Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-01-13
ECLI:NL:RBROT:2026:904
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Beschikking
4,066 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:904 text/xml public 2026-02-05T17:02:36 2026-02-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-01-13 11861645 VZ VERZ 25-5862 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:904 text/html public 2026-02-05T16:21:14 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:904 Rechtbank Rotterdam , 13-01-2026 / 11861645 VZ VERZ 25-5862 Appartementsrecht. Kantonrechter vernietigt besluiten vergadering van eigenaars wegens strijd met redelijkheid en billijkheid. VvE met twee leden, van wie een bestuurder is. Bestuurder schrijft vergadering uit, ontvangt uitstelverzoek van ander lid vanwege verblijf in buitenland. Verplaatste vergadering vindt plaats voordat ander lid terug is uit buitenland. Aanvullend verzoek om splitsingsakte te wijzigen niet toegelaten vanwege strijd met goede procesorde. Kort voor de zitting gedaan, geen opgave beperkt gerechtigden. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11861645 VZ VERZ 25-5862 datum uitspraak: 13 januari 2026 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van [verzoeker] , woonplaats: [woonplaats] , verzoeker, gemachtigde: mr. D.A. Evertsz, tegen Vereniging van Eigenaars [naam VvE] te [plaats] , vestigingsplaats: [vestigingsplaats] , verweerster, vertegenwoordigd door: mevrouw [persoon A] De partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘de VvE’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: het verzoekschrift (ontvangen op 2 september 2025), met bijlagen; het verweerschrift van de VvE, met bijlagen; de akte vermeerdering van eis (ontvangen op 5 december 2025), met bijlagen; 1.2. Op 16 december 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren [verzoeker] en zijn gemachtigde aanwezig. De bestuurder van de VvE ( [persoon A] ) heeft die dag om 13.36 uur per e-mail laten weten dat zij niet bij de zitting van 14.30 uur aanwezig zou kunnen zijn vanwege een verblijf in het buitenland en dat zij ervan uitging dat de zitting niet zou doorgaan. De kantonrechter heeft besloten om de zitting wel te laten doorgaan, omdat het uitstelverzoek door [persoon A] pas één uur vóór de zitting is gedaan en zij niet heeft uitgelegd waarom zij niet eerder om uitstel kon vragen. 2 De beoordeling Waar gaat deze zaak over? 2.1. De onroerende zaak [naam object] in Rotterdam is gesplitst in twee appartementsrechten. [verzoeker] is eigenaar van een appartementsrecht aan de [adres 1] in Rotterdam (de bovenverdieping). [persoon A] is eigenaar van het appartementsrecht aan de [adres 2] in Rotterdam (de begane grond). Zij zijn samen van rechtswege (verplicht) lid van de VvE. [persoon A] is bestuurder van de VvE. 2.2. Tussen partijen zijn al talloze procedures gevoerd over onder meer besluiten die door de VvE zijn genomen, de jaarstukken en de manier waarop [persoon A] zich als bestuurder van de VvE gedraagt. Deze procedure gaat over besluiten die op de vergadering van 3 augustus 2025 zijn genomen. [verzoeker] vindt dat deze besluiten vernietigd moeten worden en heeft de kantonrechter gevraagd dat te doen. De VvE vindt dat de besluiten in stand moeten blijven. 2.3. [verzoeker] heeft op 5 december 2025 een aanvullend verzoek gedaan en vraagt een machtiging van de kantonrechter om de splitsingsakte te wijzigen (artikel 5:140 BW). Onderdeel van de voorgestelde wijziging is dat geen van de leden van de VvE nog als bestuurder kan optreden. De VvE heeft in de e-mail van 16 december 2025 (waarin om uitstel voor de zitting werd gevraagd) bezwaar gemaakt tegen dit aanvullende verzoek en ook (kort) inhoudelijk daarop gereageerd. De kantonrechter vernietigt de besluiten van 3 augustus 2025 2.4. De kantonrechter vernietigt de besluiten die in de vergadering van 3 augustus 2025 zijn genomen, omdat zij in strijd met de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artikel 2:8 BW zijn genomen. Artikel 2:15 lid 1 sub b BW bepaalt dat een besluit in zo’n geval vernietigbaar is. De besluiten van 3 augustus 2025 zijn in strijd met de redelijkheid en billijkheid omdat [persoon A] [verzoeker] niet de gelegenheid heeft geboden om bij de vergadering aanwezig te zijn en daarin zijn stem uit te brengen, terwijl dat wel van haar mocht worden verwacht. Daartoe wordt het volgende overwogen. 2.5. [persoon A] heeft, in haar hoedanigheid van bestuurder van de VvE, op 12 juli 2025 een uitnodiging aan [verzoeker] gestuurd voor de vergadering van eigenaars op 27 juli 2025. [verzoeker] heeft op 20 juli 2025 per e-mail aan [persoon A] gevraagd om de vergadering te verplaatsen, omdat hij van 26 juli tot en met 18 augustus 2025 in het buitenland zou verblijven. Hij heeft gevraagd om de vergadering te verplaatsen naar een moment na zijn terugkomst. [persoon A] heeft nog diezelfde dag aan de gemachtigde van [verzoeker] laten weten dat [verzoeker] een nieuwe oproep zal ontvangen voor de vergadering. Na terugkomst van zijn verblijf in het buitenland constateerde [verzoeker] dat [persoon A] de verplaatste vergadering al had gehouden en wel op 3 augustus 2025. Alleen al het houden van de verplaatste vergadering op deze datum, ongeacht het feit dat [verzoeker] hiervoor een nieuwe uitnodiging zou hebben ontvangen, is in strijd met de redelijkheid en billijkheid die voortvloeit uit artikel 2:8 BW. De redelijkheid en billijkheid brengen dan met zich dat [persoon A] rekening had moeten houden met de verhinderingen die door [verzoeker] waren opgegeven. Dit geldt temeer nu de VvE maar uit twee leden bestaat, zodat het ook eenvoudig is om rekening te houden met elkaars verhinderingen. Uit niets blijkt dat het ging om besluiten die op korte termijn moesten worden genomen en dat niet kon worden gewacht op de terugkomst van [verzoeker] . 2.6. Omdat de besluiten alleen al om deze reden vernietigd worden, hoeven de inhoudelijke bezwaren van [verzoeker] tegen de besluiten niet besproken te worden. De kantonrechter staat het aanvullende verzoek niet toe 2.7. De kantonrechter staat het aanvullende verzoek dat [verzoeker] op 5 december 2025 heeft gedaan niet toe, omdat deze vermeerdering van eis in strijd is met een goede procesorde. Hoewel de eisvermeerdering elf dagen vóór de geplande zitting is toegestuurd aan de kantonrechter en aan de VvE, en daarmee binnen de termijn voor het indienen van nadere stukken, betekent dit niet automatisch dat de eisvermeerdering daarmee toelaatbaar is. Het gaat hier niet om een ‘standaardvermeerdering’, waarbij bijvoorbeeld een vordering tot het betalen van een bepaald bedrag wordt verhoogd omdat er nieuwe termijnen opeisbaar zijn geworden, of een extra eis die direct voortvloeit uit de al ingestelde eisen. Het gaat om een zelfstandig verzoek, met een andere juridische grondslag en een ander beoordelingskader dan een verzoek tot vernietiging van besluiten. Het kan zo zijn dat de feiten die aan het aanvullende verzoek ten grondslag liggen grotendeels hetzelfde zijn (dat geldt dan met name voor de achtergrond), maar dit maakt het nog geen verzoek dat logisch voortvloeit uit de oorspronkelijke verzoeken. 2.8. Daarbij komt dat artikel 5:139 BW voorschrijft dat voor een wijziging van de splitsingsakte toestemming nodig is van degenen die een beperkt recht hebben op een appartementsrecht of daarop beslag hebben gelegd. Deze beperkt gerechtigden en/of beslagleggers zijn belanghebbenden bij het verzoek en moeten in een procedure als bedoeld in artikel 5:140 BW door de rechtbank worden opgeroepen. [verzoeker] heeft in zijn verzoek niets vermeld over eventuele belanghebbenden, laat staan dat de rechtbank gelegenheid heeft gehad om hierover tijdig navraag te doen en eventuele belanghebbenden op te roepen. De kantonrechter oordeelt dat verzoeken als deze, die bij de rechtbank een uitgebreide voorbereiding vergen, niet kunnen worden gedaan op een moment kort voor een al geplande zitting zonder dat dit strijd met de goede procesorde oplevert. Van een proceseconomisch voordeel, zoals [verzoeker] heeft gesteld, is dus ook geen sprake. De VvE moet de proceskosten betalen 2.9. De proceskosten komen voor rekening van de VvE, omdat zij ongelijk krijgt.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:904 text/xml public 2026-02-05T17:02:36 2026-02-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-01-13 11861645 VZ VERZ 25-5862 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:904 text/html public 2026-02-05T16:21:14 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:904 Rechtbank Rotterdam , 13-01-2026 / 11861645 VZ VERZ 25-5862 Appartementsrecht. Kantonrechter vernietigt besluiten vergadering van eigenaars wegens strijd met redelijkheid en billijkheid. VvE met twee leden, van wie een bestuurder is. Bestuurder schrijft vergadering uit, ontvangt uitstelverzoek van ander lid vanwege verblijf in buitenland. Verplaatste vergadering vindt plaats voordat ander lid terug is uit buitenland. Aanvullend verzoek om splitsingsakte te wijzigen niet toegelaten vanwege strijd met goede procesorde. Kort voor de zitting gedaan, geen opgave beperkt gerechtigden. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11861645 VZ VERZ 25-5862 datum uitspraak: 13 januari 2026 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van [verzoeker] , woonplaats: [woonplaats] , verzoeker, gemachtigde: mr. D.A. Evertsz, tegen Vereniging van Eigenaars [naam VvE] te [plaats] , vestigingsplaats: [vestigingsplaats] , verweerster, vertegenwoordigd door: mevrouw [persoon A] De partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘de VvE’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: het verzoekschrift (ontvangen op 2 september 2025), met bijlagen; het verweerschrift van de VvE, met bijlagen; de akte vermeerdering van eis (ontvangen op 5 december 2025), met bijlagen; 1.2. Op 16 december 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren [verzoeker] en zijn gemachtigde aanwezig. De bestuurder van de VvE ( [persoon A] ) heeft die dag om 13.36 uur per e-mail laten weten dat zij niet bij de zitting van 14.30 uur aanwezig zou kunnen zijn vanwege een verblijf in het buitenland en dat zij ervan uitging dat de zitting niet zou doorgaan. De kantonrechter heeft besloten om de zitting wel te laten doorgaan, omdat het uitstelverzoek door [persoon A] pas één uur vóór de zitting is gedaan en zij niet heeft uitgelegd waarom zij niet eerder om uitstel kon vragen. 2 De beoordeling Waar gaat deze zaak over? 2.1. De onroerende zaak [naam object] in Rotterdam is gesplitst in twee appartementsrechten. [verzoeker] is eigenaar van een appartementsrecht aan de [adres 1] in Rotterdam (de bovenverdieping). [persoon A] is eigenaar van het appartementsrecht aan de [adres 2] in Rotterdam (de begane grond). Zij zijn samen van rechtswege (verplicht) lid van de VvE. [persoon A] is bestuurder van de VvE. 2.2. Tussen partijen zijn al talloze procedures gevoerd over onder meer besluiten die door de VvE zijn genomen, de jaarstukken en de manier waarop [persoon A] zich als bestuurder van de VvE gedraagt. Deze procedure gaat over besluiten die op de vergadering van 3 augustus 2025 zijn genomen. [verzoeker] vindt dat deze besluiten vernietigd moeten worden en heeft de kantonrechter gevraagd dat te doen. De VvE vindt dat de besluiten in stand moeten blijven. 2.3. [verzoeker] heeft op 5 december 2025 een aanvullend verzoek gedaan en vraagt een machtiging van de kantonrechter om de splitsingsakte te wijzigen (artikel 5:140 BW). Onderdeel van de voorgestelde wijziging is dat geen van de leden van de VvE nog als bestuurder kan optreden. De VvE heeft in de e-mail van 16 december 2025 (waarin om uitstel voor de zitting werd gevraagd) bezwaar gemaakt tegen dit aanvullende verzoek en ook (kort) inhoudelijk daarop gereageerd. De kantonrechter vernietigt de besluiten van 3 augustus 2025 2.4. De kantonrechter vernietigt de besluiten die in de vergadering van 3 augustus 2025 zijn genomen, omdat zij in strijd met de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artikel 2:8 BW zijn genomen. Artikel 2:15 lid 1 sub b BW bepaalt dat een besluit in zo’n geval vernietigbaar is. De besluiten van 3 augustus 2025 zijn in strijd met de redelijkheid en billijkheid omdat [persoon A] [verzoeker] niet de gelegenheid heeft geboden om bij de vergadering aanwezig te zijn en daarin zijn stem uit te brengen, terwijl dat wel van haar mocht worden verwacht. Daartoe wordt het volgende overwogen. 2.5. [persoon A] heeft, in haar hoedanigheid van bestuurder van de VvE, op 12 juli 2025 een uitnodiging aan [verzoeker] gestuurd voor de vergadering van eigenaars op 27 juli 2025. [verzoeker] heeft op 20 juli 2025 per e-mail aan [persoon A] gevraagd om de vergadering te verplaatsen, omdat hij van 26 juli tot en met 18 augustus 2025 in het buitenland zou verblijven. Hij heeft gevraagd om de vergadering te verplaatsen naar een moment na zijn terugkomst. [persoon A] heeft nog diezelfde dag aan de gemachtigde van [verzoeker] laten weten dat [verzoeker] een nieuwe oproep zal ontvangen voor de vergadering. Na terugkomst van zijn verblijf in het buitenland constateerde [verzoeker] dat [persoon A] de verplaatste vergadering al had gehouden en wel op 3 augustus 2025. Alleen al het houden van de verplaatste vergadering op deze datum, ongeacht het feit dat [verzoeker] hiervoor een nieuwe uitnodiging zou hebben ontvangen, is in strijd met de redelijkheid en billijkheid die voortvloeit uit artikel 2:8 BW. De redelijkheid en billijkheid brengen dan met zich dat [persoon A] rekening had moeten houden met de verhinderingen die door [verzoeker] waren opgegeven. Dit geldt temeer nu de VvE maar uit twee leden bestaat, zodat het ook eenvoudig is om rekening te houden met elkaars verhinderingen. Uit niets blijkt dat het ging om besluiten die op korte termijn moesten worden genomen en dat niet kon worden gewacht op de terugkomst van [verzoeker] . 2.6. Omdat de besluiten alleen al om deze reden vernietigd worden, hoeven de inhoudelijke bezwaren van [verzoeker] tegen de besluiten niet besproken te worden. De kantonrechter staat het aanvullende verzoek niet toe 2.7. De kantonrechter staat het aanvullende verzoek dat [verzoeker] op 5 december 2025 heeft gedaan niet toe, omdat deze vermeerdering van eis in strijd is met een goede procesorde. Hoewel de eisvermeerdering elf dagen vóór de geplande zitting is toegestuurd aan de kantonrechter en aan de VvE, en daarmee binnen de termijn voor het indienen van nadere stukken, betekent dit niet automatisch dat de eisvermeerdering daarmee toelaatbaar is. Het gaat hier niet om een ‘standaardvermeerdering’, waarbij bijvoorbeeld een vordering tot het betalen van een bepaald bedrag wordt verhoogd omdat er nieuwe termijnen opeisbaar zijn geworden, of een extra eis die direct voortvloeit uit de al ingestelde eisen. Het gaat om een zelfstandig verzoek, met een andere juridische grondslag en een ander beoordelingskader dan een verzoek tot vernietiging van besluiten. Het kan zo zijn dat de feiten die aan het aanvullende verzoek ten grondslag liggen grotendeels hetzelfde zijn (dat geldt dan met name voor de achtergrond), maar dit maakt het nog geen verzoek dat logisch voortvloeit uit de oorspronkelijke verzoeken. 2.8. Daarbij komt dat artikel 5:139 BW voorschrijft dat voor een wijziging van de splitsingsakte toestemming nodig is van degenen die een beperkt recht hebben op een appartementsrecht of daarop beslag hebben gelegd. Deze beperkt gerechtigden en/of beslagleggers zijn belanghebbenden bij het verzoek en moeten in een procedure als bedoeld in artikel 5:140 BW door de rechtbank worden opgeroepen. [verzoeker] heeft in zijn verzoek niets vermeld over eventuele belanghebbenden, laat staan dat de rechtbank gelegenheid heeft gehad om hierover tijdig navraag te doen en eventuele belanghebbenden op te roepen. De kantonrechter oordeelt dat verzoeken als deze, die bij de rechtbank een uitgebreide voorbereiding vergen, niet kunnen worden gedaan op een moment kort voor een al geplande zitting zonder dat dit strijd met de goede procesorde oplevert. Van een proceseconomisch voordeel, zoals [verzoeker] heeft gesteld, is dus ook geen sprake. De VvE moet de proceskosten betalen 2.9. De proceskosten komen voor rekening van de VvE, omdat zij ongelijk krijgt.