Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-01-28
ECLI:NL:RBROT:2026:849
RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/698074 / HA ZA 25-337 Vonnis in incidenten van 28 januari 2026 in de vrijwaringszaak van 1. UAB BALTIC TRANSLINE, 2. BTL GROUP UAB, vestigingsplaats: Kaunas (Litouwen), eisende partijen in de hoofdzaak, verwerende partijen in de incidenten, advocaat: mr. V.R. Pool, tegen 1. [bedrijf X] , vestigingsplaats: [vestigingsplaats] (Polen), 2. [persoon A] (in zijn hoedanigheid van vennoot van [bedrijf X] ) , woonplaats: [woonplaats] (Polen), 3. [persoon B] (in zijn hoedanigheid van vennoot van [bedrijf X] ) , woonplaats: [woonplaats] (Polen), gedaagde partijen in de hoofdzaak, eisende partijen in de incidenten, advocaat: mr. J.B. Houtappel. Partijen worden hierna Baltic Transline c.s. en [bedrijf X] c.s. genoemd. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in vrijwaring van 26 februari 2025, met bijlagen 1 tot en met 4, en de daarbij overgelegde buitenlandse betekeningsstukken; het verzoek tot aanhouding (art. 30 EEX) en incidentele conclusie oproeping in vrijwaring, met bijlagen 1 tot en met 6; de conclusie van antwoord in het incident houdende verzoek tot aanhouding (art. 30 EEX) tevens oproeping in vrijwaring, met bijlagen 5 tot en met 7. 2 Het geschil in de vrijwaringszaak 2.1. In de vrijwaringszaak vorderen Baltic Transline c.s. om [bedrijf X] c.s. te veroordelen om aan Baltic Transline c.s. te betalen datgene waartoe (één van) Baltic Transline c.s. in de hoofdzaak met zaaknummer C/10/685141 / HA ZA 24-750 mocht(en) worden veroordeeld met inbegrip van de kostenveroordeling. In de hoofdzaak worden Baltic Transline c.s. door Logwise Transport B.V. (Logwise) aangesproken tot vergoeding van de schade die Logwise stelt te hebben geleden als gevolg van de gestelde verduistering van een viertal zendingen met zonnepanelen. Logwise had Baltic Transline c.s. opdracht gegeven om deze zendingen te vervoeren. Baltic Transline c.s. hebben het vervoer op hun beurt uitbesteed aan [bedrijf X] [persoon A] [persoon B] (nu: gedaagde 1), waarvan gedaagden 2 en 3 vennoten/partners zijn. Volgens Baltic Transline c.s. zijn [bedrijf X] c.s. aansprakelijk voor de gestelde verduistering van de zendingen en moeten zij Baltic Transline c.s. daarom vrijwaren voor een eventuele veroordeling in de hoofdzaak. 2.2. [bedrijf X] c.s. hebben nog niet op de dagvaarding gereageerd. 3 De beoordeling in het incident tot aanhouding Het geschil in het incident tot aanhouding 3.1. [bedrijf X] c.s. verzoeken de rechtbank om de vrijwaringszaak met zes maanden aan te houden. Daaraan leggen [bedrijf X] c.s. het volgende ten grondslag. Sinds 22 april 2025 is in Polen een procedure aanhangig tussen ERGO Hestia, als gesubrogeerde verzekeraar van Baltic Transline c.s., en [bedrijf X] c.s.. In die procedure vordert ERGO Hestia vergoeding van de schade die het onderwerp is van de vrijwaringsprocedure. De procedure in Polen betreft weliswaar niet dezelfde partijen, maar de Poolse rechter heeft wel te beslissen over hetzelfde feitencomplex op dezelfde grondslagen en de Poolse rechter zal ook een oordeel moeten geven over de aansprakelijkheid van [bedrijf X] c.s. tegenover Baltic Transline c.s. op dezelfde grondslagen als in de vrijwaringszaak. De procedure in Polen is verder leidend ten opzichte van de vrijwaringszaak, omdat Baltic Transline c.s. in de vrijwaringszaak geen, dan wel zeer beperkt belang hebben. Baltic Transline c.s. zijn immers al schadeloosgesteld en ERGO Hestia is in hun rechten getreden. Bovendien bevindt de procedure in Polen zich al in een verder gevorderd stadium dan de vrijwaringszaak, aangezien in de procedure in Polen nu een zitting wordt bepaald. Er is sprake van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 30 EEX, althans er zijn processuele redenen om de vrijwaringszaak aan te houden. 3.2. Baltic Transline c.s. voeren verweer dat strekt tot afwijzing van het verzoek om aanhouding, met veroordeling van [bedrijf X] c.s. in de proceskosten in het incident (met rente). Het ve “De autoriteit die verantwoordelijk is voor de betekening of de kennisgeving” is de eerste autoriteit die de te betekenen of mee te delen stukken ontvangt. De dagvaarding in vrijwaring vermeldt op de eerste pagina bovenaan de datum 26 februari 2025. Uit een brief van de door Baltic Transline c.s. voor de betekening van de dagvaarding ingeschakelde deurwaarder van 26 februari 2025 blijkt bovendien dat die deurwaarder op 26 februari 2025 ook daadwerkelijk de dagvaarding in vrijwaring aan zijn collega-deurwaarder in Polen heeft verstuurd, om die dagvaarding in Polen te laten betekenen. Het tijdstip waarop de eerste autoriteit die de te betekenen of mee te delen stukken heeft ontvangen, is naar het oordeel van de rechtbank dan ook 26 februari 2025. Zelfs als met de eerste autoriteit die de te betekenen of mee te delen stukken heeft ontvangen de deurwaarder in Polen zou worden bedoeld, dan volgt uit stempels op de voormelde brief van 26 februari 2025 dat die brief op 27 februari 2025 of 28 februari 2025 door de deurwaarder in Polen is ontvangen. 3.8. De conclusie uit het voorgaande is dat het tijdstip waarop de autoriteit die verantwoordelijk is voor de betekening of de kennisgeving van de dagvaarding in vrijwaring dat stuk heeft ontvangen, gelegen is vóór 22 april 2025. Toepassing van artikel 32 Brussel I bis-Vo leidt er daarom toe dat deze procedure eerder aanhangig was dan de procedure in Polen. Deze rechtbank kwalificeert om die reden niet als het gerecht waarbij de zaak het laatst is aangebracht, zoals bedoeld in artikel 30, lid 1, Brussel I bis-Vo. Het verzoek van [bedrijf X] c.s. om de vrijwaringszaak op grond van artikel 30 Brussel I bis-Vo aan te houden, wordt daarom afgewezen. [bedrijf X] c.s. moeten de proceskosten in het incident tot aanhouding betalen 3.9. [bedrijf X] c.s. zijn in het incident tot aanhouding in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in dat incident betalen. De proceskosten van Baltic Transline c.s. in het incident tot aanhouding worden begroot op: - salaris advocaat € 614,00 (1 punt × tarief II) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 792,00 3.10. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. Uitvoerbaarheid bij voorraad 3.11. De proceskostenveroordeling en de veroordeling om daarover wettelijke rente te betalen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 4 De beoordeling in het incident tot (onder)vrijwaring Het geschil in het incident tot (onder)vrijwaring 4.1. Voor het geval dat de rechtbank zou beslissen om de vrijwaringszaak niet aan te houden, hebben [bedrijf X] c.s. gevorderd om hen toe te staan om (i) Generali Towarszystwo Ubezpieczen Spolka Akcyjna, (ii) Paltrans sp. Z o.o., (iii) Powszechny Zaklad Ubezpieczen S.A., (iv) de heer [persoon C] en (v) de heer [persoon D] in vrijwaring te mogen oproepen. Daaraan leggen [bedrijf X] c.s. – samengevat weergegeven – het volgende ten grondslag. [bedrijf X] c.s. hebben het vervoer van de zendingen met zonnepanelen op hun beurt uitbesteed aan Paltrans sp. Z o.o.. De heer [persoon C] is bestuurder/aandeelhouder van Paltrans sp. Z o.o. en de heer [persoon D] is aandeelhouder van Paltrans sp. Z o.o.. Zij hebben [bedrijf X] c.s. opgelicht. Verder waren [bedrijf X] c.s. ten tijde van het vervoer bij Generali Towarszystwo Ubezpieczen Spolka Akcyjna verzekerd voor schade bij transport, maar heeft Generali Towarszystwo Ubezpieczen Spolka Akcyjna ten onrechte dekking onder de verzekering afgewezen. Paltrans sp. Z o.o. is op haar beurt verzekerd tegen aansprakelijkheid bij Powszechny Zaklad Ubezpieczen S.A. en naar Pools recht hebben [bedrijf X] c.s. een “directe” aanspraak op deze verzekeraar. Op grond van het voorgaande moeten al deze partijen [bedrijf X] c.s. vrijwaren voor een eventuele veroordeling in de vrijwaringszaak. 4.2. Baltic Transline c.s. refereren zich in het incident tot (onder)vrijwaring aan het oordeel van de rechtba