voortvloeit dat een procedure ten aanzien van het onderwerp van geschil bij verzoekschrift kan worden ingeleid.
Dit behoeft evenwel niet te leiden tot de niet-ontvankelijkheid van [verzoeker]; de procedure zal overeenkomstig het bepaalde in artikel 69, tweede lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de stand waarin zij zich bevindt moeten worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure. Daarom zal een dag worden bepaald waarop de zaak op de rol zal komen, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen respectievelijk voor repliek en dupliek te concluderen.
Dictum
De kantonrechter:
- bepaalt dat de procedure dient te worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;
- bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van 3 november 2004, om 11.00 uur, opdat [verzoeker] voor repliek kan concluderen, waarna De Schoor de gebruikelijke termijn zal krijgen om voor dupliek te concluderen.
Aldus gegeven door mr. C.M.M. Hoogland-Kelkboom, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 5 oktober 2004, in tegenwoordigheid van de griffier.