Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-07-15
ECLI:NL:RBROT:2026:9517
RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/712124 / HA ZA 25-1124 Vonnis van 15 juli 2026 in de zaak van EOSTA B.V. , te Waddinxveen, eisende partij, hierna te noemen: Eosta, advocaat: mr. J.P. Hellinga, tegen AGROMARINE LIMITADA , te Santiaga, Chili, gedaagde partij, hierna te noemen: Agromarine, advocaat: mr. Th.J.H.M. Linssen. 1 De zaak in het kort Eosta verhandelt biologische druiven en citroenen. Agromarine leverde deze aan Eosta. Partijen twisten over de afrekening voor geleverde druiven en citroenen en over de vraag of Agromarine misgelopen commissie aan Eosta moet vergoeden, omdat Agromarine een aantal containers met druiven niet heeft geleverd. Partijen hebben hiervoor over en weer vorderingen ingesteld. De rechtbank oordeelt dat partijen elkaar over en weer moeten betalen. Na verrekening resteert een vordering van Eosta op Agromarine van € 70.423,82, vermeerderd met de wettelijke rente daarover. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 16 juni 2025, met producties 1 tot en met 3 en 5 tot en met 10; - de brief van Eosta van 8 december 2025, met onder meer een exploot van betekening van de dagvaarding en beslagexploten; - de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie van 4 februari 2026, met producties 1 tot en met 8c; - de brieven van de rechtbank van 17 februari 2026, waarin mondelinge behandeling is bepaald; - de conclusie van antwoord in reconventie van 18 maart 2026, met producties 11 en 12; - het bericht van de rechtbank van 19 maart 2026, met daarin een zittingsagenda; - de mondelinge behandeling van 24 april 2026, en de daarbij overgelegde spreekaantekeningen van mr. Linssen. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1. Eosta is een in Nederland gevestigde onderneming die zich bezighoudt met de import van en handel in biologisch fruit, waaronder druiven en citroenen. 3.2. Agromarine is een in Chili gevestigde onderneming die zich bezighoudt met de export van en handel in biologisch fruit, zoals druiven en citroenen. 3.3. In december 2023 zijn partijen de ‘Supply agreement grapes season 2024’ (hierna: SAG 2024) overeengekomen. Daarin is bepaald, voor zover relevant: “ 13. Contract types MGP Consignment (commission basis) Details MGP per variety/box, see annex 1 (…) 17 Quality Inspection & Report - Eosta to inspect quality of fruit within 48 working hours after discharge and present Quality Reports to supplier. Supplier to carry out counter survey within 24 hours thereafter. QR’s are conclusive unless supplier proves otherwise through counter survey. (…) 18 Liability of Supplier for damages. - (…) supplier also liable for damages as a result of untimely deliveries. - Supplier liable for claims related to inherent vice as well quality claims and to safeguard Eosta from claims of third parties. (…) 20. Law of the contract and place of justice. Dutch law applies and Courts in Rotterdam have jurisdiction. Vienna Convention on International Sale of Goods not applicable.” 3.4. In december 2023 zijn partijen eveneens de ‘Supply agreement Lemon season 2024’ (hierna: SAL 2024) overeengekomen. Daarin is bepaald, voor zover relevant: “ 13. Contract types Consignment (commission basis) ” Het hierboven geciteerde artikel 20 van de SAG 2024, is ook in de SAL 2024 opgenomen. 3.5. Op 9 juli 2024 stuurt Eosta een statusupdate aan Agromarine met betrekking tot de voorlopige balans betreffende afrekening van de in 2024 geleverde druiven. 3.6. Op 25 juli 2024 reageert Agromarine: “ column "V" MGP difference, does this mean that you say the result would be a total of EUR 74.386,55 below de MG invoiced ?? ” 3.7. Op 1 augustus 2024 antwoordt Eosta: “ As discussed; yes, that € 74.386,55 is the difference on MGP level. This can we considered as the ‘loss’ of the season. The real loss is obviously to be appointed to those last 6 containers, arriving late with on top inferior quality compared to other arrivals. Our proposal: we will split the lo Grapes 2024 After the agreement with [naam 3] ( credit note of EUR 37.293 ) and as explained several times, there is a balance open in our accounting of EUR 158.550 ( see previous emails ) We have paid in Chile according to the Agreement with [naam 3] , as explained to you, so we have still a huge minus in the grape operation which is causing severe impact on our cash flow and commitments in Chile. Specially because of the financial support provided to [naam 4] which has been much more than your payments, as explained to you. So as agreed, we need you to reimburse us this amount during 2025 and until June. [As] a proof of our goodwill we will issue an additional credit note of eur 18.550, being then the outstanding amount a total of EUR 140.000 Im sure you will understand this, we cannot charge [naam 4] in 2025 with this issue of 2024, he needs good results for his retirement and we too as we are investing and recovering the farm as you saw in person.” 3.14. Agromarine heeft in 2025 drie containers druiven verscheept aan Eosta, te weten steeds één container op 1 maart 2025 respectievelijk 7 maart 2025 en 14 maart 2025. De overige zestien containers die Agromarine op grond van SAG 2025 zou verschepen, zijn nooit geleverd aan Eosta. 3.15. Voor de drie de containers die Agromarine wel heeft geleverd, heeft Eosta aan Agromarine een advance payment van USD 5.000,00 per container betaald. 3.16. Op 18 maart 2025 schrijft Agromarine aan Eosta, in een e-mailbericht met als onderwerp “ RE: starting grape loads / perspectives ”, voor zover relevant: “ Can you help paying this week the lemons ? Make me a proposal for [grapes] 2024, we are ready to make an extra effort but we are running a crisis since the unpayments of last year ” 3.17. Op 28 april 2025 schrijft Eosta aan Agromarine, onder meer: “ We have paid an aggregate pre season advance amount to you of € 335.445,00 and you have only shipped 3 containers instead of the 19 as agreed. (…) We have suspended payment, because you did not ship any containers as you had committed yourself to do and had again promised to do when we were in Chile in January of this year. We repeat we are still willing to pay, provided you without any delay comply with your commitment to ship the remaining 16 containers of grapes. (…) You have a clear cut obligation to supply us with another 16 containers with grapes and there no excuses whatsoever not to ship these containers, which you despite our many requests, have refused to do. Instead you sold and delivered to other importers, leaving us completely empty handed. That is unacceptable. We pay you € 335.000,00 up front, much more than usual, to help you and in then after shipping only shipping only 3 containers to us, (…) We once more must ask you to redirect to us any containers currently being shipped to Europe - with a minimum of 16 - within 8 days from now allowing us to receive same before contract's end. If you sent us the shipping documents, we are perfectly willing to pay you the extra money for the lemons. ” Eosta wijst Agromarine daarbij ook op een openstaande balans waarbij Eosta nog € 216.000,00 van Agromarine tegoed heeft en dat zij bij uitblijven van levering de schade op Agromarine zal verhalen. 3.18. Op 9 mei 2025 heeft Eosta van de Voorzieningenrechter verlof verkregen tot het leggen van twee conservatoire derdenbeslagen. Op 20 mei 2025 heeft Eosta die conservatoire derdenbeslagen gelegd. Eosta heeft Agromarine vervolgens bij exploot daarover geïnformeerd, op 27 mei 2025. 3.19. Op 20 mei 2025 stuurt Eosta een e-mail aan Agromarine met onderwerp “ Closing grapes season 2025 ” waarbij zij de afrekening van de derde container stuurt en aangeeft dat Agromarine aan haar na verrekening van de opbrengst van ook die derde container nog € 219.281,00 verschuldigd is, exclusief eventuele claims van retail-klanten die niet konden worden bediend door Eosta. Voor specificatie van het bedrag verwijst Eosta naar een bijgevoegd overzicht. Dat overzicht is Daartegenover staat dat Agromarine stelt dat Eosta nog een openstaande rekening heeft voor de in 2024 geleverde druiven gelet op de afgesproken minimum gegarandeerde prijs en aangaande de in 2024 geleverde citroenen vanwege latere afspraken. In conventie beroept Agromarine zich op verrekening en in reconventie vordert zij betaling van het meerdere, dan wel van het geheel als verrekening in conventie niet mogelijk is. 5.5. Gelet op deze samenhang worden de zaken in conventie en reconventie gezamenlijk behandeld. Druiven 2025 (conventie); Agromarine is € 198.876,00 verschuldigd 5.6. Ter zake van de al dan niet in 2025 geleverde druiven (hierna ook: de 2025-druiven) zijn partijen het erover eens: - dat Eosta een pre-season advance van USD 325.000,00 heeft betaald en driemaal een advance payment van USD 5.000,00 voor de geleverde containers druiven; - dat Agromarine een vordering op Eosta heeft van € 130.179,79 vanwege de doorverkoop door Eosta van de drie geleverde containers (zonder dat daarvan de advance payments zijn afgetrokken); en - dat Agromarine de door Eosta voorgeschoten verpakkingskosten van € 34.005,00 dient te vergoeden. 5.7. Eosta heeft onbetwist – afgezien van de door Agromarine gevoerde verrekenings- en opschortingsverweer – gesteld dat op grond van artikel 15 lid 1 SAG 2025 de pre-season advance op 21 april 2025 opeisbaar is geworden, omdat de resterende zestien containers met 2025-druiven uiterlijk op 20 april 2025 verscheept hadden moeten worden om tijdig te leveren en nakoming niet meer te verwachten was omdat het oogstseizoen voor druiven in Chili op dat moment reeds ten einde was. 5.8. Over de koers waarmee de bedragen in USD moeten worden omgerekend zijn partijen het niet eens, blijkt uit de omrekeningen van partijen met verschillende uitkomsten. Over de precieze dag waarop deze bedragen zijn voldaan of welk bedrag in euro’s daarvoor dan is betaald, zijn geen stellingen ingenomen en is niet (in afdoende mate) ter herleiden uit de onderbouwende stukken. De rechtbank neemt de wisselkoers van 21 april 2025 tot uitgangspunt. De pre-season advance is tegen die wisselkoers € 282.033,00. De advance payments bedragen tegen die koers ieder € 4.339,00, dus gezamenlijk € 13.017,00. 5.9. Ter zake van de 2025-druiven is Agromarine zodoende een hoofdsom verschuldigd van (€ 282.033,00 + € 13.017,00 + € 34.005,00 - € 130.179,79 =) € 198.876,00. Druiven 2025 (conventie); Agromarine kan zich niet op opschorting beroepen en moet de gederfde winst van € 96.000,00 vergoeden 5.10. Eosta stelt per in 2025 niet geleverde container druiven € 6.000,00 schade te hebben geleden. De commissie die Eosta op de drie wel geleverde containers gemiddeld heeft ontvangen bedraagt namelijk € 6.146,22. Volgens Eosta heeft zij die schade terughoudend begroot, omdat de marktprijzen voor biologische druiven uit Chili in de periode april 2025 tot en met mei 2025 steeds heel sterk zijn geweest. 5.11. Agromarine betwist dat Eosta schade heeft geleden. Als Eosta afzetmogelijkheden had, dan had Eosta volgens Agromarine ook bij andere producenten druiven kunnen inkopen. Daarnaast heeft Agromarine aangevoerd dat zij haar leveringsverplichtingen voor de 2025 druiven heeft opgeschort, totdat Eosta het openstaande bedrag voor seizoen 2024 volledig had betaald. 5.12. Tussen partijen is niet in geschil dat het oogstseizoen voor druiven in Chili grofweg van februari tot en met april loopt en dat alle druiven al zijn verhandeld voordat het oogstseizoen begint. 5.13. Eosta heeft gesteld dat het voor haar op het moment dat Agromarine na 14 maart 2025 niet meer verscheepte niet mogelijk was om terstond of op zeer korte termijn dekkingskopen te verrichten. Het is midden in het oogstseizoen bij een gespannen markt met stijgende prijzen namelijk onmogelijk om zestien containers met Chileense biologische druiven bij een andere teler/exporteur te kopen en deze tijdig in Rotterdam te krijgen. Daarnaast, stelt Eosta onbetwist dat Agromarine de zestien containers druiven h Ten aanzien van de aanbetalingen (i) vordert Eosta terecht de wettelijke handelsrente, omdat het gaat om de vertraging in de voldoening van een geldsom die verschuldigd is op grond van een handelsovereenkomst (artikel 6:119a lid 1 BW; artikel 15 lid 1 SAG 2025). Uit artikel 15 lid 1 SAG 2025 volgt echter geen overeengekomen uiterste dag van betaling. Deze is anderszins ook niet gesteld of gebleken. In samenhang met het bericht van 28 april 2025, begrijpt de rechtbank het bericht 20 mei 2025 als het moment waarop Eosta aan Agromarine een ‘factuur’ heeft verzonden, in de zin van artikel 6:119a lid 2 BW. De wettelijke handelsrente over de terug te betalen aanbetalingen is daarom eerst vanaf 30 dagen daarna verschuldigd, te weten 21 juni 2025 (artikel 6:119a lid 2 aanhef en onder a BW). 5.23. Ook ten aanzien van de voorgeschoten verpakkingskosten (ii) vordert Eosta terecht de wettelijke handelsrente, omdat het gaat om de vertraging in de voldoening van een geldsom die verschuldigd is op grond van een handelsovereenkomst (artikel 6:119a lid 1 BW). Eosta heeft echter niets gesteld over het moment waarop deze kosten uiterlijk hadden moeten zijn betaald. Daarom is de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW over de te betalen voorgeschoten verpakkingskosten van € 34.005,00 toewijsbaar vanaf de datum van de dagvaarding, te weten 16 juni 2026. 5.24. Over de schadevergoeding van € 96.000,00 is de wettelijke handelsrente niet toewijsbaar. Een schadevergoeding is namelijk niet een geldsom die verschuldigd is op grond van een handelsovereenkomst (artikel 6:119a lid 1 BW). De gewone wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW is daarop wel van toepassing. Op 28 april 2025 heeft Eosta Agromarine aangemaand de resterende 2025-druiven binnen acht dagen alsnog te leveren. Op 6 mei 2025 heeft Agromarine daar niet aan voldaan. Daarom is Agromarine vanaf 7 mei 2025 daarmee in verzuim (artikel 6:83 aanhef en onder b BW). Daarom is de gewone wettelijke rente toewijsbaar over de gederfde winst vanaf 7 mei 2025 (artikel 6:119 lid 1 BW). Druiven 2024 (reconventie); Eosta moet nog € 156.843,17 betalen 5.25. Ter zake van de in 2024 geleverde druiven (hierna ook: de 2024-druiven) stelt Agromarine dat er nog een vordering op Eosta openstaat. Er is volgens haar een gegarandeerde minimum prijs overeengekomen (‘ MGP ’), opgenomen in bijlage 1 bij de SAG 2024. In reconventie wil Agromarine, onder meer, betaling van hetgeen op grond van die minimumprijzen nog verschuldigd is, te weten € 156.843,17. 5.26. Eosta betwist niet dat die MGP is overeengekomen. Zij voert wel het verweer dat die MGP niet altijd van toepassing is. Deze geldt volgens haar namelijk niet als de geleverde druiven mindere kwaliteit hadden dan is overeengekomen of als de druiven te laat zijn geleverd. Volgens Eosta is dat allebei ook het geval geweest met de 2024-druiven en is zij daarom niet de MGP verschuldigd. 5.27. Tussen partijen is niet in geschil dat voor de 2024-druiven een creditering van € 37.293,00 is afgesproken. Eosta stelt dat de 2024-druiven-overeenkomst volledig en definitief was afgewikkeld met de afgesproken creditering en haar betaling ter voldoening van die creditering op 7 augustus 2024. Agromarine betwist dat en wijst in dat verband onder meer naar haar (pro-forma) facturen, waaronder haar factuur van 1 augustus 2024 waarop staat dat na creditering de totale vordering van Agromarine op Eosta voor de 2024-druiven € 701.186,50 bedraagt. Volgens Eosta zeggen die facturen echter niets over de tussen partijen gemaakte afspraken. 5.28. De rechtbank overweegt dat een MGP gebruikelijk wordt overeengekomen om een deel van het marktrisico en extreme prijsschommelingen op de markt af te dekken. Als er iets mis is met de kwaliteit of de levertijd hoort dat niet ten koste te gaan van de MGP . Daar zijn gebruikelijk andere mechanismen voor, zoals die door partijen ook zijn overeengekomen in artikel 17 en 18 SAG 2024. Als Eosta schade heeft geleden op grond van te lat De wettelijke handelsrente over het bedrag van € 156.843,17 wordt daarom toegewezen vanaf de datum waarop Agromarine haar conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie heeft ingediend, te weten 4 februari 2026. 5.41. Met betrekking tot de € 67.500,00 voor de 2024-citroenen was de afspraak dat deze op 1 mei 2025 zou zijn betaald. Daarom is daarover de wettelijke handelsrente verschuldigd vanaf 2 mei 2025 (artikel 6:119a lid 1 BW). Door Eosta gevorderde BIK worden afgewezen (conventie) 5.42. De door Eosta gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. Voor buitengerechtelijke kosten moet worden gesteld dat deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en de omvang van die kosten redelijk zijn (artikel 6:96 lid 2 sub c BW). Eosta heeft slechts terloops gesteld een buitengerechtelijke handeling te hebben verricht, maar geheel niets gesteld over de kosten daarvan. Verrekening vorderingen conventie en reconventie 5.43. De rechtbank verrekent de vorderingen van partijen. Daardoor gaan deze tot hun gemeenschappelijk beloop teniet (artikel 6:127 lid 1 BW). Daarbij geldt dat de verrekening terugwerkt tot op het tijdstip waarop de bevoegdheid tot verrekening is ontstaan (artikel 6:129 lid 1 BW). Voorts geldt bij de verrekening dat deze eerst op de verschenen rente in mindering moet worden gebracht en daarna pas op de hoofdsom en de lopende rente (artikel 6:44 lid 1 BW). 5.44. Eosta heeft van Agromarine te vorderen: € 164.871,00 aan terug te betalen aanbetalingen, opeisbaar vanaf 21 april 2025, en vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 21 juni 2025; € 34.005,00 aan te betalen voorgeschoten verpakkingskosten, opeisbaar vanaf 16 juni 2026 (overeenkomstig het in 5.23 gegeven oordeel), en vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 16 juni 2026; en € 96.000,00 aan schadevergoeding, opeisbaar vanaf 7 mei 2025 (zoals volgt uit het in 5.24 gegeven oordeel), en vermeerderd met de gewone wettelijke rente daarover vanaf 7 mei 2025. 5.45. Agromarine heeft van Eosta te vorderen: € 156.843,17 ter zake van de 2024-druiven, voor zover in de procedure kan worden vastgesteld in ieder geval opeisbaar vanaf 1 augustus 2024 (zie 3.8), en vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 4 februari 2026; en € 67.500,00 ter zake van de 2024-citroenen, opeisbaar vanaf 2 mei 2025 (zoals volgt uit het in 5.41 gegeven oordeel), en vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 2 mei 2025. 5.46. Dat betekent dat op 21 april 2025 voor het eerst kon worden verrekend, te weten vordering a. van Agromarine met vordering a. van Eosta. Op dat moment is er nog geen rente verlopen. Zodoende resteert op dat moment een vordering van (€ 164.871,00 - € 156.843,17 =) € 8.027,83 voor Eosta op Agromarine. 5.47. Het volgende verrekenmoment is op 2 mei 2025, namelijk met vordering b. van Agromarine. Op dat moment is nog steeds geen rente verlopen. Na verrekening resteert een vordering van (€ 67.500,00 - € 8.027,83 =) € 59.472,17 voor Agromarine op Eosta. 5.48. Op 7 mei 2025 moet deze vordering weer worden verrekend met vordering c. van Eosta. Over het bedrag van € 59.472,17 is intussen, vanaf 2 mei 2025 tot en met 7 mei 2025, aan wettelijke handelsrente verschenen: het bedrag van € 109,01. Daarom resteert na verrekening een vordering van (€ 96.000,00 - € 109,01 - € 59.472,17 =) € 36.418,82 voor Eosta op Agromarine. Over dat bedrag is Agromarine vanaf 7 mei 2025 ook de gewone wettelijke rente verschuldigd, aangezien dat het restant van vordering c. van Eosta betreft. 5.49. Vanaf 16 juni 2025 komt daarbij vordering b. van Eosta op Agromarine, en is Agromarine aan Eosta € 34.005,00 verschuldigd, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 16 juni 2025. 5.50. Gelet op al het voorgaande veroordeelt de rechtbank Agromarine om aan Eosta € 70.423,82 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 36.418,82 vanaf 7 mei 2025 en vermeerderd met de wettelijke