Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-05-28
ECLI:NL:RBROT:2026:6849
RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/718270 / KG ZA 26-369 Vonnis in kort geding van 28 mei 2026 in de zaak van BAZUIN & PARTNERS B.V. , te Rotterdam, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna te noemen: Bazuin, advocaat: mr. E.J. Eijsberg, tegen [woonstichting X] , te [plaats] , gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna te noemen: [woonstichting X] , advocaat: mr. V.T. Acar. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 2 mei 2026- de producties 1 tot en met 5 van Bazuin- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie- de producties 1 tot en met 14 van [woonstichting X]- de mondelinge behandeling van 12 mei 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt- de pleitnota van Bazuin- de pleitnota van [woonstichting X] . 2 De feiten 2.1. Tussen oorspronkelijk opdrachtgever Stichting [woonstichting Y] en opdrachtnemer Bazuin bestaat sinds begin of medio 2017 een samenwerkingsovereenkomst met bijlagen voor het uitvoeren van incassohandelingen en ambtelijke taken ten aanzien van huurders met een betaalachterstand (de sok). In verband met de inwerkingtreding van de Verordening Grenzen Tariefmodellen Gerechtsdeurwaarders op 1 januari 2021 (Vo 2021) is op 3 november 2021 bij de sok een allonge overeengekomen die (onder meer) artikel 6.22 van de sok in overeenstemming brengt met de bepalingen van de Vo 2021 (de allonge). De Vo 2021 is per 31 januari 2023 vervallen. Op 1 februari 2023 is de Gerechtsdeurwaardersverordening in werking getreden (de Vo 2023). Nadien heeft geen aanpassing van de sok en de allonge plaatsgehad. 2.2. [woonstichting X] heeft [woonstichting Y] , nadat [woonstichting Y] in 2023 is opgesplitst, onder algemene titel opgevolgd in haar rechtspositie in (o.a.) de sok en de allonge. 2.3. In de sok staat, voor zover van belang: “ 3 Het volgende is overeengekomen (…) 3.4 Als deze overeenkomst door één van beide partijen wordt opgezegd, blijven de bepalingen van deze overeenkomst onverminderd van toepassing voor de dossiers die op dat moment in beheer zijn bij de opdrachtnemer. (…) 3.9 Bij uitvoering van de werkzaamheden in het kader van deze overeenkomst zijn Opdrachtnemer en de door Opdrachtnemer in te schakelen medewerkers gebonden aan de door de KBvG* vastgestelde verordeningen, zoals de geldende Verordening Beroeps- en Gedragsregels Gerechtsdeurwaarders, de Administratieverordening en de Verordening op de Kwaliteit van de Gerechtsdeurwaarder. (…) 3.14 Opdrachtnemer is aldus bevoegd en daartoe onherroepelijk door Opdrachtgever gemachtigd om het aldus door Opdrachtgever verschuldigde namens hem te voldoen door deze als betaling in mindering te brengen op de op de kwaliteitsrekening aangehouden en/of ontvangen bedragen. In het kader van de door het bestuur van de KBvG vastgestelde bestuursregel ter regulering van de voorfinanciering van out of pocket-kosten moet opdrachtnemer er voor zorg dragen dat in al haar dossiers die bij haar in behandeling zijn, dekking is van deze kosten, Onder out of pocket kosten wordt verstaan: Griffiekosten Informatiekosten BRP/UWV/RDW Kosten afvoer-, opslag en bezemschoon opleveren Kosten slotenmakers ter ondersteuning van de ontruiming Kosten advocaat Kosten publicatie Kosten collega gerechtsdeurwaarder (bijvoorbeeld exploten) Er is sprake van voorfinanciering indien de kosten van en/of gepaard gaande met de werkzaamheden van Opdrachtnemer groter zijn dan de optelsom van de ontvangen gelden in bijlage de gerechtelijke fase en schuldbewaking, de ontvangen voorschotten en de tussentijdse afdrachten, berekend op eiserniveau. Zie voor de verdere uitwerking hiervan artikel 6.22.” “ 6 Verplichtingen Opdrachtnemer (…) 6.22 De Opdrachtnemer draagt op dossierniveau in het minnelijke traject 100% af van de ontvangen gelden tot aan de vordering. Het bedrag wordt door de Opdrachtnemer aan Opdrachtgever overgemaakt naar de bankrekening (…) met in de omschrijving: TTA + deelcontractnummer . - In het gerechtelijke traject draagt de opdrachtnemer op dossierniveau de geïncasseerde gelden volledig af tot aan de hoofdsom * zodra de out of pocket kosten, de kosten van de verrichte ambtshandelingen, het salaris gemachtigde en nasalaris gedekt zijn. - In het schuldbewakingstraject draagt de opdrachtnemer op dossierniveau de geïncasseerde gelden volledig af zodra de out of pocket kosten, de kosten van de verrichte ambtshandelingen en de overeengekomen Incassoprovisie schuldbewakingstraject ** gedekt zijn. 6.22.1 In beide gevallen draagt opdrachtnemer de betreffende gelden af op bankrekeningnummer (…) met in de omschrijving: TTA + deelcontractnummer. 6.22.2 Opdrachtnemer zal iedere 28e van de maand het aan de opdrachtgever toekomende aandeel in de kwaliteitsrekening met inachtneming van het bovenstaande tussentijds afdragen. Indien de 28e in het weekend valt, zal opdrachtnemer de vrijdag voorafgaande aan dit weekend de tussentijdse afdracht doen. * met hoofdsom wordt in dit artikel bedoeld: hoofdsom bij overdracht + vervallen termijnen -/-betalingen bij opdrachtnemer en opdrachtgever. ** zie definities voor de exacte inhoud en berekening van de incassoprovisie schuldbewakingstraject .” 2.5. In de brief van 16 december 2024 van [woonstichting X] aan Bazuin staat, voor zover van belang: “(…) Feiten en omstandigheden Tussen (de rechtsvoorganger van) [woonstichting X] (Stichting [woonstichting Y] ) en Bazuin (...) is op 22 juli 2017 een samenwerkingsovereenkomst ten behoeve van de incasso van vorderingen op (ex-)huurders/kopers van [woonstichting X] overeengekomen. Helaas is gebleken dat Bazuin tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst. De kwaliteit van de incassowerkzaamheden blijft achter bij hetgeen [woonstichting X] op grond van de overeenkomst mag verwachten. Om die reden heeft [woonstichting X] Bazuin per brief van 17 juni jl. in gebreke gesteld. Hoewel Bazuin stelt dat naar aanleiding van die brief verbeteringen hebben plaatsgevonden in de bedrijfsvoering bij Bazuin, zijn de incassowerkzaamheden naar het oordeel van [woonstichting X] helaas onvoldoende verbeterd. Om die reden is [woonstichting X] helaas genoodzaakt om de samenwerkingsovereenkomst met Bazuin te beëindigen. Opzegging [woonstichting X] zegt hierbij de samenwerkingsovereenkomst met Bazuin op, met inachtneming van de contractueel vastgelegde opzegtermijn van drie maanden. De samenwerkingsovereenkomst eindigt derhalve op 31 maart 2025 . Voor de dossiers die momenteel bij Bazuin in beheer zijn, geldt dat [woonstichting X] deze graag door Bazuin laat afronden. [woonstichting X] wijst hierbij graag op artikel 3.4 van de samenwerkingsovereenkomst, waarin is bepaald dat bij opzegging de bepalingen van de samenwerkingsovereenkomst onverminderd van toepassing zijn voor de dossiers die nog bij Bazuin in beheer zijn. Van Bazuin wordt dan ook verwacht dat zij haar uiterste best zal doen om ieder dossier op zorgvuldige wijze af te ronden. (…) .” 2.6. In de brief van 3 juli 2025 van Bazuin aan [woonstichting X] staat, voor zover van belang: “Alweer enige tijd geleden hebben jullie per brief aangegeven de samenwerking te willen beëindigen. Daarbij hebben jullie een opzegtermijn in acht genomen van drie maanden, maar feitelijk heeft deze opzegtermijn geen (rechts)gevolgen, aangezien de aanlevering van nieuwe dossíers al geruime tijd niet heeft plaatsgevonden. Het feit dát geen nieuwe aanlevering meer plaatsvindt, heeft echter wel gevolgen voor onze verdiensten, aangezien wij soms al heel lang bezig zijn met minnelijke werkzaamheden in een dossier zonder dat daar een vergoeding tegenover staat. Of waarin een regeling is getroffen, die wordt nagekomen maar waarin afdrachten plaatsvinden zonder rekening te houden met de incassokosten. In een lopende relatie wordt dit gecompenseerd door de aanlevering van nieuwe zaken, maar die instroom is nu opgedroogd. Onze samenwerking is altijd prettig verlopen, ook nu zijn er nog intensieve contacten tussen uw en onze medewerkers. L [woonstichting X] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Bazuin, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Bazuin in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente. in reconventie 3.3. [woonstichting X] vordert, na aanpassing van haar vorderingen ter zitting, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: Bazuin te veroordelen tot het blijven uitvoeren van de werkzaamheden conform de bepalingen in de sok en allonge totdat in de bodemprocedure tussen partijen hierover is beslist, op straffe van een dwangsom van € 250,- per overtreding per dossier per dag dat deze overtreding voortduurt; Bazuin te veroordelen tot het afgeven van de reeds gesloten dossiers (waarvan een deel genoemd is in productie 9 inclusief alle originele vonnissen, akte, proces-verbalen en de informatie en overzichten zoals genoemd in randnummers 5.2 en 5.3 van de conclusie van antwoord) binnen vijf werkdagen na het in deze te wijzen vonnis op straffe van een dwangsom van € 250,- per overtreding per dossier per dag dat deze overtreding voortduurt; Bazuin te veroordelen tot het afgeven van de informatie en overzichten zoals genoemd in randnummers 5.2 en 5.3 van de conclusie ten aanzien van alle niet gesloten dossiers en een overzicht van de laatste stand van zaken binnen vijf werkdagen na het in deze te wijzen vonnis op straffe van een dwangsom van € 250,- per overtreding per dossier per dag dat deze overtreding voortduurt; Bazuin bij wijze van voorschot te veroordelen tot voldoening van € 90.790,48, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag, vooruitlopend op de uitkomst van de bodemprocedure, binnen drie dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis; Bazuin te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.4. Bazuin voert verweer. Bazuin concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [woonstichting X] , met veroordeling van [woonstichting X] in de kosten van deze procedure. 4 De beoordeling in conventie 4.1. Opheffing van een beslag kan onder meer, maar niet uitsluitend, plaatsvinden als een van de in artikel 705 lid 2 Rv genoemde gronden aanwezig is en een belangenafweging niet tot een ander oordeel leidt, en op grond van een, zelfstandige, belangenafweging. 4.2. Bazuin heeft haar opheffingsvordering gegrond op de stelling dat de vordering van [woonstichting X] tot zekerheid waarvan zij de beslagen heeft gelegd summierlijk ondeugdelijk is. Dat heeft [woonstichting X] gemotiveerd betwist. 4.3. Feitelijk gegeven is dat [woonstichting X] de (kennelijk door haar rechtsvoorganger opgestelde) sok en allonge tegen 31 maart 2025 heeft opgezegd, waarbij zij Bazuin heeft verzocht de zich in haar beheer bevindende lopende dossiers van [woonstichting X] te blijven behandelen. Dat is Bazuin in elk geval tot aan de mondelinge behandeling in dit kort geding blijven doen, zodat de samenwerking tussen partijen niet als geheel geëindigd is te beschouwen. Dat Bazuin volgens [woonstichting X] in haar brief van 3 juli 2025 heeft aangestuurd op algehele beëindiging van de samenwerking, volgt de voorzieningenrechter niet. In die brief vraagt Bazuin immers om overleg met [woonstichting X] en formuleert zij een gedachte/voorstel om tot een redelijke afwikkeling te komen in het licht van de door [woonstichting X] verrichte opzegging. Omdat dus op het eerste gezicht (nog) geen sprake is van een eindafrekening, is het antwoord op de vraag of op dit moment kostenmaxima al in een, mogelijke, vordering moeten worden meegenomen (zie artikelen 13.2 en 14.5 van de sok) negatief. Anders geformuleerd, het deel van de beslagvordering dat ziet op een bedrag van € 9.268,56 aan beweerdelijk foutief afgerekende dossiers per december 2025, is summierlijk ondeugdelijk. 4.4. Bezien in het onder 4.3 geschetste omstandighedenkader, erkent Bazuin dat zij medio 2025 is gestopt met het uit hoofde van de sok en de allonge verrichten van betalingen aan [woonstichting X] en dat zij, ook nadat de Geen van partijen heeft hier bovendien op heldere en overtuigende wijze handen en voeten aan gegeven. De overgelegde afrekeningsoverzichten zijn slechts summier toegelicht: uit de enkele overzichten valt niet af te leiden op grond waarvan en op welke wijze tot de daarin opgenomen cijfermatige uitkomst is gekomen. De voorzieningenrechter heeft dus van partijen geen/onvoldoende handvatten gekregen om tot een weloverwogen beoordeling te kunnen komen. Het ligt ook niet op de weg van de voorzieningenrechter om die handvatten voor partijen te creëren. De voorzieningenrechter acht op grond van het dus slechts voor de beoordeling beperkt nuttige partijdebat evenwel niet uitgesloten dat er voor Bazuin mogelijk een financieel risico ontstaat als zij overgaat tot afrekening op de wijze zoals [woonstichting X] voorstaat die afwijkt van de berekening van Bazuin die volgens haar is gestoeld op de Vo(‘s). Bijvoorbeeld geldt dit ten aanzien van de tussentijdse afdracht van positieve dossiers zonder rekening te houden met de negatieve dossiers. Bepaald niet uitgesloten is dat een dergelijke afrekening kan bewerkstelligen dat meer afgedragen wordt dan is toegestaan op grond van de bewaarplicht wat in strijd is met de beroeps- en gedragsregels is (zie o.a. 4.7 Vo 2023). 4.9. Naast de materiële onduidelijkheden lijkt het er bovendien op dat [woonstichting X] de beslagen niet alleen heeft gelegd om de vordering op Bazuin vast te stellen, maar dat zij dit ook heeft gedaan om de door haar gestelde faillissementssituatie van Bazuin en de door haar ingediende klacht bij de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te ondersteunen. Waarom [woonstichting X] zover is gegaan om, vooralsnog ongefundeerd, met derden de financiële situatie van Bazuin te bespreken of een klacht in te dienen, zonder eerst met constructieve houding in overleg met Bazuin te treden, roept vragen op. Gelet op de aannemelijke invloed die de beslagen (gelet op hun omvang) op de bedrijfsvoering en de (tuchtrechtelijke) positie van Bazuin (in de markt) hebben, leidt een afweging van de belangen ertoe dat de beslagvordering moet worden herbegroot. In het licht van de erkenning en de onverklaarbare schommelingen in het door Bazuin aangehouden positieve saldo in de [woonstichting X] dossiers ziet de voorzieningenrechter aanleiding de vordering te herbegroten op een afgerond bedrag van € 55.000,- (inclusief de gebruikelijke opslag van 30%). Hierbij is aangeknoopt bij het door Bazuin erkende bedrag. Voor het overige heft de voorzieningenrechter de beslagen zelf op. Ten overvloede wordt nog overwogen dat de stelling van Bazuin dat zij vanwege de beslagen niet eerder kon betalen, niet volledig opgaat. Zij heeft zich ook niet gehouden aan haar eigen mededeling/toezegging om de tussentijdse afdrachten te hervatten zodra de portefeuille positief was. Uit de stukken volgt namelijk dat het beslagverlof is verleend op 14 januari 2026 en de portefeuille op 30 december 2025 en op 8 januari 2026, en dus voordat de beslagen (vanaf 16 januari 2026) zijn gelegd, al een positief saldo vertoonde. 4.10. Omdat elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, worden de proceskosten gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt. in reconventie 4.11. [woonstichting X] heeft, kort gezegd, gevorderd om Bazuin, op straffe van een dwangsom, te veroordelen tot: het blijven uitvoeren van de werkzaamheden conform de bepalingen in de sok en allonge totdat in de bodemprocedure tussen partijen hierover is beslist (3.3 onder 1); afgifte van dossiers, informatie en overzichten (3.3 onder 2 en 3); bij wijze van voorschot, voldoening van € 90.790,48 (3.3 onder 4). 4.12. Voor toewijzing van deze in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen is nodig dat [woonstichting X] daarbij een spoedeisend belang heeft. 4.12.1. [woonstichting X] heeft nagelaten in de conclusie van antwoord onderbouwd te stellen waarin haar spoedeisend belang bij ieder van deze vorderingen gelegen is. Pas ter