Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-07-03
ECLI:NL:RBROT:2026:7764
RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummers: ROT 22/5498, ROT 22/5500, ROT 22/6121, ROT 22/6123, ROT 23/35, ROT 23/127, ROT 23/716, ROT 23/4114, ROT 23/4115, ROT 23/5729, ROT 23/6960, ROT 23/6961, ROT 23/6988, ROT 23/7002, ROT 23/8264, ROT 23/8265, ROT 24/2019, ROT 24/2041, ROT 24/2042, ROT 24/2043, ROT 24/2051, ROT 24/2666, ROT 24/3574, ROT 24/4154, ROT 24/5009, ROT 24/5393, ROT 24/5394, ROT 24/6947 en ROT 24/6974 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2026 in de zaken tussen 1. [verzoekster 1] , te [plaats] , (ROT 22/5498, ROT 22/5500, ROT 23/127, ROT 23/716, ROT 23/5729, ROT 24/2019 en ROT 24/2042) 2. [verzoekster 2] , te [plaats] (ROT 22/6121) 3. [verzoekster 3] ., te [plaats] (ROT 22/6123) 4. [verzoekster 4] , te [plaats] (ROT 23/35) 5. [verzoekster 5] , te [plaats] (ROT 23/4114) 6. [verzoekster 6] , te [plaats] (ROT 23/4115, ROT 24/5393 en ROT 24/5394) 7. [verzoeker 7] , te [plaats] (ROT 23/6960) 8. [verzoekster 8] , te [plaats] (ROT 23/6961) 9. [verzoekster 9] , te [plaats] (ROT 23/6988, ROT 24/2043, ROT 24/2666 en ROT 24/4154) 10. [verzoekster 10] , te [plaats] (ROT 23/7002 en ROT 24/3574) 11. [verzoekster 11] , te [plaats] (ROT 23/8264) 12. [verzoekster 12] , te [plaats] (ROT 23/8265) 13. [verzoekster 13] ., te [plaats] (ROT 24/2041, ROT 24/5009 en ROT 24/6947) 14. [verzoekster 14] , te [plaats] (ROT 24/2051 en ROT 24/6974) verzoekers, (gemachtigde: J.A. Brok), en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur , voorheen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder, (gemachtigde: mr. J.S. Geurtjens). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de verzoeken om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoekers hebben deze verzoeken gedaan bij de intrekking van hun beroepen tegen besluiten waarin verweerder boetes voor overtredingen van de Wet dieren (het veroorzaken van vangletsel) heeft gehandhaafd. 1.1. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op de verzoeken om veroordeling in de proceskosten. Bij brief van 28 november 2025 heeft verweerder een proceskostenvergoeding toegekend voor de bezwaarprocedures, waarbij verweerder ervan uitgaat dat sprake is van 27 samenhangende zaken. Verweerder heeft de rechtbank gevraagd ook in de beroepsfase in deze zaken samenhang aan te nemen. 1.2. Op 13 januari 2026 heeft de rechtbank een reactie van verzoekers ontvangen op het standpunt van verweerder over de proceskostenvergoeding. 1.3. De rechtbank doet met instemming van partijen zonder (nadere) zitting uitspraak op de verzoeken om proceskostenveroordeling. Beoordeling door de rechtbank 2. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Is verweerder aan verzoekers tegemoetgekomen? 3. Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen beslissingen op bezwaar waarin verweerder aan hen opgelegde boetes voor overtredingen van de Wet dieren heeft gehandhaafd. Zij hebben die beroepen vervolgens ingetrokken omdat verweerder op 15 juli 2025 herziene beslissingen op bezwaar heeft genomen, waarin verweerder die boetes heeft herroepen. Hiermee is verweerder tegemoetgekomen aan de beroepen van verzoekers. De rechtbank wijst de verzoeken daarom als kennelijk gegrond toe. Is sprake van samenhangende zaken? 4. De hoogte van de proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als sprake is van samenhangende zaken wordt op grond van artikel 3, eerste lid, van het Bpb slechts een vergoeding voor één zaak toegekend. Als sprake is van vier of meer samenhangende zaken wordt die vergoeding met factor 1,5 vermenigvuldigd. Op grond van artikel 3, tweede lid, van het Bpb is sprake van samenhangende zaken in geval van door een of meer belanghebbenden gemaakte bezwaren of ingestelde beroepen, die door het Weliswaar kende het juridisch betoog van de gemachtigde over de bewijsvoering in deze zaken – net als in veel andere vangletselzaken die in de afgelopen jaren door verschillende gemachtigden zijn gevoerd – overeenkomsten, maar die gelijkenis maakt niet dat de gemachtigde slechts beperkte van elkaar te onderscheiden werkzaamheden heeft verricht. In de bezwaar- en beroepschriften is de gemachtigde namelijk ook specifiek ingegaan op de feiten en omstandigheden van de betreffende zaak, heeft de gemachtigde een reactie gegeven op het specifieke rapport van bevindingen in die zaak en de daarbij overgelegde stukken en heeft de gemachtigde zich aldus specifiek gericht op het door verweerder ingebrachte bewijs voor de overtreding in die betreffende zaak ten aanzien van die betreffende onderneming. Daarmee kan niet worden gezegd dat in de 29 zaken nagenoeg identieke werkzaamheden konden worden verricht. Welk bedrag aan proceskosten moet verweerder aan verzoekers vergoeden? 6. De rechtbank zal hierna de hoogte van de door verweerder te vergoeden proceskosten in bezwaar en beroep vaststellen. Op grond van het Bpb geldt voor de rechtsbijstand door een gemachtigde een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 666,-. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. 6.1. In ROT 22/6121 heeft de gemachtigde een bezwaarschrift ingediend, een beroepschrift ingediend en deelgenomen aan de zitting bij de rechtbank. In deze zaak heeft geen hoorzitting plaatsgevonden. De vergoeding voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in dit beroep bedraagt dan € 2.534,-. Gemachtigde heeft op het proceskostenformulier ook de door hem gemaakte reiskosten opgegeven, maar deze komen gelet op artikel 1, aanhef en onder d, van het Bpb niet voor vergoeding in aanmerking, omdat deze al zijn inbegrepen in de vergoeding voor de rechtsbijstand. 6.2. In ROT 22/6123 en ROT 23/35 heeft de gemachtigde een bezwaarschrift ingediend, de hoorzitting bijgewoond, een beroepschrift ingediend en deelgenomen aan de zitting bij de rechtbank. De vergoeding van voor de verleende rechtsbijstand in deze twee beroepen bedraagt dan € 3.200,- per beroep. Ook in deze twee beroepen komen de door de gemachtigde gemaakte reiskosten niet voor vergoeding in aanmerking. 6.3. In ROT 23/8264 heeft verweerder in het bestreden besluit van 27 oktober 2023 reeds een vergoeding toegekend voor de proceskosten in bezwaar. In beroep heeft de gemachtigde een beroepschrift ingediend en er heeft geen zitting plaatsgevonden. De vergoeding van de proceskosten in dit beroep bedraagt dus € 934,-. 6.4. In ROT 23/8265 heeft verweerder in het bestreden besluit van 27 oktober 2023 het verzoek om vergoeding van de proceskosten in bezwaar toegewezen maar geen bedrag aan verzoekster uitbetaald omdat volgens verweerder ROT 23/8264 en ROT 23/8265 samenhangende zaken zijn en in ROT 23/8264 al een vergoeding was toegekend. Zoals hiervoor is overwogen is naar het oordeel van de rechtbank echter geen sprake van samenhangende zaken. Daarom zal de rechtbank in ROT 23/8265 voor zowel de bezwaarfase als de beroepsfase een vergoeding toekennen. De gemachtigde heeft in deze zaak een bezwaarschrift ingediend, de hoorzitting bijgewoond en een beroepschrift ingediend. De vergoeding van de proceskosten in ROT 23/8265 bedraagt dan € 2.266,-. 6.5. In de overige 24 beroepen heeft geen zitting bij de rechtbank plaatsgevonden, maar heeft de gemachtigde wel een bezwaarschrift ingediend, de hoorzitting bijgewoond en een beroepschrift ingediend. De vergoeding van de proceskosten in deze 24 beroepen bedraagt dan € 2.266,- per beroep. Krijgen verzoekers een vergoeding van het griffierecht? 7. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoekers betaalde griffierecht te vergoeden. Verzoekers moeten zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden. In de beroepen ROT 22/5498, ROT 22/6121, ROT 22/6123, ROT 23/35, ROT 23/127, ROT 23/716, ROT 23/4114, ROT 23/4115