Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-07-29
ECLI:NL:RBROT:2026:9388
Eindvonnis na tussenvonnis met bewijsopdracht. Grotendeels geslaagd in de bewijslevering. De (extra) aftrek voor het restant MIU in de UCO wordt afgewezen als onvoldoende gemotiveerd onderbouwd. vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/679981 / HA ZA 24-467 Vonnis van 29 juli 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BENELUXVET B.V. , gevestigd te Dronten, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. P.E. Bloemendal te Arnhem, tegen de vennootschap naar buitenlands recht BIOTISK ENERGIER SWEDEN AB , gevestigd te Solna (Zweden), gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. R. Sinke te Rotterdam. Partijen worden hierna aangeduid met Beneluxvet en Biotisk. 1 De zaak in het kort 1.1. In het tussenvonnis van 19 februari 2025 is aan Beneluxvet een bewijsopdracht gegeven ten aanzien van meerdere punten. De rechtbank oordeelt dat Beneluxvet is geslaagd in het leveren van bewijs dat partijen zijn overeengekomen dat Beneluxvet op basis van de methode van tappen en wegen mocht afrekenen en dat de aftrek voor MIU per batch moest worden bepaald. Daarbij heeft Beneluxvet onder verwijzing naar, en door overlegging van een groot deel van de relevante weegbonnen onderbouwd hoe zij tot het aantal door Biotisk te betalen kg/kg MIU aftrek is gekomen. De rechtbank wijst echter de door haar gehanteerde (extra) aftrek voor het restant MIU af. Beneluxvet heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd onderbouwd dat dit deel conform partijafspraken is getest. 2 Het verloop van de procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 19 februari 2025 (hierna: het tussenvonnis) en de daarin genoemde stukken; de akte uitlating bewijslevering van Beneluxvet van 19 maart 2025; de antwoordakte uitlating bewijslevering van Biotisk van 2 april 2025; de akte bewijslevering van Beneluxvet van 4 juli 2025, met producties 28 tot en met 40; het proces-verbaal van getuigenverhoor van 4 juli 2025; het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 10 december 2025 en het tijdens het getuigenverhoor overgelegde stuk van Biotisk; de conclusie na enquête van Beneluxvet van 21 januari 2026, met producties 41 en 42; de conclusie na enquête van Biotisk van 4 maart 2026, met producties 9 tot en met 11. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De verdere beoordeling 3.1. In het tussenvonnis onder 4.11 heeft de rechtbank Beneluxvet in de gelegenheid gesteld om: 1. te bewijzen dat partijen zijn overeengekomen dat Beneluxvet op basis van de methode van tappen en wegen mocht afrekenen en dat de aftrek voor MIU per container moest worden bepaald, en 2) onder verwijzing naar, en door overlegging van de relevante weegbonnen te onderbouwen hoe zij tot het aantal door Biotisk te betalen kg/kg MIU aftrek is gekomen. 3.2. In haar akte uitlating bewijslevering van 19 maart 2025 heeft Beneluxvet aangegeven het opgedragen bewijs te leveren door zowel het horen van getuigen als het overleggen van bewijsstukken. Beneluxvet heeft bewezen dat de methode van tappen en wegen is overeengekomen 3.3. Naar het oordeel van de rechtbank is Beneluxvet geslaagd in haar bewijsopdracht dat partijen zijn overeengekomen dat Beneluxvet de aftrek voor MIU op basis van de methode van tappen en wegen mocht bepalen. Zij overweegt daartoe als volgt. 3.4. Beneluxvet heeft de in de overeenkomst onder het kopje “ Testing ” genoemde ISO-normen voor “ Moisture and Volatile matter ”, “ Impurities ” en “ matter ” in het geding gebracht, te weten respectievelijk ISO 662:2016, ISO 663:2017 en ISO 3596:2000 (die verwijst naar de oudere ISO 3596:1988). Hieruit blijkt dat de normen enkel beschrijven hoe een monster moet worden geanalyseerd en niet hoe een monster moet worden genomen (“ Sampling is not part of the method specified in this document ” of “ prepare the test sample in accordance with (…) ”). De drie normen verwijzen voor het nemen van monsters naar ISO-norm 5555-2001. Hierin wordt onder meer het volgende vermeld: “Whichever method is used, accurate determination of water content is often difficult because of the indistinct separation of free water and the emulsion layer and water in suspension, in the lower layers of the fat. (…) 6.4 Sampling from tank wagons or cars and horizontal cylindrical tanks including tank containers Samples should preferably be taken as soon as the tanks have been filled; i.e. before settling occurs possibly leading to fractionating or layering. (…) If the increments cannot be taken immediately after the tanks have filled, perform a preliminary test for the presence of free water as a bottom layer. If free water is present, and with the agreement of the parties concerned, remove it by opening the bottom tap. Measure the amount of water removed and report this to the buyer and seller or to their representatives." 3.5. De rechtbank is van oordeel dat Beneluxvet door overlegging van de ISO-normen, in combinatie met ISO-norm 5555-2001, heeft aangetoond dat de methode van tappen en wegen gangbaar is om de aanwezige hoeveelheid MIU te meten, in een situatie als de onderhavige waarbij de monstername niet direct na het vullen van de tanks kan geschieden. Dat de ISO-normen uit de overeenkomst verwijzen naar ISO-norm 5555-2001 en dat hierin de methode tappen en wegen wordt omschreven, wordt door Biotisk erkend, maar zij wijst erop dat partijen over die methode dan wel overeenstemming hebben moeten bereiken (“ with the agreement of the parties concerned ”). De rechtbank komt tot het oordeel dat die overeenstemming uit de overeenkomst volgt. Immers, gebleken is dat de in de overeenkomst onder “ Testing ” genoemde ISO-normen slechts beschrijven hoe monsters moeten worden geanalyseerd, dat de ISO-normen voor het meten van de hoeveelheid MIU verwijzen naar de methode van tappen en wegen en, zoals eerder door Beneluxvet is aangevoerd, in de overeenkomst is bepaald onder “ Quantity ” dat “ Net weight will be decided after quality control and water/impurities (waste) measurement in Dronten ”. Dat het meten van MIU in de laatstgenoemde zin apart naast “ quality control ” wordt genoemd, ziet de rechtbank, in samenhang bezien met het gegeven dat deze methode ook in de ISO-normen wordt omschreven, als aanwijzing dat is afgesproken om het gewogen afgetapte MIU van het totale gewicht af te trekken. 3.6. Biotisk heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist. Ter onderbouwing van haar betwisting heeft Biotisk kopieën van overeenkomsten met andere afnemers van haar product overgelegd waarin de kwaliteitscontrole staat uitgewerkt. Hieruit volgt echter niets over hetgeen tussen Beneluxvet en Biotisk is overeengekomen. Biotisk heeft het standpunt van Beneluxvet dan ook onvoldoende gemotiveerd betwist. 3.7. De rechtbank overweegt verder dat Beneluxvet voor haar MIU aftrek, naast het gewogen afgetapte MIU, kennelijk ook een percentage heeft afgetrokken op basis van restant MIU dat volgens haar na het aftappen in de UCO resteerde. De rechtbank meent, samen met Biotisk, dat Beneluxvet (in tegenstelling tot de MIU dat door de methode tappen en wegen is vastgesteld) niet, althans onvoldoende gemotiveerd heeft onderbouwd dat het restant MIU conform partijafspraken is getest en afgetrokken. Beneluxvet heeft in deze procedure steeds zelf betoogd dat (alleen) de methode van tappen en wegen moet worden gevolgd om de aftrek voor MIU te bepalen. Zij heeft, zoals ook door Biotisk aangevoerd, bovendien geen test- of meetresultaten overgelegd waaruit het overgebleven restant MIU blijkt. De (extra) aftrek voor het restant MIU zal daarom hierna worden afgewezen. Beneluxvet heeft bewezen dat de aftrek voor MIU per batch moet worden bepaald 3.8. Beneluxvet heeft toegelicht dat zij zich niet op het standpunt heeft gesteld dat de aftrek voor MIU per container moest worden bepaald, maar per batch/levering. In de eindafrekeningen is de aftrek wel steeds per container vermeld, maar dat is een evenredige verdeling van de totale aftrek voor de gehele batch. De rechtbank is van oordeel dat Beneluxvet in haar bewijsopdracht is geslaagd en overweegt daartoe als volgt. 3.9. Dat de aftrek per batch en niet per contract moest worden bepaald, volgt volgens Beneluxvet uit de afspraak tussen partijen dat de kwaliteit en het af te rekenen gewicht na aankomst van een batch in Dronten werd bepaald, waarbij partijen ernaar streefden dat de slotbetaling binnen tien dagen na aankomst werd verricht. Dit zou niet mogelijk zijn indien per contract zou worden afgerekend. De leveringen van verschillende batches binnen hetzelfde contract konden immers tot meer dan vier maanden uit elkaar liggen. Biotisk heeft dit niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken. Zij heeft erkend dat partijen er (ook) voor konden kiezen per batch af te rekenen, aangezien, zoals ook door Beneluxvet aangevoerd, sommige deelleveringen binnen één contract soms maanden uit elkaar lagen en Biotisk dan te lang op haar geld zou moeten wachten. Strikt genomen zou volgens Biotisk achteraf het gemiddelde van alle batches binnen één contract moeten worden berekend. De rechtbank gaat hier niet in mee. Partijen hebben er kennelijk voor gekozen om per batch af te rekenen. Dat er dan achteraf nog een herberekening zou moeten plaatsvinden blijkt nergens uit en acht de rechtbank niet aannemelijk. De berekening van de MIU aftrek 3.10. Beneluxvet is tot slot opgedragen om onder verwijzing naar, en door overlegging van de relevante weegbonnen te onderbouwen hoe zij tot de MIU aftrek is gekomen. De contracten waarop dit betrekking heeft zijn [kenmerknummer 1] , [kenmerknummer 2] , [kenmerknummer 3] , [kenmerknummer 4] en [kenmerknummer 5] . Beneluxvet heeft van de 45 containers/tanks die onder deze contracten zijn geleverd, 28 weegbonnen overgelegd. Zij voert aan dat zij de ontbrekende weegbonnen niet heeft kunnen traceren. Dit zou mogelijk kunnen komen doordat Cotecna, de door Biotisk aangestelde surveyor, deze weegbonnen heeft meegenomen. Voor alle tanks/containers heeft Beneluxvet gemotiveerd uiteengezet wat de container/tank met volledige inhoud bij aankomst woog en hoeveel de afgetapte MIU woog, al dan niet onderbouwd met weegbonnen. Vervolgens heeft zij het percentage MIU van het totaalgewicht berekend en, na aftrek van de contractueel toegestane 3% MIU, het af te rekenen gewicht bepaald. 3.11. Biotisk heeft niets aangevoerd waaruit volgt dat de gewichten op de weegbonnen van Beneluxvet niet juist zouden zijn en/of dat niet uitgegaan kan worden van het door Beneluxvet aangevoerde af te rekenen gewicht. Biotisk heeft wel aangevoerd dat de UCO voorafgaand aan het transport naar Beneluxvet al door Biotisk was gefilterd op onzuiverheden. Zij verwijst naar de verklaring van de heer Jaber op 10 december 2025. Er vanuit gaande dat dat juist is, is de rechtbank het met Beneluxvet eens dat het voorstelbaar is dat er evengoed bij aankomst in Dronten (teveel) MIU in de UCO aanwezig zou kunnen zijn. Zoals ook door Biotisk erkend, kan zij geen garantie geven dat de MIU in de door haar geleverde UCO beneden een bepaald percentage blijft. De rechtbank gaat daarom uit van de juistheid van de weegbonnen. 3.12. De rechtbank ziet geen reden om te vermoeden dat de door Beneluxvet opgegeven gewichten voor het totaalgewicht en de afgetapte MIU ten aanzien van de overige containers/tanks (waarvan de weegbonnen ontbreken) niet juist is. De juistheid hiervan is ook niet door Biotisk betwist. Zij betwist alleen dat Beneluxvet niet over deze weegbonnen zou (moeten) beschikken. Gelet op het gegeven dat Beneluxvet voor meer dan de helft van de containers/tanks wel weegbonnen heeft overgelegd, en er tussen partijen hierover geen discussie bestaat, gaat de rechtbank uit van de juistheid van de door Beneluxvet opgegeven gewichten. 3.13. Beneluxvet is dan ook in haar bewijsopdracht geslaagd, nu zij door overlegging van de weegbonnen en door de toelichting heeft onderbouwd hoe zij tot de MIU aftrek is gekomen. Hierna zal, in het kader van de eindafrekening, per contract nader worden ingegaan op welke aftrek van toepassing is. Vaststelling van de eindafrekening na MIU aftrek (vordering van Beneluxvet sub C, E en F) 3.14. Beneluxvet vordert sub C ten aanzien van 12 verschillende contracten een verklaring voor recht dat de eindafrekening per contract sluit op een bepaald bedrag. Sub E en F vordert Beneluxvet betaling van het saldo van de eindafrekeningen na verrekening. Aan de hand van hetgeen door de rechtbank in het tussenvonnis en in dit vonnis is geoordeeld, zal de eindafrekening worden vastgesteld per contract en vervolgens het saldo. [kenmerknummer 1] 3.15. Contract [kenmerknummer 1] is in twee batches geleverd. De eerste batch bestond uit acht tankcontainers en de tweede uit tien flexitanks. Met betrekking tot de acht tankcontainers heeft Beneluxvet weegbonnen overgelegd waaruit blijkt dat het totale gewicht 181.800 kg was, waarvan 9.880 kg MIU, oftewel (afgerond) 5,43%. Toegestaan was 3% MIU, zodat op het totaalgewicht een aftrek van 2,43% moet worden toegepast, aldus Beneluxvet. Zoals hiervoor onder 3.7 overwogen, wordt de door Beneluxvet gehanteerde aanvullende aftrek voor restant MIU afgewezen. Het af te rekenen gewicht voor de eerste batch komt dan neer op 181.800 kg minus 4.417,74 (2,43%) is 177.382,26 kg. Voor de tweede batch van [kenmerknummer 1] was 3,97% van het totaalgewicht MIU. Het af te rekenen gewicht komt dan neer op: 205.965 kg minus 1.997,86 kg (0,97%) is 203.967 kg. Dit wijkt in kleine mate af van wat Beneluxvet heeft uitgerekend (203.966 kg). De rechtbank neemt, zonder andere aanwijzingen, aan dat dit een afrondingsverschil is en zal de eigen berekeningen als leidend beschouwen. Voor beide batches van [kenmerknummer 1] is het af te rekenen gewicht dus in totaal 381.349,26 kg. 3.16. De contractprijs is € 1.745,00 per ton, wat betekent dat het verschuldigd bedrag € 665.454,46 is. In het tussenvonnis is vanaf 4.19 geoordeeld dat hiermee moet worden verrekend een bedrag van € 7.353,35 vanwege demurrage en een bedrag van € 6.220,00 vanwege extra invoerrechten. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat Beneluxvet voor het contract [kenmerknummer 1] een bedrag van in totaal € 651.881,11 verschuldigd is. Hiervan heeft zij € 621.918,00 al betaald, zoals blijkt uit het overzicht van productie 17 bij dagvaarding en niet door Biotisk is betwist, waardoor zij nog € 29.963,11 aan Biotisk moet betalen. [kenmerknummer 2] 3.17. Contract [kenmerknummer 2] is in één batch geleverd en deze bestond uit tien containers, waarvan voor zeven containers weegbonnen zijn overgelegd. Volgens de door Beneluxvet opgegeven gewichten moet op het totaalgewicht een aftrek van 0,38% worden toegepast voor MIU. Het af te rekenen gewicht komt dan neer op 207.289 kg. 3.18. De contractprijs is € 1.730,00 per ton, wat betekent dat het verschuldigde bedrag € 358.609,97 is. Hiervan heeft Beneluxvet al € 332.069,00 voldaan, waardoor zij nog € 26.540,97 verschuldigd is aan Biotisk. [kenmerknummer 6] 3.19. Ten aanzien van [kenmerknummer 6] is in het tussenvonnis geoordeeld vanaf 4.26 dat de eindafrekening hiervan sluit op nihil. [kenmerknummer 3] 3.20. Contract [kenmerknummer 3] is in één batch geleverd en deze bestond uit acht containers. Van alle acht containers heeft Beneluxvet weegbonnen overgelegd. Hieruit volgt dat 15,64% van het totaalgewicht MIU was en dat 12,64% van het totaalgewicht moet worden afgetrokken (aangezien geen extra aftrek voor restant MIU wordt toegewezen). Dit komt dan neer op 152.181,12 kg. 3.21. De contractprijs is € 1.715,00 per ton, wat betekent dat het verschuldigde bedrag € 260.990,62 is. In het tussenvonnis is onder 4.31.1 geoordeeld dat de demurrage kosten voor rekening van Beneluxvet blijven. Beneluxvet heeft al € 269.619,00 betaald, wat betekent dat Biotisk haar € 8.628,38 moet terugbetalen. [kenmerknummer 4] 3.22. Contract [kenmerknummer 4] is in twee batches geleverd. De eerste batch bestond uit één container, waarvan Beneluxvet een weegbon heeft overlegd. Van het totaalgewicht was 6,97% MIU wat neerkomt op een aftrek van 3,97%. Daarmee komt het af te rekenen gewicht op 20.378 kg. De tweede batch bestond uit één flexitank, waarvan geen weegbon is overlegd. Hierbij was volgens Beneluxvet 6,81% van het totaalgewicht MIU, zodat 3,81% moest worden afgetrokken. Het af te rekenen gewicht komt dan neer op 20.046 kg. Voor beide batches tezamen is het af te rekenen gewicht dus 40.424 kg. 3.23. De contractprijs is € 1.745,00 per ton, wat betekent dat het verschuldigd bedrag voor beide batches € 70.539,88 is. Beneluxvet heeft hiervan al € 68.367,00 betaald, waardoor zij nog € 2.172,88 moet betalen aan Biotisk. [kenmerknummer 5] 3.24. Contract [kenmerknummer 5] is in drie batches geleverd. De eerste batch bestond uit vier flexitanks, waarbij ten aanzien van één flexitank door Beneluxvet een weegbon is overgelegd. Van het totaalgewicht was volgens Beneluxvet 5,05% MIU, wat neerkomt op een aftrek van 2,05%. Het af te rekenen gewicht is dan 79.026 kg. Ook dit gewicht wijkt in kleine mate af van wat Beneluxvet heeft berekend (namelijk 79.024 kg). De rechtbank volgt de eigen berekening. Bij de tweede batch is geen MIU aftrek toegepast. De derde batch bestond uit drie containers, waarbij voor alle drie een weegbon is overgelegd. 4,35% van het totaalgewicht was MIU, waardoor een aftrek van 1,35% wordt gehanteerd. De extra aftrek voor restant MIU wordt afgewezen. Het gewicht dat moet worden afgerekend is dan 66.628,21 kg. Voor batch één en drie tezamen is het af te rekenen gewicht 145.654,21 kg. 3.25. Het af te rekenen gewicht van de tweede batch was 82.360 kg. Het totale af te rekenen gewicht van de drie batches is dan ook 228.014,21 kg. De contractprijs is € 1.350,00 per ton, wat betekent dat het verschuldigde bedrag € 307.819,18 is. In het tussenvonnis is vanaf 4.35 geoordeeld dat een bedrag van € 2.206,00 aan invoerrechten voor rekening van Biotisk komt, alsmede een bedrag van € 1.987,39 aan demurrage. Hierdoor komt het verschuldigde bedrag uit op € 303.625,79. Beneluxvet heeft al € 291.600,00 betaald, wat betekent dat Beneluxvet aan Biotisk nog € 12.025,79 moet betalen. [kenmerknummer 7] 3.26. Ten aanzien van [kenmerknummer 7] is in het tussenvonnis geoordeeld vanaf 4.38 dat Biotisk een bedrag van € 354.982,96 aan Beneluxvet moet terugbetalen. [kenmerknummer 8] , [kenmerknummer 9] , [kenmerknummer 10] , [kenmerknummer 11] en [kenmerknummer 12] 3.27. In het tussenvonnis is vanaf rechtsoverweging 4.17 geoordeeld dat deze vijf eindafrekeningen door Biotisk zijn erkend en/of niet betwist. Dit resulteert in een betalingsverplichting van € 29.285,00 aan de zijde van Beneluxvet. Tussenconclusie 3.28. Uit het voorgaande volgt dat Beneluxvet nog € 99.987,75 aan Biotisk moet betalen en Biotisk nog een bedrag van € 363.611,34 aan Beneluxvet. Dit resulteert in een betalingsverplichting van € 263.623,59 aan de zijde van Biotisk. 3.29. Het is de rechtbank niet duidelijk welk belang Beneluxvet heeft bij toewijzing van de onder C gevorderde verklaringen voor recht naast toewijzing het onder E gevorderde bedrag. Daarom worden de gevorderde verklaringen voor recht afgewezen bij gebreke van voldoende belang (artikel 3:303 BW). Gedeeltelijke toewijzing vordering van Beneluxvet onder D, E en F 3.30. Beneluxvet heeft sub D gevorderd een verklaring voor recht dat zij de hiervoor genoemde eindafrekeningen rechtsgeldig met elkaar heeft verrekend. Het beroep op verrekening is niet door Biotisk betwist en wordt daarom toegewezen. Uit voorgaande volgt dat een door Biotisk aan Beneluxvet te betalen bedrag van € 263.623,59 resteert. Tussen partijen is niet in geschil dat Biotisk (onder protest) een bedrag van € 100.000,00 aan Beneluxvet heeft betaald, zodat Biotisk zal worden veroordeeld tot betaling van € 163.623,59 aan Beneluxvet. 3.31. Ook ten aanzien van de gevorderde verklaring voor recht onder D geldt dat niet duidelijk is welk belang Beneluxvet hierbij heeft. Ook deze verklaring voor recht wordt afgewezen bij gebreke van voldoende belang. Rente 3.32. Beneluxvet heeft op grond van artikel 78 Weens Koopverdrag recht op rente over de aan haar verschuldigde hoofdsom. Omdat het Weens Koopverdrag niets bepaalt over de hoogte van de verschuldigde rente wordt het rentepercentage vastgesteld naar Nederlands recht (artikel 7 lid 2 Weens Koopverdrag). Beneluxvet heeft gesteld dat Biotisk de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW verschuldigd is. De rechtbank zal deze rente overnemen en toewijzen over het door Biotisk aan Beneluxvet te betalen bedrag van € 163.623,59 vanaf 27 januari 2023, de dag na afloop van de termijn zoals genoemd in de ingebrekestelling van 12 januari 2023, waarbij Beneluxvet zich jegens Biotisk op verrekening heeft beroepen, tot aan de dag van volledige betaling en over € 100.000,00 vanaf 27 januari 2023 tot 31 juli 2023. Toewijzing vorderingen van Beneluxvet onder A en B 3.33. Zoals in het tussenvonnis onder 4.8 is geoordeeld, zal de rechtbank de sub A en B door Beneluxvet gevorderde verklaringen voor recht toewijzen. Buitengerechtelijke incassokosten 3.34. Op grond van artikel 74 Weens Koopverdrag heeft Beneluxvet recht op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Omdat het Weens Koopverdrag evenmin iets bepaalt over de samenstelling en de hoogte van de in aanmerking te nemen buitengerechtelijke incassokosten, wordt ook daarvoor teruggevallen op Nederlands recht. 3.35. De rechtbank stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Beneluxvet stelt en onderbouwt voldoende dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De rechtbank zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, te weten € 2.411,24. Proceskosten in conventie 3.36. De rechtbank zal Biotisk als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten (inclusief nakosten) van Beneluxvet. De rechtbank begroot de proceskosten van Beneluxvet op: - dagvaarding € 112,37 - griffierecht € 6.617,00 - taxe voor getuige € 96,00 - salaris advocaat € 9.229,50 (4,5 punten x tarief V € 2.051,00) + Totaal € 16.054,87 Proceskosten in reconventie 3.37. De rechtbank zal Biotisk als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten (inclusief nakosten) van Beneluxvet. De rechtbank begroot de proceskosten van Beneluxvet op: - salaris advocaat € 3.076,50 (1,5 punt x tarief V € 2.051,00) Nakosten in conventie en in reconventie 3.38. Biotisk moet ook de nakosten van Beneluxvet betalen. Dat komt neer op een bedrag van € 296,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing). Uitvoerbaar bij voorraad 3.39. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Beneluxvet dat eist en Biotisk daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). 4 De beslissing De rechtbank in conventie 4.1. verklaart voor recht dat de op 5 september 2022 tussen partijen gesloten koopovereenkomst met kenmerk [kenmerknummer 12] per 30 november 2022 (buitengerechtelijk) is ontbonden; 4.2. verklaart voor recht dat de op 6 september 2022 tussen partijen gesloten koopovereenkomst met kenmerk [kenmerknummer 7] per 15 november 2022 (buitengerechtelijk) is ontbonden voor een gedeelte van 239.400 kg en per 30 november 2022 (buitengerechtelijk) is ontbonden voor een gedeelte van 88.000 kg; 4.3. veroordeelt Biotisk tot betaling van € 163.623,59 aan Beneluxvet, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 27 januari 2023 tot aan de dag van volledige betaling; 4.4. veroordeelt Biotisk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW aan Beneluxvet over het bedrag van € 100.000,00 vanaf 27 januari 2023 tot 31 juli 2023; 4.5. veroordeelt Biotisk tot betaling van € 2.411,24 aan buitengerechtelijke incassokosten; 4.6. veroordeelt Biotisk in de proceskosten, die aan de kant van Beneluxvet worden begroot op € 16.054,87, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; 4.7. veroordeelt Biotisk in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten onder 4.6 als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan; in reconventie 4.8. wijst alle vorderingen af; 4.9. veroordeelt Biotisk in de proceskosten, die aan de kant van Beneluxvet worden begroot op € 3.076,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; 4.10.