Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-05-28
ECLI:NL:RBROT:2026:7325
RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 24/202 uitspraak van de meervoudige kamer van 28 mei 2026 in de zaak tussen [naam 1] , uit [woonplaats] , eiser en het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard , het college (gemachtigde: mr. D.T.G.H. Wilbers). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het projectplan voor het vervangen van een stuw in Rotterdam. Eiser is het niet eens met dit projectplan. Hij vreest dat het peil van het water in de omgeving van zijn woning niet goed beheerst kan worden waardoor mogelijk schade aan zijn woning ontstaat. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met het besluit van 12 september 2023 (het bestreden besluit) heeft het college het projectplan Waterwet vervangen van stuw KST-1269 [straatnaam] in Rotterdam vastgesteld. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 5 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het college vergezeld door [naam 2] (projectleider). Beoordeling door de rechtbank Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 3. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is een aantal andere wetten gewijzigd en ingetrokken. Uit het overgangsrecht, zoals dat is opgenomen in artikel 4.62, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, volgt dat op deze procedure nog de Waterwet van toepassing is, omdat het ontwerpprojectplan als bedoeld in artikel 5.4 van de Waterwet ter inzage is gelegd vóór de inwerkingtreding van afdeling 5.1 van de Ow. 3.1. De Crisis- en herstelwet (Chw) is van toepassing op besluiten die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling of verwezenlijking van bepaalde categorieën van ruimtelijke of infrastructurele projecten. Een besluit tot vaststelling van een projectplan dat nodig is voor de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Waterwet (zie artikel 1.1, eerste lid, onder a, in samenhang met bijlage 1 onder 7.3 van de Chw) valt daar onder. Een waterstaatswerk is volgens de Waterwet: een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk. 3.2. Gelet op de in het projectplan beschreven inrichtingsmaatregel, te weten het vervangen van een stuw, is sprake van het aanleggen of wijzigen van een waterstaatswerk. Op de vaststelling van het projectplan is dan ook de Chw van toepassing. Uit artikel 4.62, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet volgt dat ook de Chw op dit beroep van toepassing blijft. Totstandkoming van het bestreden besluit 4. Het projectplan ziet op de vervanging van de huidige stuw KST-1296 die volgens het college aan vervanging toe is omdat na beoordeling van de kwaliteit van de huidige stuw is geconcludeerd dat deze niet meer voldoet aan de huidige eisen en normen die het hoogheemraadschap hanteert. Besloten is om de gehele constructie te vernieuwen en de stuw beweegbaar uit te voeren. De stuw regelt het water vanuit de Nessepolder [naam peilgebied 1] naar Ommoord ( [naam peilgebied 2] ) en Zevenkamp ( [naam peilgebied 3] ) . Het water wordt weer ingelaten in de Nessepolder via de inlaat bij de Rotte , ten noorden van de Nessepolder . Eiser woont ten noorden van de stuw in de Nessepolder ( [naam peilgebied 1] ) . 4.1. Het ontwerpbesluit heeft ter inzage gelegen van 10 januari 2023 tot en met 20 februari 2023. Eiser heeft op 16 februari 2023 een zienswijze ingediend. Toetsingskader 5. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak. Heeft het college in redelijkheid het projectplan kunnen vaststellen ? 6. Eiser be De keuze voor een beweegbare stuw is volgens het projectplan gelegen in de omstandigheid dat daarmee beter geanticipeerd kan worden op het peilbeheer van de aangrenzende peilgebieden om wateroverlast en waterschaarste te voorkomen. De stuw verzorgt de afvoer van water uit peilgebied [naam peilgebied 1] , vast peil = -4,35m NAP ( Nessepolder ) en aanvoer naar de peilgebieden [naam peilgebied 2] en [naam peilgebied 3] . De nieuwe stuw is traploos regelbaar tussen -4,15 m NAP en -4,65 m NAP. Het college heeft toegelicht dat bij de genoemde maatvoering de hoogst mogelijke stand van de stuw 20 cm boven het vaste polderpeil is en de laagst mogelijke stand 30 cm onder het polderpeil. Daarbij is volgens het college 50 cm de standaard voor een schuifstuw. De stuw zal in de praktijk op of nabij het vastgestelde polderpeil worden ingesteld. Het verschil tussen de hoogst mogelijke stand van de stuw en het vaste peil is bedoeld om zakking van de constructie op te kunnen vangen en om binnen de beheersmarge tijdelijk een hoger of lager peil te kunnen handhaven in geval van extreme weersituaties. De rechtbank ziet in het betoog van eiser geen reden om te twijfelen aan de inhoud van het projectplan en aan wat het college (daarover) heeft aangevoerd in reactie op de beroepsgronden van eiser. Eiser heeft zijn betoog ook niet onderbouwd met een advies van een deskundige. In dit kader wordt nog overwogen dat het college heeft meegedeeld dat als een sondering wordt uitgevoerd om standzekerheid van de stuw te waarborgen dat niet betekent dat daarmee de stuw nooit zal verzakken. Het college heeft bovendien aangegeven dat zettingen inherent zijn aan de bodemopbouw in het gebied. Met een beweegbare stuw kan dit volgens het college worden ondervangen. Ook het betoog van eiser dat klimaatverandering geen reden is om voor een beweegbare stuw te kiezen, slaagt niet. Het is niet onredelijk dat het college hier in de uitoefening van zijn taken daar waar mogelijk rekening mee wil houden of daarop wil anticiperen. 6.3. De vrees van eiser dat met een beweegbare stuw te veel of te weinig water wordt afgevoerd en dat de stroomsnelheid in de Nessepolder lager of hoger zal zijn is, wat daar verder van zij, onvoldoende om te oordelen dat het college niet in redelijkheid voor een beweegbare stuw heeft kunnen kiezen. Het college is daarbij gebonden aan het waterpeil zoals dat in het peilbesluit is vastgesteld. Met het peilbesluit wordt onder meer de wijze waarop de waterhuishouding is georganiseerd geregeld, en daarin kunnen de waterstanden of bandbreedten waarbinnen waterstanden kunnen variëren worden vastgesteld. Het bestreden besluit is geen peilbesluit. Het bestreden besluit voorziet slechts in het vervangen van een technische voorziening, maar bepaalt niet hoe deze voorziening moet worden gebruikt. Daarover staat overigens in het projectplan als voorwaarde dat het college ervoor zorgt dat het waterkerend vermogen en de stabiliteit van de peilscheiding niet wordt verminderd en dat de bestaande waterpeilen moeten worden gehandhaafd. 6.4. Voor wat betreft het betoog van eiser dat het projectplan geen tekeningen bevat van de stuw overweegt de rechtbank als volgt. Onder 1.3 van het projectplan staat een omschrijving van het werk en onder 3 en 5 van het projectplan staat de wijze waarop het werk zal worden uitgevoerd, alsmede een beschrijving van de treffen voorzieningen. Het is niet onredelijk dat het college de stuw niet tot in detail heeft beschreven in het projectplan. Daarbij is van belang dat het college wel een globale beschrijving heeft gegeven van de stuw en dat de nieuwe stuwconstructie dient te worden aangelegd volgens de huidige eisen van het hoogheemraadschap. Het werkplan dient door het hoogheemraadschap goedgekeurd te worden en er zijn voorwaarden verbonden aan de werkzaamheden. Het college mag de aannemer enige flexibiliteit bieden bij de uitvoering van een voorziening, bijvoorbeeld om gebruik te kunnen maken van de kennis die bij de aannemer aanwezig i