Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-02-12
ECLI:NL:RBROT:2026:5560
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
4,075 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:5560 text/xml public 2026-05-18T08:19:18 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-12 C/10/714619 / FA RK 26-1049 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5560 text/html public 2026-05-18T08:18:34 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5560 Rechtbank Rotterdam , 12-02-2026 / C/10/714619 / FA RK 26-1049 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Wijziging zorgmachtiging. Artikel 8:12 Wvggz. Toegewezen. Een aanvullende medische verklaring waarin niet staat wat tussen de onafhankelijk psychiater en betrokkene is besproken, moet volgens de rechtbank niet tot gevolg hebben dat het verzoek tot een wijziging van de zorgmachtiging afgewezen moet worden. RECHTBANK ROTTERDAM Team familie Zaak-/rekestnummer: C/10/714619 / FA RK 26-1049 Referentienummer: [nummer] Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 12 februari 2026 betreffende een wijziging van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) op verzoek van: de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier, met betrekking tot: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1990, [geboorteplaats] , hierna: betrokkene, wonende te [woonplaats] , op dit moment verblijvende in [naam GGZ-instelling] , [afdeling] te [plaats] , advocaat mr. L.A. Middelkoop te Rotterdam. 1 Procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 9 februari 2026. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: de medische verklaring van 5 februari 2026; het zorgplan van 4 februari 2026; de aanvraag van de zorgverantwoordelijke van 4 februari 2026; het advies van de geneesheer-directeur van 6 februari 2026; de bestaande zorgmachtiging met de stukken die daaraan ten grondslag hebben gelegen. 1.2. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 februari 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen: betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat; [persoon A] , psychiater, verbonden aan Antes. 1.3. De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte. 2 Beoordeling 2.1. Ten aanzien van betrokkene is op 30 december 2025 een zorgmachtiging afgegeven. Daarbij is bepaald dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen: het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken. 2.2. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, die door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz. Uit de overlegde stukken blijkt dat betrokkene recent naar Marokko is vertrokken, zonder dat zijn familie en de behandelaren hiervan op hoogte waren. Voorafgaand hieraan zou betrokkene zich hebben onttrokken aan de behandeling en medicatie. Ook heeft betrokkene zijn relatie verbroken, nadat er meerdere conflicten in huis hebben plaatsgevonden. In verband met huiselijk geweld is Veilig Thuis betrokkene geraakt en zijn de partner en kinderen van betrokkene in een opvang geplaatst. Daarbij is de woning van betrokkene onbruikbaar verklaard wegens een brand. Tijdens het verblijf in Marokko is betrokkene regelmatig dreigend geweest. Betrokkene is met veel moeite terug naar Nederland gekomen, alwaar hij door zijn behandelaren is beoordeeld en aangemeld voor een opname. Bij opname was betrokkene tevens dreigend en agressief, waarna het ter waarborging van de veiligheid voor betrokkene zelf en zijn omgeving noodzakelijk was om hem meermaals te separeren. De psychiater verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat betrokkene in eerste instantie vrijwillig is opgenomen. Bij betrokkene was echter al snel sprake van agitatie en hij was niet goed begeleidbaar, waardoor insluiting noodzakelijk was. Betrokkene heeft enkele dagen in de EBK verbleven en afgelopen week heeft opnieuw een kortdurende plaatsing in de EBK plaatsgevonden. Ook was betrokkene afgelopen nacht agressief en heeft hij geprobeerd een deur kapot te maken, omdat hij ’s nachts wilde roken. 2.3. Teneinde deze noodsituatie af te wenden, heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast: het beperken van de bewegingsvrijheid; het insluiten; het uitoefenen van toezicht op betrokkene; het opnemen in een accommodatie. 2.4. Gebleken is dat deze vormen van zorg, die niet zijn opgenomen in de zorgmachtiging, ook na verloop van drie dagen moeten worden voortgezet. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, het advies van de geneesheer-directeur en het zorgplan. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. 2.4.1. Namens betrokkene wordt primair afwijzing van het verzoek bepleit, omdat de aanvullende medische verklaring niet aan de eisen van de Wvggz voldoet waardoor een wijziging van de zorgmachtiging niet gebaseerd mag worden op deze medische verklaring. De advocaat voert aan dat de onafhankelijke psychiater, die betrokkene ten aanzien van de zorgmachtiging heeft beoordeeld, geen persoonlijk onderzoek heeft gedaan. Tijdens de mondelinge behandeling is vervolgens besproken of de medische verklaring aan de eisen van de Wvggz voldoet. Nu is een aanvullende medische verklaring opgesteld. Uit jurisprudentie blijkt dat de medische verklaring een essentieel waarborgdocument is. De onafhankelijke psychiater moet betrokkene (zo mogelijk) gezien en gesproken hebben en uit de medische verklaring moet blijken wat met betrokkene besproken is. Aan deze eis wordt niet voldaan. De onafhankelijk psychiater heeft betrokkene immers op 5 februari 2026 gesproken, maar in de aanvullende medische verklaring staat niet wat met betrokkene besproken is. Hierdoor is ook niet duidelijk of de onafhankelijk psychiater zijn visie voldoende baseert op hetgeen met betrokkene besproken is. In de medische verklaring wordt alleen verwezen naar informatie van de behandelaar en familie. De advocaat bepleit subsidiair namens betrokkene dat een langere opname niet nodig is en insluiting niet meer voorzienbaar is. De advocaat voert aan dat betrokkene is ontregeld nadat hij in oktober 2025 gestopt is met depotmedicatie. Er hebben wat ‘life-events’ plaatsgevonden waar onrust uit kan ontstaan. Betrokkene ziet zelf in dat hij daardoor rust nodig had. Momenteel gaat het beter met betrokkene mede dankzij depotmedicatie. Betrokkene wil op basis van de huidige zorgmachtiging doorgaan met medicatie en ambulante behandeling. Betrokkene is niet bereid om vrijwillig in de instelling te blijven. Nu betrokkene depotmedicatie accepteert en goed in contact staat met behandelaren is insluiten niet voorzienbaar. Betrokkene is recent drie uur ingesloten, wat ook op basis van noodwetgeving kan. 2.4.2. De rechtbank verwerpt deze verweren en overweegt als volgt. Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene is beoordeeld door een onafhankelijk psychiater en op basis daarvan is opgenomen en tijdelijk ingesloten is geweest. Er is een geldende zorgmachtiging waarop nu een wijziging/aanvulling wordt gevraagd. Dat in de aanvullende medische verklaring niet staat wat tussen de onafhankelijk psychiater en betrokkene is besproken, moet volgens de rechtbank dan ook niet tot gevolg hebben dat het verzoek tot een wijziging van de zorgmachtiging afgewezen moet worden. De psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat een langere opname nog nodig is en dat de insluitingszorgvormen nog voorzienbaar zijn.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:5560 text/xml public 2026-05-18T08:19:18 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-12 C/10/714619 / FA RK 26-1049 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5560 text/html public 2026-05-18T08:18:34 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5560 Rechtbank Rotterdam , 12-02-2026 / C/10/714619 / FA RK 26-1049 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Wijziging zorgmachtiging. Artikel 8:12 Wvggz. Toegewezen. Een aanvullende medische verklaring waarin niet staat wat tussen de onafhankelijk psychiater en betrokkene is besproken, moet volgens de rechtbank niet tot gevolg hebben dat het verzoek tot een wijziging van de zorgmachtiging afgewezen moet worden. RECHTBANK ROTTERDAM Team familie Zaak-/rekestnummer: C/10/714619 / FA RK 26-1049 Referentienummer: [nummer] Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 12 februari 2026 betreffende een wijziging van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) op verzoek van: de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier, met betrekking tot: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1990, [geboorteplaats] , hierna: betrokkene, wonende te [woonplaats] , op dit moment verblijvende in [naam GGZ-instelling] , [afdeling] te [plaats] , advocaat mr. L.A. Middelkoop te Rotterdam. 1 Procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 9 februari 2026. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: de medische verklaring van 5 februari 2026; het zorgplan van 4 februari 2026; de aanvraag van de zorgverantwoordelijke van 4 februari 2026; het advies van de geneesheer-directeur van 6 februari 2026; de bestaande zorgmachtiging met de stukken die daaraan ten grondslag hebben gelegen. 1.2. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 februari 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen: betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat; [persoon A] , psychiater, verbonden aan Antes. 1.3. De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte. 2 Beoordeling 2.1. Ten aanzien van betrokkene is op 30 december 2025 een zorgmachtiging afgegeven. Daarbij is bepaald dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen: het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken. 2.2. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, die door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz. Uit de overlegde stukken blijkt dat betrokkene recent naar Marokko is vertrokken, zonder dat zijn familie en de behandelaren hiervan op hoogte waren. Voorafgaand hieraan zou betrokkene zich hebben onttrokken aan de behandeling en medicatie. Ook heeft betrokkene zijn relatie verbroken, nadat er meerdere conflicten in huis hebben plaatsgevonden. In verband met huiselijk geweld is Veilig Thuis betrokkene geraakt en zijn de partner en kinderen van betrokkene in een opvang geplaatst. Daarbij is de woning van betrokkene onbruikbaar verklaard wegens een brand. Tijdens het verblijf in Marokko is betrokkene regelmatig dreigend geweest. Betrokkene is met veel moeite terug naar Nederland gekomen, alwaar hij door zijn behandelaren is beoordeeld en aangemeld voor een opname. Bij opname was betrokkene tevens dreigend en agressief, waarna het ter waarborging van de veiligheid voor betrokkene zelf en zijn omgeving noodzakelijk was om hem meermaals te separeren. De psychiater verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat betrokkene in eerste instantie vrijwillig is opgenomen. Bij betrokkene was echter al snel sprake van agitatie en hij was niet goed begeleidbaar, waardoor insluiting noodzakelijk was. Betrokkene heeft enkele dagen in de EBK verbleven en afgelopen week heeft opnieuw een kortdurende plaatsing in de EBK plaatsgevonden. Ook was betrokkene afgelopen nacht agressief en heeft hij geprobeerd een deur kapot te maken, omdat hij ’s nachts wilde roken. 2.3. Teneinde deze noodsituatie af te wenden, heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast: het beperken van de bewegingsvrijheid; het insluiten; het uitoefenen van toezicht op betrokkene; het opnemen in een accommodatie. 2.4. Gebleken is dat deze vormen van zorg, die niet zijn opgenomen in de zorgmachtiging, ook na verloop van drie dagen moeten worden voortgezet. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, het advies van de geneesheer-directeur en het zorgplan. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. 2.4.1. Namens betrokkene wordt primair afwijzing van het verzoek bepleit, omdat de aanvullende medische verklaring niet aan de eisen van de Wvggz voldoet waardoor een wijziging van de zorgmachtiging niet gebaseerd mag worden op deze medische verklaring. De advocaat voert aan dat de onafhankelijke psychiater, die betrokkene ten aanzien van de zorgmachtiging heeft beoordeeld, geen persoonlijk onderzoek heeft gedaan. Tijdens de mondelinge behandeling is vervolgens besproken of de medische verklaring aan de eisen van de Wvggz voldoet. Nu is een aanvullende medische verklaring opgesteld. Uit jurisprudentie blijkt dat de medische verklaring een essentieel waarborgdocument is. De onafhankelijke psychiater moet betrokkene (zo mogelijk) gezien en gesproken hebben en uit de medische verklaring moet blijken wat met betrokkene besproken is. Aan deze eis wordt niet voldaan. De onafhankelijk psychiater heeft betrokkene immers op 5 februari 2026 gesproken, maar in de aanvullende medische verklaring staat niet wat met betrokkene besproken is. Hierdoor is ook niet duidelijk of de onafhankelijk psychiater zijn visie voldoende baseert op hetgeen met betrokkene besproken is. In de medische verklaring wordt alleen verwezen naar informatie van de behandelaar en familie. De advocaat bepleit subsidiair namens betrokkene dat een langere opname niet nodig is en insluiting niet meer voorzienbaar is. De advocaat voert aan dat betrokkene is ontregeld nadat hij in oktober 2025 gestopt is met depotmedicatie. Er hebben wat ‘life-events’ plaatsgevonden waar onrust uit kan ontstaan. Betrokkene ziet zelf in dat hij daardoor rust nodig had. Momenteel gaat het beter met betrokkene mede dankzij depotmedicatie. Betrokkene wil op basis van de huidige zorgmachtiging doorgaan met medicatie en ambulante behandeling. Betrokkene is niet bereid om vrijwillig in de instelling te blijven. Nu betrokkene depotmedicatie accepteert en goed in contact staat met behandelaren is insluiten niet voorzienbaar. Betrokkene is recent drie uur ingesloten, wat ook op basis van noodwetgeving kan. 2.4.2. De rechtbank verwerpt deze verweren en overweegt als volgt. Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene is beoordeeld door een onafhankelijk psychiater en op basis daarvan is opgenomen en tijdelijk ingesloten is geweest. Er is een geldende zorgmachtiging waarop nu een wijziging/aanvulling wordt gevraagd. Dat in de aanvullende medische verklaring niet staat wat tussen de onafhankelijk psychiater en betrokkene is besproken, moet volgens de rechtbank dan ook niet tot gevolg hebben dat het verzoek tot een wijziging van de zorgmachtiging afgewezen moet worden. De psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat een langere opname nog nodig is en dat de insluitingszorgvormen nog voorzienbaar zijn.