Rechtspraak Rechtbank 's-Gravenhage 2005-02-24
ECLI:NL:RBSGR:2005:AT5061
Bestuursrecht
Rechtbank ’s-Gravenhage nevenzittingsplaats Haarlem enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken U I T S P R A A K artikel 8:77 Algemene wet bestuursrecht (Awb) artikel 71 Vreemdelingenwet 2000 (Vw) artikel 3a Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (Wet COA) reg.nr: AWB 04 / 27515 (beroep) inzake: A, geboren op [...] 1978, van Iraakse nationaliteit, wonend in B, eiser, gemachtigde: mr. J. van der Haar, rechtshulpverlener te Nijmegen, tegen: het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), gevestigd te Rijswijk, verweerder, gemachtigde: mr. R. Snelleman, werkzaam bij het COA. 1. GEGEVENS INZAKE HET GEDING 1.1 Bij besluit van 11 mei 2004 heeft verweerder de aan eiser verleende verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 1997 (Rva 1997) beëindigd met ingang van diezelfde datum. Tegen dit besluit heeft eiser op 8 juni 2004 beroep ingesteld. 1.2 Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en in zijn verweerschrift geconcludeerd tot het ongegrond verklaren van het beroep. 1.3 De openbare behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden op 29 september 2004. Eiser is daar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De rechtbank: 3.1 verklaart het beroep gegrond; 3.2 vernietigt het bestreden besluit; 3.3 veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 644,-- onder aanwijzing van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers als rechtspersoon die deze kosten aan eiser moet voldoen. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B. de Vries van den Heuvel, lid van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken, en uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2005, in tegenwoordigheid van mr. J. van der Kluit als griffier. afschrift verzonden op: Coll: RECHTSMIDDEL Partijen kunnen tegen deze uitspraak, voor zover deze de hoofdzaak betreft, hoger beroep instellen bij de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, postbus 16113, 2500 BC, ’s-Gravenhage. Het hoger beroep moet ingesteld worden door het indienen van een beroepschrift, dat een of meer grieven bevat, binnen vier weken na verzending van de uitspraak door de griffier. Bij het beroepschrift moet worden gevoegd een afschrift van deze uitspraak. Van deze uitspraak staat, voor zover deze de voorlopige voorziening betreft, geen hoger beroep open. 2.1 In beroep toetst de rechtbank het bestreden besluit aan de hand van de voorgedragen beroepsgronden op rechtmatigheid en ambtshalve aan voorschriften van openbare orde. 2.2 Ingevolge artikel 3a, eerste lid, Wet COA zijn de afdelingen 1, 3 en 4 van hoofdstuk 7 Vw van toepassing op besluiten in het kader van het onthouden dan wel beëindigen van verstrekkingen bij of krachtens deze wet. Ingevolge artikel 12 van de Wet COA is de Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie bevoegd regels te stellen met betrekking tot verstrekkingen aan asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen. Van die bevoegdheid is gebruik gemaakt door de vaststelling van de Rva 1997. 2.3 Ingevolge artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, Rva 1997 eindigen de in artikel 5 van die regeling bedoelde verstrekkingen, indien op de asielaanvraag inwilligend is beslist, op de dag waarop naar het oordeel van het COA passende huisvesting buiten een centrum kan worden gerealiseerd. Daarvan is blijkens de toelichting op artikel 8 Rva in elk geval sprake enkele dagen nadat aan een statushouder een woning is aangeboden of als betrokkene ervan afziet in te gaan op het aanbod, dan wel als betrokkene er zelf in slaagt in huisvesting te voorzien. 2.4 Verweerder voert het beleid, vermeld in het ‘Infoblad Verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd’, dat bij beoordeling of de door de gemeente aangemelde woonruimte passend is voor degene aan wie deze beschikbaar wordt gesteld, rekening wordt gehouden met door de statushouder aangevoerde medische en bijzondere sociale omstandigheden (uitplaatsingscriteria). Dergelijke omstandigheden moeten door de statushouder worden ingevuld op het zogenaamde ‘bijlage 6-formulier’. 2.5 Onder de door verweerder gehanteerde uitplaatsingscriteria valt onder meer “toelating tot een opleiding in een gemeente”. Indien aan dit criterium wordt voldaan, plaatst verweerder de statushouder in of in de buurt van de betreffende gemeente, waarbij een straal van vijftig kilometer als grens wordt aangehouden. 2.6 De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiser is op 20 november 2001 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, wegens tijdsverloop in zijn asielprocedure, met ingang van 9 november 2001. Op 4 december 2001 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen eiser en verweerder (‘statushoudersgesprek’), waarbij eiser het ‘bijlage 6-formulier’ heeft ingevuld en heeft aangegeven dat er geen bijzondere omstandigheden zijn waarmee verweerder rekening dient te houden bij het bemiddelen van passende woonruimte. Verweerder heeft op 23 februari 2004 aan eiser meegedeeld dat de gemeente Utrecht bereid is gevonden eiser bij voorrang te huisvesten. Eiser is hiervan op de hoogte gesteld bij telefoongesprek van 3 maart 2004. Eiser heeft in dat gesprek verklaard dat hij een woning in de gemeente Utrecht weigert, omdat hij in de gemeente Nijmegen een opleiding tot vrachtwagenchauffeur volgt, dat de gemeente Nijmegen die opleiding betaalt en dat de gemeente Nijmegen deze opleiding niet verder zal betalen als hij in een andere gemeente komt te wonen. De gemeente Utrecht heeft vervolgens op 27 april 2004 aan eiser een woning aangeboden. Eiser heeft de aangeboden woning geweigerd. Op 28 april 2004 is eiser naar aanleiding van zijn weigering de aangeboden woonruimte te betrekken, door verweerder gehoord (woningweigeringsgesprek). 2.7 Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat eiser de aangeboden passende woonruimte in de gemeente Utrecht ten onrechte heeft geweigerd, omdat eiser verweerder te laat heeft geïnformeerd dat hij een opleiding volgt in de gemeente Nijmegen. Na het invullen van het ‘bijlage 6-formulier’ dienen wijzigingen in de situatie, zoals het volgen van een opleiding, tijdig bij het Asielzoekerscentrum te worden gemeld. Eiser volgt zijn opleiding al vanaf 20 januari 2004 en vanaf deze datum had eiser verweerder daarover dan ook kunnen informeren. Eiser heeft verweerder echter pas op 3 maart 2004, en derhalve ná de bemiddeling naar de gemeente Utrecht op 23 februari 2004, geïnformeerd over zijn opleiding. 2.8 Eiser heeft daartegen ingebracht dat verweerder ten onrechte heeft geconcludeerd dat eiser verweerder te laat heeft geïnformeerd dat hij een opleiding volgt in de gemeente Nijmegen. Eiser heeft vrijwel meteen nadat hij met zijn opleiding was begonnen, telefonisch contact gezocht met het COA in Nijmegen. Met diverse medewerkers heeft eiser gesproken over zijn opleiding tot vrachtwagenchauffeur en gevraagd deze informatie door te geven aan de bevoegde afdeling. De medewerkers deelden hem echter mee, dat dit zinloos was omdat met de opleiding van eiser geen rekening zou worden gehouden omdat het niveau te laag was. Drie weken vóór de woningbemiddeling naar de gemeente Utrecht heeft eiser derhalve reeds doorgegeven dat en waar hij een opleiding volgt. Bij eisers verhuizing naar Nijmegen zal de gemeente Nijmegen stoppen met het betalen van eisers opleiding. De gemeente Utrecht is desgevraagd niet bereid de opleiding verder te financieren. 2.9 Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat eiser geen belang heeft bij de beoordeling van het beroep, aangezien hij met het beëindigen van de Rva-verstrekkingen niet in zijn belangen is geschaad. Eiser heeft vanaf 10 februari 1999 niet meer in de centrale COA-opvang verbleven, maar in een woning op grond van de zogenaamde Zelfzorgarrangement (ZZA)-regeling. Voorts heeft eiser na het verkrijgen van zijn verblijfsvergunning een uitkering bij de gemeente Nijmegen gekregen. Abusievelijk is eiser echter níet uitgeschreven, maar daarentegen bemiddeld naar woonruimte. Feitelijk heeft eiser vanaf het moment dat bij verweerder bekend is geworden dat hij een uitkering genoot, onder de Rva slechts een ziektekostenverzekering bij verweerder genoten. Eiser was derhalve dubbel verzekerd. Met het bestreden besluit is feitelijk slechts de ziektekostenverzekering van eiser bij verweerder beëindigd. Daarbij komt dat de gemeente Nijmegen eiser nimmer een passende woning zal kunnen aanbieden, aangezien de gemeente Nijmegen geen woningen ter beschikking stelt aan het COA. Het COA kan dus in Nijmegen niet bemiddelen. De rechtbank overweegt als volgt. 2.10 De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit strekt tot het beëindigen van het recht van eiser op Rva-verstrekkingen. Er is daardoor sprake van een verslechtering van de rechtspositie van eiser. De omstandigheid dat eiser van dat recht feitelijk geen gebruik maakt omdat hij elders verblijft en een uitkering van de gemeente ontvangt, of dat recht niet nodig heeft omdat hij reeds een ziektenkostenverzekering geniet, doet daaraan niet af. 2.11 Daarbij komt dat verweerder, indien de rechtbank concludeert dat de Rva-verstrekkingen ten onrechte zijn beëindigd, eiser opnieuw een passende woning zal aanbieden. Verweerder heeft eiser immers toegezegd dat eiser alsdan niet zal worden tegengeworpen dat zijn Rva-verstrekking dienen te worden beëindigd op grond van artikel 2 Rva 1997 omdat hij een bijstandsuitkering ontvangt, nu de verstrekkingen aan eiser eerder abusievelijk niet om die reden zijn beëindigd en eiser daarentegen is bemiddeld naar woonruimte. Verweerder heeft in dit verband ter zitting naar voren gebracht dat verweerder in de gemeente Nijmegen geen passende woning zal kunnen aanbieden, nu de gemeente Nijmegen verweerder geen woonruimte aanbiedt, en dat daardoor de financiering door de gemeente Nijmegen van eisers opleiding niet zal kunnen worden gegarandeerd. Verweerder heeft ter zitting evenwel voorts verklaard dat kan worden - en in soortgelijke gevallen ook wordt - onderzocht of een vreemdeling die in een woning woont op grond van de ZZA-regeling, na het verlenen van een verblijfsvergunning daar kan blijven wonen. Daarnaast heeft eiser ter zitting verklaard bereid te zijn ook in een van de randgemeenten van Nijmegen te wonen, nu de gemeente Nijmegen in dat geval bereid is zijn opleiding te blijven financieren.
Toegepaste wetsartikelen
- Artikel 2 — Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997 (Rva 1997)
- Artikel 5 — Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997 (Rva 1997)
- Artikel 8 — Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997 (Rva 1997)