Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-06-17
ECLI:NL:RBROT:2026:8127
RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/707612 / HA ZA 25-858 Vonnis van 17 juni 2026 in de zaak van STHENOS ARBEIDSMEDISCH ADVIESGROEP B.V., te Rotterdam, eisende partij, hierna te noemen: Sthenos, advocaat: mr. E.S.C. van der Hoek, tegen GEMEENTE VLAARDINGEN, te Vlaardingen, gedaagde partij, hierna te noemen: de Gemeente, advocaat: mr. A.J. van de Watering. 1 De zaak in het kort Na een aanbestedingsprocedure gunt de Gemeente een opdracht voor arbodienstverlening aan Sthenos en sluiten zij een overeenkomst. Partijen verschillen van mening over de uitleg van de aanbestedingsstukken en daarmee van de overeenkomst. Volgens Sthenos is er in de aanbestedingsstukken geen onderscheid gemaakt tussen de interne en externe medewerkers van de Gemeente. Daarom zijn haar facturen gebaseerd op het door Sthenos aangeboden tarief van € 194,00 per medewerker, vermenigvuldigd met het totaal aantal van 917 medewerkers van de Gemeente. Volgens de Gemeente is de arbodienstverlening uitsluitend overeengekomen voor haar 603 interne medewerkers (ambtenaren), dus met uitsluiting van 314 externe medewerkers (niet-ambtenaren). Daarom moet in de facturen het tarief van € 194,00 per medewerker worden vermenigvuldigd met 603. De rechtbank geeft de Gemeente gelijk en wijst de vordering van Sthenos af. Sthenos had als behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver moeten begrijpen, dat zij haar arbodiensten alleen zou verlenen aan de 603 ambtenaren die in dienst zijn bij (en een arbeidsovereenkomst hebben met) de Gemeente en dat zij overeenkomstig daarmee had moeten factureren. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 23 september 2025 met producties S1 tot en met S17- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3- de akte houdende overlegging aanvullende producties van Sthenos met producties S18 tot en met S20 - de akte houdende eisvermeerdering - de mondelinge behandeling van 6 mei 2026 - de spreekaantekeningen van de advocaten van Sthenos met daarin een wijziging van eis - de spreekaantekeningen van de Gemeente. 2.2. Aan het eind van de zitting heeft de rechter bepaald dat vonnis wordt gewezen. 3 De feiten 3.1. In juli 2024 heeft de Gemeente een aanbesteding uitgeschreven voor een opdracht tot arbodienstverlening. De relevante bepalingen in de aanbestedingsstukken waarnaar partijen verwijzen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht. Op grond van de aanbestedingsregels dienden inschrijvers een prijs per medewerker van de Gemeente aan te bieden. 3.2. Sthenos heeft ingeschreven voor deze aanbesteding. 3.3. De Gemeente heeft de opdracht aan Sthenos gegund. Sthenos en de Gemeente hebben op 18 december 2024 een overeenkomst gesloten, die op 1 januari 2025 in werking is getreden. Op grond van artikel 3 (Levering en dienstverlening) vindt de dienstverlening plaats conform het programma van eisen. 3.4. Sthenos heeft aan de Gemeente facturen gestuurd die zijn gebaseerd op de aangeboden en overeengekomen prijs per medewerker van € 194,00, vermenigvuldigd met 917 (het totaal aantal personen dat werkzaam is bij de Gemeente, zowel de medewerkers die werken op basis van een arbeidsovereenkomst met de Gemeente (‘intern’) als de personen die als zzp’er worden ingehuurd of bij de Gemeente zijn gedetacheerd (‘extern’)). 3.5. De Gemeente heeft alleen het door haar niet-betwiste gedeelte van de facturen tot en met maart 2026 betaald. Dat gedeelte bestaat uit de aangeboden prijs per medewerker, vermenigvuldigd met 603 (het totaal aantal interne medewerkers van de Gemeente). 4 Het geschil 4.1. Sthenos vordert na twee wijzigingen van eis - samengevat - het volgende: primair - te verklaren voor recht dat de Gemeente is gehouden tot betaling van de facturen, gebaseerd op het totaal aantal medewerkers van de Gemeente, waaronder ook niet- ambtenaren, - de Gemeente te veroordelen tot betaling van de onbetaalde factuurbedragen tot en met maart 2026, in totaal € 92.135,25, subsidiair - te verklaren voo In hoofdstuk 3 van het PvE is opgenomen waarop de gevraagde dienstverlening betrekking heeft, namelijk: 3.1.1 Basisdiensten 3.1.2 Inzet bedrijfsarts, kwaliteitsnormen en certificering 3.1.3 Inzet casemanager 3.1.4 Verzuimbegeleiding in administratie, samenwerken en systemen 3.1.5 Sociaal Medisch Team 3.1.6 Implementatie Deze opsomming en de uitwerking daarvan in het PvE duidt op reguliere diensten van een arbodienst die zien op ziekte, arbeidsongeschiktheid, verzuimbegeleiding en re-integratie. Een professionele partij als Sthenos kan en moet weten dat een arbodienst deze diensten in beginsel alleen verleent aan interne medewerkers en niet aan externe medewerkers zoals gedetacheerden en zzp-ers, omdat een organisatie die een arbodienst inschakelt in beginsel alleen jegens eigen werknemers verantwoordelijkheid heeft op het gebied van verzuimbegeleiding en -preventie. Bij detachering gaan verzuimende medewerkers doorgaans (tenzij anders afgesproken) naar de bedrijfsarts van de uitlenende organisatie voor verzuimbegeleiding en re-integratie. Zzp-ers zijn zelf verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen bij ziekte. 5.7. Sthenos erkent op zichzelf dat, voor zover de dienstverlening ziet op ziekte, arbeidsongeschiktheid, verzuimbegeleiding en re-integratie, een arbodienst deze diensten in beginsel alleen verleent aan interne medewerkers. Sthenos stelt echter dat de arbo-verantwoordelijkheid van de Gemeente verder reikt dan alleen deze terreinen en dat die ruimere verantwoordelijkheid ook geldt voor externe medewerkers. Verder vraagt de Gemeente in dit specifieke geval volgens Sthenos niet alleen om een arbodienstverlener die de wettelijke verzuimbegeleiding uitvoert, maar ook om een dienstverlener die adviezen en inzichten verstrekt die richting geven aan de directe en duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Sthenos verwijst ter onderbouwing onder andere naar het door de Gemeente opgestelde HR-document “Leidende principes voor een denkkader inzetbaarheid” (bijlage X bij het aanbestedingsdocument) en het organisatieplan “Voortvarend Vlaardingen 2022” (bijlage XI bij het aanbestedingsdocument). Daarin staat dat de Gemeente beoogt een “strategisch partner” aan te trekken ter ondersteuning van een gezond en veilig werkklimaat. Ook wijst Sthenos op het antwoord van de Gemeente in de Nota van Inlichtingen (NvI) op een vraag van Sthenos over het aantal medewerkers. Sthenos verwijst ten slotte naar verklaringen van de bij de aanbesteding betrokken functionarissen. 5.8. De rechtbank oordeelt dat, mede gelet op de gemotiveerde betwisting door de Gemeente, de uitleg van Sthenos niet voor de hand ligt en niet overtuigt. 5.9. In de kern gaat het in de aanbestedingsstukken om reguliere arbodienstverlening die ziet op ziekte, arbeidsongeschiktheid, verzuimbegeleiding en re-integratie van interne medewerkers. Daarbij hoort in de regel ook het verstrekken van adviezen en inzichten aan de opdrachtgever op die terreinen. Hieraan doet niet af dat dit alles in het nieuwe beleid van de Gemeente positief is geformuleerd door te spreken over het verhogen van de (duurzame) inzetbaarheid in plaats van het voorkomen van verzuim. Het is en blijft dienstverlening ten behoeve van de invulling van de arbo-verplichtingen die een werkgever jegens (uitsluitend) interne medewerkers heeft. Een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver mag uit de door de Gemeente vastgelegde doelstelling en de visie-documenten niet afleiden dat sprake is van meer dan die reguliere dienstverlening en/of dat de gevraagde reguliere diensten die de arbodienst moet verlenen, ook betrekking hebben op externe medewerkers. In de uitlatingen van Sthenos in het kader van haar aanbieding ziet de rechtbank overigens een bevestiging dat (klaarblijkelijk ook Sthenos zelf vindt dat) het in deze aanbesteding in wezen gaat om reguliere verzuimbegeleiding. In de aanbiedingsbrief van Sthenos geeft zij aan dat het vooral gaat om “optimale begeleiding”, wat leidt tot “snellere re-integ Hierop zien ook de door Sthenos overgelegde verklaringen van twee voormalige medewerkers van de Gemeente. Een argument voor de door Sthenos bepleite uitleg ziet de rechtbank hierin niet. De ondersteunende rol van de door Sthenos geleverde casemanager is nadrukkelijk onderdeel van de opdracht, zoals volgt uit Eis 3.1.3 D. Inherent aan arbodienstverlening is dat leidinggevenden daarin een rol spelen. Gelet op de verantwoordelijkheid van de Gemeente op het gebied van verzuimpreventie en -begeleiding, doet het daarbij niet ter zake of de betrokken leidinggevende wel of niet werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst met de Gemeente. Het gaat om de medewerker ten behoeve van wie de arbodienstverlening wordt geleverd. Dat zijn alleen interne medewerkers. Voor de prijsstelling van de arbodienstverlening is dus niet van belang of de leidinggevenden wel of niet op basis van een arbeidsovereenkomst met de Gemeente werkzaam zijn. 5.13. Uit de stukken volgt wel dat het mogelijk is om op zichzelf staande diensten af te nemen, zoals het coachen van leidinggevenden en andere trainingen en workshops op het gebied van gezond werken en duurzame inzetbaarheid die Sthenos aanbood in haar inschrijving. In dat geval is echter sprake van maatwerk dat apart wordt overeengekomen, zoals omschreven in Eis 3.1.2 R PvE. Deze maatwerk-diensten zelf zijn, anders dan de reguliere diensten die Sthenos aanbood, niet opgenomen in het PvE. Deze uitleg van de aanbestedingsstukken sluit ook aan bij de inhoud van het prijsformulier (bijlage V bij de aanbestedingsstukken), waarin is opgenomen dat bepaalde diensten, zoals diensten van een inzetbaarheidscoach, optioneel zijn en niet worden meegenomen in de weging. De Gemeente heeft daarbij geen afnameverplichting. Voor zover dus sprake is van specifieke dienstverlening als hier bedoeld aan (externe) leidinggevenden, kan dit geen argument zijn om aan te nemen dat bij de prijs voor de reguliere arbodienstverlening rekening gehouden moet worden met medewerkers jegens wie de Gemeente geen arbo-verplichtingen heeft. In het midden kan nog blijven dat, zoals de Gemeente onbetwist heeft aangevoerd, slechts tien externe medewerkers een leidinggevende functie hebben, terwijl Sthenos alle 310 externe medewerkers in haar prijs zou willen nemen. 5.14. Op de mondelinge behandeling heeft Sthenos aangevoerd dat de door haar aangeboden prijs per medewerker is gebaseerd op een berekening van haar totale kosten voor de dienstverlening (als lumpsum), welk bedrag zij vervolgens heeft omgeslagen over het aantal (interne en externe) medewerkers. Zou zij slechts per interne medewerker mogen factureren, dan impliceert dat een aanzienlijk verlies, omdat zij in dat geval geen dekking heeft voor een deel van haar kosten. Dit betoog werpt geen ander licht op het voorgaande. De afwegingen van Sthenos bij het aanbieden van een prijs per medewerker liggen in haar risicosfeer. Zij heeft daarbij - gelet op het voorgaande - ten onrechte gerekend met de 310 externe medewerkers. Dat kan niet aan de Gemeente worden tegengeworpen. 5.15. Sthenos is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De rechtbank begroot de proceskosten van de Gemeente op: - griffierecht € 2.995,00 - salaris advocaat € 2.580,00 (2 punten × € 1.290,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 5.764,00 6 De beslissing De rechtbank 6.1. wijst de vordering af, 6.2. veroordeelt Sthenos in de proceskosten van € 5.764,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 als zij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 6.3. verklaart dit vonnis wat de veroordeling in de proceskosten betreft, uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026. 615/1980 7. Bijlage: Relevante bepalingen in de aanbestedingsstukken waarnaar partijen verwijzen 7.1. Paragraaf 1.2: “De ambitie Zijn bovenstaande gegevens aan te leveren ter ondersteuning aan de inschrijving?” Het antwoord van de Gemeente “Aantal werknemers: Aantal medewerkers (peildatum 1-9-2024) Aantal internen: 603 (ambtenaren) Aantal externen: 310 (niet ambtenaren) Aantal stagiaires: 4 (niet ambtenaren) - Arbeidsrechtelijke dienstverbanden (ambtenaren, niet ambtenaren, wsw etc); - Verzuimpercentage op dit moment en eerdere jaren - Verdeling van het verzuim in kort, middellang, lang en zeer lang - Ziekmeldingsfrequentie Jaar 2021: KV 0.30%; MLV 0.72%; LV 3.20%; ELV 0.60% Totaal: 4.82% ZMF 0.63 Jaar 2022: KV 0.67%; MLV 0.96%; LV 4.73%; ELV 0.80% Totaal: 7.16% ZMF 0.88 Jaar 2023: KV 0.66%; MLV 0.83%; LV 3.24%; ELV 0.72% Totaal: 5.36% ZMF 0.83 Jaar 2024 tot 01-09-2024 KV 0.68%; MLV 0.85%; LV 3.91%; ELV 0.91% Totaal: 6.35% ZMF 0.99 - Diagnosecode verdeling verzuimpercentage: er zijn in genoemde jaren geen beroepsziektes geconstateerd door de bedrijfsarts. De registratie van codes t.a.v. aard en oorzaak van ziekte, is voorbehouden aan de bedrijfsarts en door de bedrijfsarts geregistreerd in het medisch dossier dat niet inzichtelijk is en hoort te zijn voor de opdrachtgever.” Vraag 2 “In het document schetst u de rol van de casemanager als ondersteuner op afstand. Staat u open voor een andere positionering van de casemanager en bedrijfsarts bij inschrijving waarbij er meer aansluiting is op de visie van Gemeente Vlaardingen? Hierbij moet u bijvoorbeeld bij de inzet van de casemanager denken aan op locatie en naast de benoemde taken ook het ophalen van thema’s in de operatie (1*6 weken van het verzuim) en coachend naar leidinggevende in regie nemen in verzuim en faciliteren van de (verzuimende) werknemer. De bedrijfsarts bespreekt dit na afstemming met de casemanager met het hoger management zodat de beweging naar een betere positionering en wat nodig is kan worden bewaakt.” Het antwoord van de Gemeente: “Wij staan open voor de inzet van de casemanager gedurende de eerste 6 weken van het verzuim. Inclusief de coaching van leidinggevenden waar nodig. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat leidinggevenden op een coachende wijze worden ondersteund.” Vraag 3 “U stelt dat Inzetbaarheid vooral wordt gezien als een ontwikkelvraagstuk. Kunt u beeld geven waar in het proces van ontwikkeling de Gemeente Vlaardingen zich begeeft? Staat de Gemeente Vlaardingen aan het begin van de ontwikkeling, is het al goed belegd of gaat dit inmiddels op een natuurlijke wijze? Dit zal mede bepalend zijn van het soort ondersteuning en hoeveelheid aan inzet. Daarnaast de vraag in het verlengde welk effect het leiderschapsontwikkeltraject voor leidinggevende heeft?” Het antwoord van de Gemeente: “Proces: Dit bevindt zich in de beginfase. Er is consensus over de gewenste ontwikkeling organisatie breed. Er volgt in het najaar een training om het gedachtegoed van verzuim naar inzetbaarheid aan alle leidinggevenden over te dragen en aansluitend de benodigde vaardigheden te oefenen. Positie: in het jaar 2024 is een basis gelegd en deze zal in het jaar 2025 verder uitgewerkt en geborgd gaan worden. Hierbij is adequate ondersteuning vanuit de arbodienst gewenst. Leiderschapsontwikkeltraject: leidinggevenden worden getraind in leiderschap. Verder t.a.v. verzuim naar inzetbaarheid wordt op coachende wijze, niet vrijblijvend, getraind en geoefend. Inclusief intervisie om elkaar te versterken en te verbinden.” 7.5. Bijlage V Prijsformulier: “ G-1 Prijs (incl. alle kosten) per medewerker per jaar (excl.BTW) € ...................................... BTW percentage ........................................% De prijs per medewerker is per jaar en is exclusief BTW(ongeacht de duur van het traject) en inclusief alle kosten, zoals salariskosten (ingehuurde) werknemers, algemene kosten, no-show, winst en risico, reis-uren en reiskosten. De prijs heeft betrekking op alle door opdrachtnemer in het kader van deze Overeenkomst te verrichten diensten. De opdrachtnemer is niet gerechtigd een vergoeding van reisko