Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-05-29
ECLI:NL:RBROT:2026:6036
RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/1812 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 mei 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. O.C. Bozbiyik), en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college (gemachtigde: mr. T. Baltus). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over een maatwerkvoorziening in de vorm van een ondersteuningsarrangement op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Eiseres vindt dat het college haar voor het resultaatgebied sociaal en persoonlijk functioneren te laag heeft ingeschaald. De rechtbank komt in deze uitspraak echter tot het oordeel dat het college de omvang van de benodigde ondersteuning juist heeft vastgesteld . Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met het besluit van 25 juli 2024 heeft het college de indicatie van eiseres voor het ondersteuningsarrangement Ouderen en Somatiek beëindigd per 28 juli 2024 (primair besluit 1). Met een afzonderlijk besluit van 25 juli 2024 (primair besluit 2) heeft het college aan eiseres een getrapt ondersteuningsarrangement toegekend voor de periode van 29 juli 2024 tot en met 27 juli 2025. Met het bestreden besluit van 9 januari 2025 heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 22 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van partijen. Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Eiseres ontving een ondersteuningsarrangement voor het huishouden (Ouderen en Somatiek) in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Deze indicatie was geldig tot 11 april 2027. Eiseres heeft op 24 juli 2024 opnieuw een aanvraag gedaan in het kader van de Wmo 2015 voor begeleiding. Met de primaire besluiten heeft het college het ondersteuningsarrangement Ouderen en Somatiek beëindigd en heeft het college aan eiseres een getrapt ondersteuningsarrangement toegekend voor de resultaatgebieden sociaal en persoonlijk functioneren en ondersteuning bij het huishouden. Het getrapt ondersteuningsarrangement is als volgt opgebouwd. In de eerste periode van 29 juli 2024 tot en met 26 januari 2025 bestaat de ondersteuning uit: sociaal en persoonlijk functioneren (intensiteitstrede ‘midden’) en; ondersteuning en regie bij het huishouden (intensiteitstrede ‘4 basis’). Eiseres ontvangt hiervoor een pgb van € 585,92 per vier weken. In de tweede periode van 27 januari 2025 tot en met 27 juli 2025 bestaat de ondersteuning uit: sociaal en persoonlijk functioneren (intensiteitstrede ‘beperkt/midden’) en; ondersteuning en regie bij huishouden (intensiteitstrede ‘4 basis’). Eiseres ontvangt hiervoor een pgb van € 463,68 per vier weken. 4. Met het bestreden besluit heeft het college het primaire besluit gehandhaafd. Aan het bestreden besluit heeft het college, voor zover relevant, ten grondslag gelegd dat de inschaling van eiseres aansluit bij haar problematiek. Eiseres komt in aanmerking voor een getrapt ondersteuningsarrangement, omdat haar situatie naar verwachting kan verbeteren. De verwachting is dat haar zelfvertrouwen en zelfredzaamheid wordt vergroot door de begeleiding. Daarnaast is het de bedoeling dat zij gebruik gaat maken van diverse voorliggende voorzieningen. Beoordeling door de rechtbank 5. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de gehanteerde intensiteitstrede van ‘beperkt/midden’ bij het resultaatgebied sociaal en persoonlijk functioneren niet voldoende is voor haar. Gelet op haar klachten, beperkingen en complexe problematiek heeft zij intensieve hulp nodig. Volgens eiseres dient daarom uit te worden gegaan van de intensiteitstrede ‘intensief’, dan wel ‘midden/intensief’. 6. Volgens rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) geld