Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-04-28
ECLI:NL:RBROT:2026:5718
RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/713938 / KG ZA 26-85 Vonnis in kort geding van 28 april 2026 in de zaak van 1 SOSYTRAINING B.V., gevestigd in Zeist, 2. [eiseres 2] B.V. , gevestigd in [vestigingsplaats] , eiseressen, advocaten: mrs. J.W.A. Meesters en M. van ‘t Hof, tegen 1 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL, zetelend in Dordrecht, 2. GEMEENTE ALBLASSERDAM , zetelend in Alblasserdam, 3. GEMEENTE DORDRECHT , zetelend in Dordrecht, 4. GEMEENTE HARDINXVELD-GIESSENDAM , zetelend in Hardinxveld-Giessendam, 5. GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT , zetelend in Hendrik-Ido-Ambacht, 6. GEMEENTE PAPENDRECHT , zetelend in Papendrecht, 7. GEMEENTE SLIEDRECHT , zetelend in Sliedrecht, 8. GEMEENTE ZWIJNDRECHT , zetelend in Zwijndrecht, gedaagden, advocaat: mr. D. van Leersum, met als tussenkomende partij NEWBEES INCLUSION SOLUTIONS B.V. , gevestigd in Amsterdam, advocaten: mrs. D.E. van Oeveren en P.W. Juttmann. Partijen worden hierna Sosytraining, [eiseres 2] , Drechtsteden (gedaagden gezamenlijk) en NewBees genoemd. Eiseressen worden gezamenlijk aangeduid als de combinatie. De zaak in het kort Drechtsteden heeft een aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de inkoop van het participatieonderdeel van de zelfredzaamheidsroute voor inburgeringsplichtigen binnen haar gemeenten. Sosytraining en [eiseres 2] hebben als Combinatie een inschrijving ingediend. Ook NewBees heeft op de opdracht ingeschreven. Drechtsteden heeft de opdracht in eerste instantie voorlopig aan de combinatie gegund. Vervolgens heeft zij geconstateerd dat de Aanbestedingsleidraad in geval van Combinatievorming van elke combinant een referentie vereist. Zij heeft de inschrijving van de combinatie daarop ongeldig verklaard, omdat bij de inschrijving van de Combinatie maar één referentie (van Sosytraining) was gevoegd, en de opdracht voorlopig aan NewBees gegund. In dit kort geding vordert de combinatie dat de opdracht alsnog aan haar gegund wordt. De voorzieningenrechter wijst de vordering af. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende stukken: de dagvaardingen van 28 januari 2026, met producties 1 tot en met 12, de aanvullende productie 13 van de combinatie, de conclusie van antwoord van Drechtsteden, met producties 1 tot en met 17, de incidentele conclusie tot tussenkomst tevens bevattende verzoek tot verstrekken afschrift ex artikel 195(a) Rv van NewBees, met producties 1 tot en met 5, de reactie van Drechtsteden op het verzoek ex artikel 195(a) Rv, de reactie van de combinatie op het verzoek ex artikel 195(a) Rv, de spreekaantekeningen van mr. Meesters, de pleitnota van mr. Van Oeveren. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 april 2026. 1.3. NewBees heeft gevorderd om te mogen tussenkomen in het geding. De vordering is aan het begin van de mondelinge behandeling besproken. De combinatie en Drechtsteden hebben ter zitting verklaard daartegen geen bezwaar te hebben. NewBees is vervolgens toegelaten als tussenkomende partijen, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft en niet is gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. 1.4. NewBees heeft op grond van artikel 195(a) Rv gevorderd om de combinatie en/of Drechtsteden te veroordelen om uiterlijk bij aanvang van de mondelinge behandeling afschrift van of inzage in de referentie van Sosytraining aan NewBees te verstrekken. Ook deze vordering is aan het begin van de mondelinge behandeling besproken. De voorzieningenrechter heeft de vordering afgewezen. Daartoe was redengevend dat de beoordeling van een inschrijving is voorbehouden aan de aanbestedende dienst en in beginsel van de juistheid van die beoordeling moet worden uitgegaan. Dit kan slechts anders zijn als op grond van concrete feiten gerede twijfel over de juistheid van de beoordeling bestaat. NewBees vermoedt op basis van haar kennis van de markt, onderzoek op TenderNed en door Drechtsteden verstrekte, beperkte, informatie dat Sosy Participatieaanbod Z-route: in staat tot het uitvoeren van de participatiecomponent aangaande de zelfredzaamheid, voor inburgeraars met een lage leerbaarheid die moeite hebben met het leren van een nieuwe taal en in beperkte mate zelfredzaam zijn. De referentie dient minimaal aan de hieronder gegeven beschrijving van een referentieproject te voldoen en dient door de onderneming binnen de drie voorgaande jaren (gerekend vanaf het moment voor het uiterlijk indienen van het verzoek tot deelneming van deze aanbesteding) te zijn uitgevoerd. Verder dienen alle referenties aan de volgende eisen te voldoen: De referentie betreft groepsgewijze dienstverlening op gebied van participatie aan inburgeraars. De afspraken/overeenkomsten met de meerdere, individuele inburgeraars kunnen dus als geheel als referentie opgevoerd worden. De referentie is wat betreft inhoud passend voor en vergelijkbaar met de gestelde kerncompetenties en betreft groepsgewijze dienstverlening op gebied van participatie aan inburgeraars. De referentie heeft betrekking op minimaal 15 inburgeraars , die het gehele inburgeringstraject zijn begeleid. Het referentieproject heeft betrekking op een opdracht, waarvan tenminste 12 maanden vallen in een periode van 3 jaar voorafgaand aan de datum van Aanbesteding. Bewijsmiddel: Voor de opgave van uw referentie maakt U gebruik van het modelblad 'opgave referentieprojecten', dat toegevoegd is als Bijlage F – Verklaring Referenties. De omschrijving van uw referentie omvat maximaal 1 pagina A4. Per ingediende referentie een tevredenheidsverklaring, ondertekend door referent, waaruit blijkt dat de referentie tijdig, correct en naar tevredenheid van referent is uitgevoerd. 4.5.2 Kwaliteitsmanagementsysteem Toelichting: Inschrijver dient voor het inschrijven in het bezit zijn van een op het moment van Inschrijving geldig Keurmerk Blik op Werk "Arbeid" en dit keurmerk te behouden gedurende de gehele contractperiode. (…) In geval van inschrijving in Combinatie dienen alle combinanten in bezit te zijn van het hiervoor bedoelde kwaliteitssysteemcertificaat. (…)” 2.5. In hoofdstuk 5 van de Aanbestedingsleidraad zijn de gunningscriteria opgenomen. Paragraaf 5.3 bepaalt dat de opdracht wordt gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding. 2.6. Op 17 september 2025 dienen Sosytraining en [eiseres 2] als Combinatie een inschrijving in. Daarbij voegen zij een modelblad 'opgave referentieprojecten' (bijlage F bij de Aanbestedingsleidraad) en een tevredenheidsverklaring, die betrekking hebben op een opdracht van Sosytraining. In het modelblad, dat op 13 september 2025 door [functionaris] van Sosytraining, [functionaris Sosytraining] , is ondertekend, staat het volgende: 4 Beknopte omschrijving aard van de opdracht en type overeenkomst We hebben een 4-jarige overeenkomst met de gemeente waarbij we verantwoordelijk zijn voor de participatie Z-route (800 uur), PVT [vzr: participatieverklaringtraject] en MAP in 1 perceel. Startdatum en einddatum van opdracht Startdatum: 01-01-2024 Einddatum: 31-12-2027 5 Omvang van de opdracht (in aantallen deelnemers per contractjaar Aantal deelnemers per 30 6 Nadere toelichting inhoud van opdracht ------------------------------------------------------------------------------- We zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de volledige 800 uur in de Z-route, inclusief de uitvoering van de PVT en MAP. We begeleiden 30 deelnemers per jaar. 90% van de deelnemers lopen op schema. ------------------------------------------------- -----------------------------------------------------------------------Al onze participatieactiviteiten zijn in een taalrijke omgeving .------------------------------------------------------ 2.7. NewBees heeft eveneens een inschrijving ingediend. Zij is (als onderaannemer van NLTraining) de zittende partij voor de uitvoering van de Z-route in Drechtsteden. 2.8. Bij brief van 24 november 2025 (hierna: Gunningsbesli Verder laat zij weten dat de later ingediende referentie niet aan paragraaf 4.5.1 van de Aanbestedingsleidraad voldoet. Volgens Drechtsteden is de inschrijving van de combinatie daarmee ongeldig en moet de combinatie van verdere deelname worden uitgesloten. In de brief trekt Drechtsteden Gunningsbeslissing I in en neemt zij een nieuwe gunningsbeslissing, die inhoudt dat zij de opdracht voorlopig aan NewBees gunt. 2.14. Bij brief van 14 januari 2026 heeftt mr. Meesters namens de combinatie bezwaar gemaakt tegen de ongeldigverklaring van de inschrijving. Daarbij verzoekt zij Drechtsteden om de beslissing terug te draaien en een nadere toelichting te geven. 2.15. Bij brief van 23 januari 2026 wijst Drechtsteden het bezwaar van de combinatie van de hand en handhaaft zij Gunningsbeslissing II. 3 Het geschil 3.1. De combinatie vordert, verkort weergegeven, dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: primair : Drechtsteden verbiedt om de opdracht aan NewBees te gunnen en haar gebiedt Gunningsbeslissing II in te trekken, Drechtsteden gebiedt om de inschrijving van de combinatie alsnog als geldig aan te merken en de opdracht aan de combinatie te gunnen, subsidiair : Drechtsteden veroordeelt tot heraanbesteding van de opdracht, primair en subsidiair : Drechtsteden hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente. 3.2. Drechtsteden voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van de combinatie in de proceskosten. 3.3. NewBees concludeert ook tot afwijzing van de vorderingen van de combinatie. Daarnaast vordert zij dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Drechtsteden gebiedt om uitvoering te geven aan Gunningsbeslissing II door de opdracht aan haar te gunnen, met veroordeling van de combinatie in de proceskosten. NewBees vordert voorwaardelijk, in geval van toewijzing van de primaire vordering, dat de combinatie en/of Drechtsteden worden veroordeeld om een afschrift van de referentieverklaring van SosyTraining aan NewBees te verstrekken. 4 De beoordeling spoedeisend belang 4.1. De combinatie heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen. Dat vloeit voort uit de aard ervan. De zaak is tijdig aangebracht. Op grond van artikel 2.127 Aw neemt de aanbestedende dienst een opschortende termijn van twintig dagen in acht voordat hij de met de gunningsbeslissing beoogde overeenkomst sluit. In Gunningsbeslissing II staat dat Drechtsteden vanwege de feestdagen heeft besloten om die termijn vanaf 5 tot en met 26 januari 2026 te laten lopen. Bij brief van 23 januari 2026 heeft Drechtsteden de termijn met twee dagen verlengd tot en met 28 januari 2026. De Combinatie heeft dit kort geding voor het verstrijken van de termijn aanhangig gemaakt om te voorkomen dat Drechtsteden de opdracht definitief aan NewBees gunt. voorwaarde in paragraaf 4.2 is niet disproportioneel 4.2. De kernvraag die partijen verdeeld houdt is of in geval van inschrijving door een combinatie de combinanten elk afzonderlijk aan de referentie-eis voor de uitgevraagde kerncompetentie moeten voldoen. Drechtsteden beantwoordt die vraag inmiddels bevestigend en beroept zich daarbij op paragraaf 4.2 van de Aanbestedingsleidraad. NewBees onderschrijft het standpunt van Drechtsteden. De combinatie stelt dat de voorwaarde dat beide combinanten aan de referentie-eis moeten voldoen haaks staat op het principe van combinatievorming en getuigt van een onjuiste toepassing van het aanbestedingsrecht. Daarnaast was ook Drechtsteden aanvankelijk van mening dat het voldoende was als één van de combinanten aan de referentie-eis voldeed. 4.3. Vooropgesteld wordt dat bij combinatievorming twee of meer partijen gezamenlijk inschrijven op een opdracht. Het idee daarachter is dat ondernemingen die niet in staat zijn om een opdracht alleen uit te voeren, bijvoorbeeld omdat zij niet over de vereiste bekwaamheden beschikken, de krachten bundelen. Op die manier kunnen zij toch Weliswaar hebben Sosytraining en [eiseres 2] toegelicht dat zij elk een andere rol vervullen, maar zoals NewBees en Drechtsteden terecht hebben aangegeven is de precieze rolverdeling tussen de combinanten niet zo duidelijk dat de referentie-eis, die immers ziet op de ervaring met een andere, soortgelijke opdracht en in die zin algemeen van aard is, voor [eiseres 2] zonder belang is. beroep op rechtsverwerking 4.5.1. Gelet op het vorenstaande wordt aan het beroep op rechtsverwerking niet toegekomen. Nu de combinatie ervan uitging dat bij haar inschrijving maar één referentie hoefde te worden ingediend is dat te wijten aan onzorgvuldig lezen aan haar zijde. 4.5.2. Opmerking verdient wel het volgende. De combinatie noemt terecht dat Drechtsteden aanvankelijk ook meenden dat in geval van combinatievorming één referentie volstond. Pas na de brief van mr. Juttmann van 11 december 2025 (zie 2.12.) hebben Drechtsteden een ander standpunt ingenomen. Daargelaten of dit inzicht is ontstaan door eigen nadere recherche of door die brief, dit is een aspect dat Drechtsteden terecht zelf ook als ongelukkig erkennen. Zij hebben na die ontdekking echter terecht het gelijkheidsbeginsel, dat meebrengt dat zij zich hebben te houden aan de duidelijke tekst waarvan alle inschrijvers zijn uitgegaan, de doorslag laten geven en de inschrijvingen opnieuw bezien. 4.6. Omdat de Combinatie inmiddels wel een tweede referentie, die van [eiseres 2] , heeft ingediend dienden Drechtsteden nog wel te beoordelen of daarmee aan de Combinatie alsnog de opdracht gegund moest worden. Dat is niet zo. Die referentie voldoet niet omdat de periode van 1 juli 2024 tot 1 maart 2025 niet voldoet aan de eis dat van het referentieproject tenminste 12 maanden in de drie jaar voorafgaand aan de aanbesteding moet liggen. Dat betekent dat de overige geschilpunten die zien op de inhoud van de referenties belang missen en dus geen bespreking behoeven. 4.7. Het vorenstaande leidt ertoe dat de vorderingen worden afgewezen. NewBees krijgt geen inzage in referentieverklaring Sosytraining 4.8.1. NewBees heeft de voorzieningenrechter erop gewezen dat in geval van toewijzing van de primaire vordering van de combinatie door Drechtsteden een nieuwe gunningsbeslissing dient te worden genomen, waartegen NewBees in rechte op kan komen. Om een nieuw kort geding te voorkomen, heeft NewBees de deugdelijkheid van de referentie van Sosytraining in dit kort geding ter beoordeling voorgelegd. Nu de vorderingen van de combinatie worden afgewezen komt de voorzieningenrechter hieraan niet toe, met de kanttekening dat voorshands het uitgangspunt dat NewBees in het andere geval opnieuw in rechte had kunnen opkomen bepaald niet vanzelf spreekt. 4.8.2. Nu het de ter zitting herhaalde bedoeling van Drechtsteden is om de opdracht aan haar te gunnen heeft NewBees geen belang bij toewijzing van haar vordering op dat punt, zodat deze wordt afgewezen. Proceskosten 4.9. De Combinatie is in het ongelijk gesteld en wordt daarom veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van Drechtsteden en NewBees. De proceskosten aan de zijde van Drechtsteden worden begroot op: - griffierecht € 735,00 - salaris advocaat € 1.107,00 (tarief gemiddeld complexe zaak) Totaal € 1.912,00. 4.10. De proceskosten aan de zijde van NewBees worden begroot op: - griffierecht € 734,00 - salaris advocaat € 1.107,00 (tarief gemiddeld complexe zaak) - nakosten € 189,00 Totaal € 2.101,00 4.11. Omdat er geen verweer is gevoerd tegen de gevorderde tussenkomst, is er geen aanleiding voor een (aparte) kostenveroordeling in het incident. In het incident draagt iedere partij de eigen kosten. 5 De beslissing De voorzieningenrechter in het incident 5.1. compenseert de proceskosten in het incident tot tussenkomst aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt, in de hoofdzaak 5.2. wijst de vorderingen van de Combi