Rechtspraak 1999-02-17
ECLI:NL:RBUTR:1999:AA3660
ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE UTRECHT sector bestuursrecht nrs. AWB 99/196 en 99/195 VV AWB 99/211 en 99/212 VV Uitspraak van de president van de rechtbank te Utrecht op de verzoeken om een voorlopige voorziening, tevens uitspraak in de hoofdzaken, in de geschillen tussen: 1. A te B, 2. C en D te E eisers, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudenberg, verweerder. 1. VERLOOP VAN DE PROCEDURES 1.1 Bij besluiten van 11 augustus 1998, gericht aan respectievelijk eiser sub 1 en eisers sub 2, heeft verweerder besloten geen gevolg te geven aan de verzoeken van eisers van 4 mei 1998 respectievelijk 2 mei 1998, om toepassing van bestuursdwang ten aanzien van het naar hun mening met het bestemmingsplan "Buitengebied 1995" strijdige gebruik als horeca- accomodatie van het perceel […]weg 4 te Woudenberg. 1.2 Namens eisers sub 2 was bij brief van 20 juli 1998 reeds bezwaar gemaakt bij verweerder tegen het niet tijdig besluiten op hun verzoek van 2 mei 1998, aangevuld op 4 juni 1998, om toepassing van bestuursdwang, zoals hierboven aangegeven. Dit bezwaarschrift is met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geacht mede te zijn gericht tegen het besluit van 11 augustus 1998. Voorts is namens eisers sub 2 bij brief van 20 juli 1998 aan de president van de rechtbank Utrecht verzocht om terzake toepassing te geven aan artikel 8:81 van de Awb. Ook dit verzoek om een voorlopige voorziening is geacht mede te zijn gericht tegen het besluit van 11 augustus 1998. 1.3 Voornoemd verzoek om een voorlopige voorziening is behandeld ter zitting van 12 augustus 1998. Bij uitspraak van 25 augustus 1998 (nummer AWB 98/1499 VV) heeft de president vervolgens de voorlopige voorziening getroffen dat verweerder met bestuursdwang optreedt ten aanzien van activiteiten van de Plattelands Jongeren Gemeenschap Utrecht (PJGU), afdeling Woudenberg en omstreken, op het perceel […]weg 4 te Woudenberg, indien en voorzover deze plaatsvinden in afwijking van de gedoogbesluiten, die ten aanzien van de per 1 januari 1999 jaarlijks ten hoogste vijf te houden feesten op dit perceel door verweerder dienen te worden genomen. 1.4 Bij brief van 10 september 1998 is namens eiser sub 1 tegen het besluit van 11 augustus 1998 bezwaar gemaakt bij verweerder. 1.5 Op 23 september 1998 heeft een hoorzitting in het kader van de bezwaarschriftenprocedure plaats gevonden. De commissie bezwaar- en beroepschriften heeft op 14 oktober 1998 advies aan verweerder uitgebracht, strekkende tot gegrondverklaring van de bezwaren. De commissie heeft daarbij overwogen dat blijkens de uitspraak van de president van 25 augustus 1998 verweerder zich ten onrechte op het standpunt had gesteld dat op de grondslag van het vigerende bestemmingsplan tot legalisering van de activiteiten kon worden overgegaan. Door de commissie is voorts overwogen dat voor een gedogen van de activiteiten op het perceel [...]weg 4 in principe na 1 januari 1999 geen plaats meer is, tenzij verweerder uitdrukkelijk het voornemen kenbaar maakt het bestemmingsplan "Buitengebied 1995" te zullen herzien en hij voor 1 januari 1999 daadwerkelijke actie onderneemt met betrekking tot het in gang zetten van een procedure overeenkomstig de Wet op de Ruimtelijke Ordening tot herziening van dit bestemmingsplan, gericht op legalisering van een horeca-accomodatie bij het perceel […]weg 4. 1.6 Bij brief van 22 december 1998 is namens eiser sub 1 een verzoek om voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb bij de president van de rechtbank ingediend. 1.7 Bij besluiten van 28 januari 1999, verzonden 29 januari 1999, heeft verweerder beslist op de bezwaren van eisers. 1.8 Tegen het aan hem gerichte besluit van 28 januari 1999 is namens eiser sub 1 bij brief van 1 februari 1999 beroep ingesteld bij de rechtbank en voorts een verzoek om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb ingediend bij de president van de rechtbank. 1.9 Bij brief van 2 februa Onze motivering voor dit besluit luidt als volgt: - de situatie rond de […]weg 4 is complex; het zoeken naar een verantwoorde oplossing kost tijd; daarbij komt dat de bemiddelingspoging terzake nog niet is afgerond; - op dit moment wordt langs diverse wegen gezocht naar andere mogelijkheden voor het organiseren van dergelijke feesten; - gezien de (lange) voorgeschiedenis zou een verbod van alle PJGU- feesten in strijd zijn met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (rechtszekerheidbeginsel); - de feesten voorzien in een grote behoefte onder de jeugd; uit oogpunt van jeugdbeleid vinden wij het noodzakelijk aan deze behoefte tegemoet te komen. (...) Verder wijzen wij erop dat in de jurisprudentie uitdrukkelijk de mogelijkheid erkend wordt van een tijdelijk gedogen op grond van bijzondere omstandigheden." 2.5 Eisers stellen zich - samengevat - op het standpunt dat verweerder het met de voorschriften van het bestemmingsplan "Buitengebied 1995" strijdige gebruik van het perceel […]weg 4 als horeca-accomodatie ten behoeve van de de door de PJGU georganiseerde schuurfeesten aan de […]weg 4 te Woudenberg dient te beëindigen door middel van toepassing van bestuursdwang. 2.6 Naast de door de PJGU georganiseerde (schuur)feesten worden er op het terrein aan de […]weg 4 één maal per jaar trekkertrekwedstrijden en twee maal per jaar paardendemonstraties en -wedstrijden georganiseerd. Deze activiteiten hebben een duidelijke binding met de agrarische sector. Bovendien wordt ter plaatse telkenjaren een (niet door de PJGU georganiseerd) eindejaarsfeest gehouden dat voornamelijk door agrarische jongeren wordt bezocht. Al deze laatste activiteiten kunnen, gezien met name hun beperkte frequentie en ook hun bijzondere karakter, als voor de toepassing van het bestemmingsplan niet relevant gebruik worden aangemerkt. Elk hierbuiten plaatsvindend gebruik van betekenis dat vreemd is aan de geldende bestemming dient evenwel in beginsel strijdig met het bestemmingsplan te worden geacht. Dit geldt zeker voor de schuurfeesten van de PJGU. Daartoe wordt nog het volgende overwogen. Bij de negen maal per jaar georganiseerde schuurfeesten wordt muziek ten gehore gebracht en bestaat gelegenheid tot dansen. Op het terrein zijn schijnwerpers opgesteld die als het donker is permanent in gebruik zijn. Het aantal bezoekers per avond bedraagt ongeveer vierhonderd. Op het perceel is voorzien in een min of meer verhard parkeerterrein waarop, voorzover ter zitting is gebleken, per festiviteit honderd á tweehonderd auto's worden gestald. 2.7 Tussen partijen geldt thans niet meer als geschilpunt dat de schuurfeesten niet alleen in strijd zijn met het bestemmingsplan "Buitengebied 1995", maar ook, zoals in de uitspraak van 25 augustus 1998 uiteengezet, niet met toepassing van het vijfde lid van artikel 17 van de planvoorschriften kunnen worden gelegaliseerd. Bovendien staat thans vast dat verweerder geen herziening van het bestemmingsplan wenst te bevorderen ten behoeve van de schuurfeesten. 2.8 Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is verweerder gehouden in een geval als dit op te treden tegen de met het bestemmingsplan strijdige activiteiten, tenzij sprake zou zijn van (zeer) bijzondere omstandigheden op grond waarvan van handhaving van het bestemmingsplan kan worden afgezien. 2.9 Voorzover verweerder van mening is dat in dit geval gesproken kan worden van bijzondere omstandigheden, die een langdurig of zelfs blijvend gedogen zouden kunnen rechtvaardigen, wordt dit standpunt niet gedeeld. Dat de feesten van de PJGU voorzien in een grote behoefte bij de jeugd in Woudenberg en omstreken wordt op zichzelf niet ontkend. Zoals ter zitting is gebleken bestrijden ook eisers dit niet. Het belang van de PJGU bij het organiseren van de zogenaamde schuurfeesten brengt echter niet mee dat gedoogd zou moeten worden dat de festiviteiten juist op deze lokatie - in strijd met het bestemmingsplan - worden gehouden. 2.10 Ten aanzien v