Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-04-10
ECLI:NL:RBROT:2026:6856
RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/2695 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. T.C. Lensen), en de burgemeester van de gemeente Rotterdam, de burgemeester (gemachtigden: mr. S.B.H. Fijneman en [gemachtigde] ). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het besluit van de burgemeester tot sluiting van de woning van eiser aan de [adres] in [woonplaats] voor de duur van drie maanden. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat de sluiting van de woning voor drie maanden noodzakelijk en evenwichtig was . Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 1.2. Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 5. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan. Procesverloop 2.1. Met het besluit van 25 september 2024 (het primaire besluit I) heeft de burgemeester met spoed besloten om eisers woning aan de [adres] te sluiten, omdat in de woning sprake was van een illegale seksinrichting. 2.2. Met het besluit van 24 oktober 2024 (het primaire besluit II) heeft de burgemeester de sluiting van de woning verlengd voor de duur van twee maanden. 2.3. Met het bestreden besluit van 17 februari 2025 heeft de burgemeester de bezwaren van eiser tegen de primaire besluiten I en II ongegrond verklaard. 2.4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.5. De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend. 2.6. Eiser heeft aanvullende stukken ingediend. 2.7. De rechtbank heeft het beroep op 5 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van de burgemeester. Totstandkoming van het besluit 3.1. Eiser huurde sinds 5 november 2021 de woning aan de [adres] in [woonplaats] . [stichting] is de eigenaar van de woning. 3.2. In september 2024 zijn er diverse meldingen geweest over illegale prostitutie vanuit de woning. Naar aanleiding daarvan is een onderzoek ingesteld en zijn politieambtenaren op diverse momenten bij de woning geweest. De bevindingen zijn neergelegd in de bestuurlijke rapportage van 25 september 2024. Op 21 september 2024 trof de politie na een melding over een mishandeling van een Roemeense vrouw door haar vriend, deze vrouw in de woning aan. Daarnaast heeft de politie drie andere Roemeense vrouwen aangetroffen in de woning, die verklaarden werkzaam te zijn in de prostitutie. De politie trof vervolgens vijf vrouwen aan. Deze vrouwen verklaarden allen werkzaam te zijn in de prostitutie. Zij verklaarden € 120,- per persoon per dag aan een tussenpersoon te betalen, als huur voor de woning. Vier van de vrouwen verklaarden dat zij vrijwillig dit werk doen. Een van de vrouwen verklaarde zojuist drugs te hebben gebruikt en dit werk niet meer te willen doen. Zij is opgevangen door de politie. Op de website [naam website] werd een drietal advertenties van de aanwezige vrouwen aangetroffen. Hierbij stond onder andere vermeld dat de vrouwen 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar zijn. Tijdens de verschillende huisbezoeken in september 2024 heeft de politie verder, naast het aantreffen van meerdere vrouwen, de volgende voorwerpen waargenomen in de woning: een open koffer met lingerie in de woonkamer, een open vuilnistas met zakdoeken en gebruikte condooms in de slaapkamers, een doosje condooms en een flesje glijmiddel. Voor eisers adres was geen vergunning verleend voor de exploitatie van een seksinrichting. 3.3. Naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester met het besluit van 25 septem De rechtbank merkt, net als de voorzieningenrechter, daarbij op dat het door eiser verwijderen van de stickers gedurende de spoedsluiting afbreuk heeft gedaan aan dit signaal. Gelet op de ernst van de situatie, heeft de burgemeester het noodzakelijk mogen achten om de woning langer dan één maand te sluiten, om op die manier definitief een eind te maken aan de aanloop op de woning. In wat eiser naar voren heeft gebracht, ziet de rechtbank, net als de voorzieningenrechters, geen aanleiding om, in afwijking van de Nota, de sluiting van de woning in duur te beperken. In de Nota staat immers beschreven dat de burgemeester eerst besluit tot een spoedsluiting van één maand, waarna de zienswijzeprocedure wordt doorlopen. Vervolgens kan de burgemeester de woningsluiting verlengen met twee maanden. In dit geval heeft de burgemeester de in de Nota omschreven stappen doorlopen. Evenwichtigheid 6. Eiser voert aan dat de sluiting van de woning voor de duur van drie maanden onevenwichtig was in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Hij verbleef in de periode voorafgaand aan september 2024 tijdelijk bij zijn vriendin en had geen zicht op wat er in zijn woning afspeelde. Hij had toen tijdelijk onderdak geboden aan [persoon A] , die destijds dakloos was. [persoon A] erkent dat hij volledig verantwoordelijk was voor de illegale prostitutie in de woning en dat dit zonder medeweten van eiser heeft plaatsgevonden. Volgens eiser is in het kader van de beoordeling van de (mate van) verwijtbaarheid en dus de zorgplicht ook zijn psychische en mentale toestand van belang. Gelet op eisers gediagnosticeerde PTSS, kan van hem niet dezelfde mate van oplettendheid worden verwacht als van een gemiddeld persoon. Hij verwijst hierbij naar het meest recente behandelplan van [persoon B] , psycholoog bij [naam zorginstelling 1] te Rotterdam en een verklaring van [persoon C] , praktijkondersteuner huisarts bij [naam zorginstelling 2] en nauw betrokken bij de behandeling van eiser. Uit deze laatste verklaring volgt dat eiser door zijn (psychische) problematiek moeite heeft met het overzien van de gevolgen van zijn handelen. Verder is van belang dat eiser een detentieverleden heeft en reeds vanaf 2021 bezig is met zijn leven weer op de rails te krijgen. Stichting Humanitas heeft eiser samen met de reclassering ondersteund bij dit traject en het vinden van een bijpassende woning door middel van een urgentieverklaring. De sluiting van de woning heeft grote gevolgen gehad voor het re-integratietraject dat eiser aan het doorlopen is. Hoewel de bezwaarschriftencommissie heeft overwogen dat de ontbinding van de huurovereenkomst door [stichting] geen direct gevolg is van de sluiting op last van de burgemeester, is het onmiskenbaar dat de sluiting gevolgen heeft voor het verdere verloop van de civielrechtelijke ontbindingsprocedure. Daarnaast zal eiser bij handhaving van het bestreden besluit op een 'zwarte lijst' worden geplaatst en zal de sluiting wegens illegale prostitutie een aanzienlijke impact hebben op de toekomstige mogelijkheden van eiser om woonruimte te verkrijgen. Aan deze gevolgen dient zwaarwegende betekenis te worden toegekend, aldus eiser. 6.1. Als de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat verlenging van de sluiting van de woning noodzakelijk is, moet hij zich ervan vergewissen dat de duur van de sluiting evenwichtig is, ook als de duur in overeenstemming is met de duur die volgt uit een beleidsregel. De nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. 6.2. Net als de voorzieningenrechters, volgt de rechtbank eiser niet in zijn standpunt dat hem niet kan worden verweten dat [persoon A] in zijn afwezigheid en zonder dat hij daarvan wist in zijn woning een illegale seksinrichting heeft ingericht. Eiser is als huurder zel