Rechtspraak 1999-06-09
ECLI:NL:RBSGR:1999:AA1039
rolnummer: 96/1048 datum vonnis: 9 juni 1999 DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE Sector Civiel Recht • Kamer D Vonnis in de zaak met rolnummer 96/1048 van: 1.het rechtspersoonlijkheid bezittende kerkgenootschap naar buitenlands recht CHURCH OF SPIRITUAL TECHNOLOGY, gevestigd te Los Angeles, Verenigde Staten van Amerika, 2.het rechtspersoonlijkheid bezittende kerkgenootschap naar buitenlands recht RELIGIOUS TECHNOLOGY CENTER, gevestigd te Los Angeles, Verenigde Staten van Amerika, 3.de rechtspersoon naar buitenlands recht NEW ERA PUBLICATIONS INTERNATIONAL APS, gevestigd te Kopenhagen, Denemarken, eisers, procureur: mr R. Laret, advocaat: mr R. Hermans te Amsterdam, tegen: de besloten vennootschap DATAWEB B.V., gevestigd te 's-Gravenhage, de stichting STICHTING XS4ALL, gevestigd te Amsterdam, de stichting STICHTING DE DIGITALE STAD,gevestigd te Amsterdam, de besloten vennootschap CISTRON INTERNET SERVICES B.V., gevestigd te Alphen aan den Rijn, de besloten vennootschap INTERNET ACCESS EINDHOVEN B.V., gevestigd te Eindhoven, de vennootschap naar buitenlands recht EURONET INTERNET INC., gevestigd te Wilmington, Verenigde Staten van Amerika, de besloten vennootschap WIREHUB! INTERNET B.V., gevestigd te Rotterdam, de stichting STICHTING INTERNET ACCESS, gevestigd te Slochteren, RONALD WALTER VERGEER, h.o.d.n. B-ART MIDDEN NEDERLAND B.V. I.O., wonende te Leidschendam, de vennootschap onder firma LUNATECH RESEARCH, gevestigd te Rotterdam, MICHAEL DAVID PENTOWSKI, vennoot van v.o.f. Lunatech Research, wonende te Rotterdam, PETER FIRTH MUNRO, vennoot van v.o.f. Lunatech Research, wonende te Workingham, Verenigd Koninkrijk, STEFAN MARK ARENTZ, vennoot van v.o.f. Lunatech Research, wonende te Schagen, PETER ALEXANDER KAAS, vennoot van v.o.f. Lunatech Research, wonende te Odijk, gemeente Bunnik, de vennootschap onder firma SPIRIT INTERACTIEVE DIENSTEN B.V. I.O., gevestigd te Rotterdam, de naamloze vennootschap N.V. ENECO, vennoot van Spirit Interactieve Diensten B.V. i.o., gevestigd te Rotterdam, de besloten vennootschap ROTTERDAMS DAGBLAD B.V., vennoot van Spirit Interactieve Diensten B.V. i.o., gevestigd te Rotterdam, de GEMEENTE ROTTERDAM (ONTWIKKELINGSBEDRIJF ROTTERDAM), vennoot van Spirit Interactieve Diensten B.V. i.o., zetelend te Rotterdam, de besloten vennootschap METROPOLIS INTERNET B.V., gevestigd te Dordrecht, KARIN SPAINK, wonende te Amsterdam, gedaagden, procureur: mr J.C.H. van Manen, advocaten: mr Van Manen voornoemd en mr P.H. Bakker Schut te Amsterdam, en de besloten vennootschap B-ART NOORD NEDERLAND B.V., gevestigd te `s-Gravenhage, de stichting STICHTING TELEBYTE, gevestigd te Nijmegen, de vennootschap naar buitenlands recht DUTCH CHANNEL LIMITED, handelend onder de naam GLOBAL XS, gevestigd te Margate, Kent, Verenigd Koninkrijk, gedaagden, niet verschenen. De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken: -de exploiten van dagvaarding; -de conclusie van eis, met producties; -de conclusie van antwoord, met producties; -de conclusie van repliek, met producties; -de conclusie van dupliek, met producties; -de akte houdende overlegging producties van 8 maart 1999 van gedaagden. Ter zitting van deze rechtbank en kamer van 8 maart 1999 hebben partijen de zaak doen bepleiten door hun advocaten. De pleitnota's bevinden zich bij de stukken. RECHTSOVERWEGINGEN Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet (voldoende gemotiveerd) weersproken, deels blijkende uit de overgelegde stukken, het volgende vast. L. Ron Hubbard is de stichter van de Church of Scientology (hierna: `CoS'). De leer van de CoS is beschreven in verschillende werken. Tot die werken behoren de ongepubliceerde `Operating Thetan I' tot en met `Operating Thetan VII' (hierna: `de OT-werken') en het gepubliceerde `The Scientologist (Ability Major I)' (hierna: `Ability'). Hubbard is in 1986 overleden. Hij heeft de auteursrechten op zijn werken bij testament vermaakt aan de Trustee of Author's Family Trust B. De Trustee heeft een li 15a onder 1 Auteurswet 1912; d. Spaink te bevelen iedere inbreuk op het auteursrecht van CST te staken en gestaakt te houden op straffe van een dwangsom; e. de Service Providers te bevelen primair iedere inbreuk op het auteursrecht van CST te staken en gestaakt te houden, subsidiair zodra zij worden gewezen op de aanwezigheid van inbreukmakende documenten op hun computersystemen zorg te dragen voor onmiddellijke verwijdering daarvan, meer subsidiair zodra zij worden gewezen op de aanwezigheid van inbreukmakende documenten op hun computersystemen de desbetreffende gebruiker te verzoeken deze onmiddellijk te verwijderen en bij gebreke van voldoening aan dit verzoek de desbetreffende gebruiker de verdere toegang tot hun computersysteem te ontzeggen, een en ander op straffe van een dwangsom; f. de Service Providers te bevelen eisers binnen drie dagen na vonniswijzing dan wel na een verzoek daartoe van eisers te informeren over de namen en adressen van derden die inbreukmakende documenten via hun computersysteem hebben openbaar gemaakt en/of verveelvoudigd dan wel na vonniswijzing zullen openbaarmaken en/of verveelvoudigen, eveneens op straffe van een dwangsom. Zij stellen daartoe dat Hubbard de auteur is van de OT-werken en Ability en dat CST het auteursrecht op deze werken overgedragen heeft gekregen van de Trustee. Zij stellen voorts dat Spaink, alsmede een aantal anonieme gebruikers van de diensten van de Service Providers, op het Internet op hun home pages het Fishman Affidavit, waarin aanzienlijke gedeelten uit deze werken zijn opgenomen, zonder toestemming van eisers openbaar maken en/of verveelvoudigen. Nu bij de desbetreffende Service Providers een copie van de home pages met het Fishman Affidavit in hun computersysteem is opgeslagen en die Service Providers aan derden die deze home pages opvragen, al dan niet met behulp van een in die home pages opgenomen `link', een copie ter beschikking stellen, is ook sprake van een inbreukmakende openbaarmaking en/of verveelvoudiging door de Service Providers. Gedaagden handelen dus onrechtmatig jegens eisers, als gevolg waarvan eisers schade hebben geleden en dreigen te lijden, aldus eisers. Gedaagden voeren gemotiveerd verweer. Gedaagden betwisten dat CST auteursrecht heeft op de OT-werken en Ability. Zij stellen daartoe in de eerste plaats dat aan deze werken geen auteursrecht toekomt, omdat het gaat om banale teksten zonder enige coherentie, verhaallijn of structuur. De rechtbank stelt voorop dat de beoordeling of de werken in Nederland - de plaats waar de gestelde inbreuk wordt gemaakt - auteursrechtelijk beschermd zijn, moet plaatsvinden naar Nederlands recht. Volgens het systeem van de Berner Conventie, waarbij zowel Nederland als de Verenigde Staten (van welk land Hubbard onderdaan was) partij zijn, geeft deze aan de auteur, onafhankelijk van het al dan niet bestaan van bescherming in het land van herkomst, in ieder bij de Conventie aangesloten land een recht, in omvang en in werking gelijk aan dat hetwelk de eigen wetgeving van dat land bij rechtstreekse toepasselijkheid van die wetgevingen aan eigen onderdanen geeft. De rechtbank is, alleen al gelet op de citaten uit de OT-werken en Ability op de home page van Spaink, van oordeel dat deze werken een eigen, oorspronkelijk karakter bezitten en het persoonlijk stempel van de maker dragen. Zij zijn dus vatbaar voor auteursrechtelijke bescherming. Gedaagden ontkennen nog, met een beroep op (met name) de memorandum opinion van Judge J. Kane (District Court for the District of Colorado) van 5 november 1998, dat Hubbard de maker van de werken is. De rechtbank gaat daaraan voorbij. Op het door eisers overgelegde titelblad van de Technical Bulletins wordt L. Ron Hubbard als auteur vermeld; ingevolge artikel 15 lid 1 van de Berner Conventie moet dan, behoudens door gedaagden te leveren tegenbewijs, Hubbard als de auteur van dit werk worden beschouwd. Voor zover op de OT-werken de naam van Hubbard niet mocht zijn vermeld volgt uit hetg Nu de rechtbank heeft aangenomen dat CST auteursrecht heeft op OT II en III en Ability, brengt dit, gelet op het hiervoor onder 1.10 overwogene, mee dat Spaink gedurende de tijd zij het Fishman Affidavit, waarvan die werken als bijlagen deel uitmaken, op haar home pages op het Internet had staan, op deze auteursrechten inbreuk heeft gemaakt. Voor zover eisers nog stellen dat Spaink aldus ook inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten op de overige OT-werken onderbouwen zij die stelling niet, zodat daaraan wordt voorbijgegaan. In verband met de vraag of Spaink thans nog inbreuk maakt op de auteursrechten van CST door op haar home pages uit de bijlagen uit het Fishman Affidavit te citeren, twisten partijen over de vraag of de OT-werken rechtmatig zijn openbaar gemaakt in de zin van art. 15a Aw. De rechtbank stelt voorop dat die vraag moet worden beantwoord volgens het recht van de plaats van openbaarmaking. CoS heeft de cursussen, waarop de OT-werken betrekking hebben, op grote schaal onder haar leden - naar gedaagden onweersproken stellen onder minimaal 25.000 mensen - verspreid. Daaruit volgt dat de werken met toestemming van de maker in druk zijn verschenen. Nu de uitgave aldus is geschied met toestemming van de rechthebbende, is de rechtmatigheid van de openbaarmaking, ongeacht de plaats daarvan, gegeven, waaraan niet in de weg staat de omstandigheid dat de leden onder wie de werken zijn verspreid zich hebben verbonden tot geheimhouding daarvan. In het midden kan blijven of de OT-werken reeds rechtmatig zijn openbaar gemaakt doordat van het Fishman Affidavit gedurende enige tijd afschriften tegen betaling verkrijgbaar waren bij de bibliotheek van de United States District Court for the Central District of California. De gevorderde verklaring voor recht, zoals weergegeven hierboven onder 2c, kan dus niet worden uitgesproken. Dat het door NEPI gepubliceerde werk Ability rechtmatig is openbaar gemaakt, is niet in geschil. Een en ander brengt mee dat het Spaink op grond van art. 15a lid 1 Aw. vrij staat op haar home pages te citeren uit OT II en III en uit Ability. Hetgeen door Spaink uit de desbetreffende werken is geciteerd - slechts een relatief klein gedeelte van de werken ter illustratie van haar betoog, zonder dat van exploitatie van de werken sprake is - blijft binnen de door de wet in dat verband gestelde grenzen. Zij maakt dus thans geen inbreuk op de auteursrechten van CST. Het gevorderde bevel zoals weergegeven hierboven onder 2d is niet toewijsbaar. Weliswaar heeft Spaink vóór 23 februari 1996 deze werken integraal openbaar gemaakt op haar home pages, maar zij heeft deze na sommatie daartoe door CST van haar home pages verwijderd, terwijl er geen vrees bestaat voor herhaling. Eisers hebben dus geen belang bij deze vordering. Hieruit volgt tevens dat het hierboven onder 2e weergegeven primair gevorderde bevel niet toewijsbaar is. Tot slot komt in dit kader aan de orde de vraag, kort gezegd, in hoeverre de Service Providers zelf auteursrechtinbreuk plegen indien gebruikers van hun diensten inbreukmakende documenten op het Internet zetten. De rechtbank stelt voorop dat de activiteiten van de Service Providers waar het in deze zaak om gaat zijn beperkt tot het doorgeven van informatie van en/of aan haar gebruikers en de opslag van die informatie. De Service Providers selecteren de informatie niet en bewerken haar evenmin. Zij verschaffen slechts de technische faciliteiten teneinde openbaarmaking door anderen mogelijk te maken. Met haar president (in diens kort geding-vonnis van 12 maart 1996) is de rechtbank van oordeel dat de Service Providers onder deze omstandigheden niet zelf openbaarmaken maar slechts gelegenheid geven tot openbaarmaking. De rechtbank is verder van oordeel dat de activiteiten van de Service Providers ook niet een auteursrechtelijk relevante verveelvoudiging inhouden. Het gaat hier om door de technologie gedicteerde reproducties die ontstaan niet zozeer als gevolg van een handeling van de Service Pro