Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-06-24
ECLI:NL:RBROT:2026:7413
Varia, intrekking stadsbrede parkeervergunning en gehandicaptenparkeerplaats (de faciliteiten). De rechtbank stelt vast dat het college met het bestreden besluit niet heeft beslist over het behouden van de EGP, maar alleen heeft beslist tot het intrekken van de faciliteiten. De beroepsgronden die eiser aanvoert gaan over het niet behouden van de EGP. Twee aanvragen van eiser voor een EGP zijn afgewezen. Op grond van het Uitvoeringsbesluit en de Beleidsregel is het een vereiste om in het bezit te zijn van een EGP alvorens de faciliteiten worden toegekend. Omdat eiser niet in het bezit was van een EGP, heeft het college terecht de gehandicaptenparkeerplaats ingetrokken. Ook heeft het college in redelijkheid de stadsbrede parkeervergunning kunnen intrekken. De rechtbank ziet in wat eiser aanvoert geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het intrekken van de faciliteiten in zijn geval onevenredig uitpakt. Eiser kan op elk moment een nieuwe EGP aanvragen. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/6589 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2026 in de zaak tussen [eiser], uit [plaatsnaam], eiser (gemachtigde: mr. E.J. Beintema) en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college (gemachtigde: mr. W. Breure). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over een besluit van het college om de stadsbrede parkeervergunning en de gehandicaptenparkeerplaats (gezamenlijk: de faciliteiten) in te trekken. Eiser is het niet eens met dit besluit. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de faciliteiten in redelijkheid heeft kunnen intrekken . Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met twee besluiten van 6 mei 2025 (de primaire besluiten) heeft het college besloten om de faciliteiten van eiser in te trekken. Met een besluit van 18 augustus 2025 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiser is het college bij dat besluit gebleven. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 13 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door zijn vrouw, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college. Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van het bestreden besluit 3. 3.1. Eiser woont aan de [adres] (de woning). Eiser had een stadsbrede gehandicaptenparkeervergunning en een vaste gehandicaptenparkeerplaats op kenteken voor zijn woning. Het behouden van de faciliteiten is afhankelijk van het behouden van de Europese gehandicaptenparkeerkaart (EGP) van eiser. De EGP van eiser was geldig tot 5 mei 2025. Op 5 januari 2025 en op 6 maart 2025 zijn herinneringsbrieven naar eiser gestuurd om eiser te informeren over de noodzaak van een tijdige verlenging van de EGP. Eiser heeft op 16 april 2025 een aanvraag gedaan voor een verlenging. Hierdoor was er onvoldoende tijd over voor het aflopen van de EGP om een nieuw medisch advies te verkrijgen en de EGP te verlengen. 3.2. Omdat het bezitten van een EGP een voorwaarde is om gebruik te mogen maken van de faciliteiten, heeft het college met de primaire besluiten besloten om de faciliteiten van eiser in te trekken. Voor de gehandicaptenparkeerplaats betekende dit feitelijk dat het verkeersbord verwijderd zou worden. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en heeft aangevoerd dat hij op 12 mei 2025 medisch is gekeurd. Hij verzoekt het college om de gehandicaptenparkeerplaats voor de woning niet op te heffen en om deze in stand te laten totdat het resultaat van zijn keuring bekend is. 3.3. Met het bestreden besluit heeft het college besloten om het bezwaar ongegrond te verklaren en de intrekking van de faciliteiten in stand te laten. Het college heeft kennisgenomen van de persoonlijke omstandigheden van eiser, waaronder zijn ernstige en blijvende medische beperkingen, maar die leveren volgens het college geen reden op om af te wijken van het beleid. Toetsingskader 4. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak. Heeft het college de faciliteiten in redelijkheid kunnen intrekken? 5. Eiser voert aan dat het college de aanvraag voor de verlenging van de EGP niet in redelijkheid heeft kunnen afwijzen op de grond dat eiser meer dan 100 meter aaneengesloten zou kunnen lopen. Eiser stelt daartoe dat de GGD-arts die hem heeft onderzocht, de daadwerkelijke beperkingen en medische voorgeschiedenis miskent. De GGD-arts heeft zelf verklaard dat hij in aanmerking zou moeten komen voor een permanente EGP. 5.1. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt vast dat het college met het bestreden besluit niet heeft beslist over het behouden van de EGP, maar alleen heeft beslist tot het intrekken van de faciliteiten. De beroepsgronden die eiser aanvoert gaan over het niet behouden van de EGP. De aanvraag die eiser heeft gedaan voor het verlengen en daarmee behouden van zijn EGP, is afgewezen. Zijn bezwaar daartegen is ongegrond verklaard. Hij heeft tegen dat besluit geen beroep ingesteld. Ook een nieuwe aanvraag van eiser voor het verlengen van de EGP is afgewezen en zijn bezwaar daartegen is ongegrond verklaard. Op grond van het Uitvoeringsbesluit en de Beleidsregel is het een vereiste om in het bezit te zijn van een EGP alvorens de faciliteiten worden toegekend. Omdat eiser niet in het bezit was van een EGP, heeft het college terecht de gehandicaptenparkeerplaats ingetrokken. Ook heeft het college in redelijkheid de stadsbrede parkeervergunning kunnen intrekken. De rechtbank ziet in wat eiser aanvoert geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het intrekken van de faciliteiten in zijn geval onevenredig uitpakt. Het is daarbij van belang dat eiser op elk moment een nieuwe aanvraag voor een EGP kan indienen. Bij toewijzing daarvan kan hij de faciliteiten opnieuw aanvragen. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college de faciliteiten heeft mogen intrekken. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Blokhuis, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Uitvoeringsbesluit Parkeren Rotterdam 2025 Artikel 8, eerste lid, aanhef en onder p. 1. Het college verleent op aanvraag een stadsbrede vergunning aan de hierna vermelde organisaties, instellingen, functionarissen of personen: […] p. houders van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart, die volgens de BRP woonachtig zijn in Rotterdam en waarbij de aanvrager of diens huisgenoot: 1°. kentekenhouder is van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is aangevraagd; 2°. De aanvrager een motorvoertuig gebruikt van het bedrijf waarbij hij in loondienst is en waarbij het motorvoertuig op naam staat van het bedrijf dan wel sprake is van een leaseovereenkomst op naam van het bedrijf; of 3°. de aanvrager feitelijk gebruiker is van een motorvoertuig dat van een autoverhuurbedrijf is gehuurd of geleased.