Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-01-21
ECLI:NL:RBROT:2026:540
RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/692168 / HA ZA 25-25 Vonnis van 21 januari 2026 in de zaak van 1 [eiser 1], wonende te te Oegstgeest,2. [eiser 2] , wonende te Oestgeest,3. [eiser 3] , wonende te Oegstgeest,4. [eiser 4] , wonende te Oegstgeest,5. [eiser 5] , wonende te Oegstgeest, 6. [eiser 6], wonende te Oegstgeest, 7. [eiser 7], wonende te Oegstgeest, 8. [eiser 8], wonende te Oegstgeest, 9. [eiser 9], wonende te Oegstgeest, 10. [eiser 10], wonende te Oegstgeest, 11. [eiser 11], wonende te Oegstgeest, 12. [eiser 12], wonende te Oegstgeest, 13. [eiser 13], wonende te Oegstgeest, 14. [eiser 14], wonende te Oegstgeest, 15. [eiser 15], wonende te Oegstgeest, 16. [eiser 16], wonende te Oegstgeest, 17. [eiser 17], wonende te Oegstgeest, 18. [eiser 18], wonende te Oegstgeest, 19. [eiser 19], wonende te Oegstgeest, 20. [eiser 20], wonende te Oegstgeest, 21. [eiser 21], wonende te Oegstgeest, 22. [eiser 22], wonende te Oegstgeest, 23. [eiser 23], wonende te Oegstgeest, 24. [eiser 24], wonende te Oegstgeest, 25. [eiser 25], wonende te Oegstgeest, 26. [eiser 26], wonende te Oegstgeest, 27. [eiser 27], wonende te Oegstgeest, 28. [eiser 28], wonende te Oegstgeest, 29. [eiser 29], wonende te Oegstgeest, 30. [eiser 30], wonende te Oegstgeest, 31. [eiser 31], wonende te Oegstgeest, 32. [eiser 32], wonende te Oegstgeest, 33. [eiser 33], wonende te Oegstgeest, 34. [eiser 34], wonende te Oegstgeest, 35. [eiser 35], wonende te Oegstgeest, 36. [eiser 36], wonende te Oegstgeest, 37. [eiser 37], wonende te Oegstgeest, 38. [eiser 38], wonende te Oegstgeest, 39. [eiser 39], wonende te Oegstgeest, 40. [eiser 40], wonende te Oegstgeest, 41. [eiser 41], wonende te Oegstgeest, 42. [eiser 42], wonende te Oegstgeest, 43. [eiser 43], wonende te Oegstgeest, 44. [eiser 44], wonende te Oegstgeest, 45. [eiser 45], wonende te Oegstgeest, 46. [eiser 46], wonende te Oegstgeest, 47. [eiser 47], wonende te Oegstgeest, 48. [eiser 48], wonende te Oegstgeest, 49. [eiser 49], wonende te Oegstgeest, 50. [eiser 50], wonende te Oegstgeest, 51. [eiser 51], wonende te Oegstgeest, 52. [eiser 52], wonende te Oegstgeest, 53. [eiser 53], wonende te Oegstgeest, 54. [eiser 54], wonende te Oegstgeest, 55. [eiser 55], wonende te Oegstgeest, 56. [eiser 56], wonende te Oegstgeest, 57. [eiser 57], wonende te Oegstgeest, en 58. [eiser 58], wonende te Oegstgeest, eisers, hierna samen te noemen: [eisers], advocaat: mr. Y.A. Rampersad, tegen DURA VERMEER BOUW ZUID WEST B.V. , gevestigd te Rotterdam, gedaagde, hierna te noemen: Dura Vermeer, advocaat: mr. S. Engels. 1 De zaak in het kort 1.1. [eisers] en Dura Vermeer hebben aanneemovereenkomsten gesloten. Dura Vermeer heeft een nieuwbouwwijk gerealiseerd. [eisers] zijn allen eigenaren van woningen in deze wijk, in totaal van 31 woningen. Na oplevering zijn in de woningen van [eisers] gebreken ontstaan in de vorm van ‘pop-outs’ in de betonnen wanden. Volgens [eisers] zijn de gebreken het gevolg van vervuild beton en is Dura Vermeer hiervoor aansprakelijk. Zij hebben Dura Vermeer gevraagd om herstel van de gebreken. Dura Vermeer wijst aansprakelijkheid af. [eisers] stellen zich op het standpunt dat zij schade lijden als gevolg van de pop-outs omdat zij (steeds) de muren moeten herstellen. [eisers] vorderen nu vervangende schadevergoeding van Dura Vermeer. Ook willen zij een voorschot op de schadevergoeding. De rechtbank oordeelt dat Dura Vermeer aansprakelijk is en verwijst de zaak naar de schadestaatprocedure voor de begroting van de schade. De rechtbank wijst geen voorschot toe. Hierna wordt uitgelegd waarom. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, met producties 1-22;- de conclusie van antwoord, met producties 1-7;- de brief van de rechtbank van 31 maart 2025 waarin een mondelinge behandeling is bepaald op 23 september 2025; - de email van de rechtbank van 20 augustus 2025 met een zittingsagenda voor de mondelinge behandeling; - - de twee brieven van [eisers] van 11 september tenzij de woning of enig onderdeel daarvan een verborgen gebrek bevat en aan de ondernemer van zodanig verborgen gebrek binnen bekwame tijd na de ontdekking mededeling is gedaan; d. onverminderd de aansprakelijkheid van de ondernemer ingevolge de SWK Garantie en waarborgregeling. 3. Een gebrek is slechts als ernstig gebrek als bedoeld in lid 2 van dit artikel onder b aan te merken indien het de hechtheid van de constructie of een wezenlijk onderdeel daarvan aantast of in gevaar brengt, hetzij de woning ongeschikt maakt voor zijn bestemming. 4. Een gebrek als bedoeld in lid 2 van dit artikel onder c, is slechts dan als verborgen gebrek aan te merken, indien het door de verkrijger redelijkerwijs niet eerder dan het tijdstip van de ontdekking onderkend had kunnen worden. 5. De rechtsvordering uit hoofde van een ernstig gebrek is niet ontvankelijk, indien zij wordt ingesteld na verloop van twintig jaren na de in het eerste lid van dit artikel genoemde periode. 6. De rechtsvordering uit hoofde van een verborgen gebrek is niet ontvankelijk, indien zij wordt ingesteld na verloop van vijfjaren na de in het eerste lid van dit artikel genoemde periode, onverminderd het bepaalde in lid 5 van dit artikel. 7. Indien de in lid 6 genoemde termijn verstrijkt a. tussen het moment dat de klacht schriftelijk of anderszins aantoonbaar aan de ondernemer is gemeld, en het tijdstip waarop de ondernemer schriftelijk mededeelt aan de verkrijger dat hij de klacht als afgehandeld beschouwt, dan wel b. binnen vier maanden na het tijdstip waarop de ondernemer schriftelijk mededeelt aan de verkrijger dat hij de klacht als afgehandeld beschouwt, is de rechtsvordering met terzijdestelling van het daaromtrent in lid 6 bepaalde niet ontvankelijk als zij wordt ingesteld na vier maanden na de dag waarop de ondernemer de hierboven bedoelde mededeling heeft gedaan. 3.5. In de Garantieregeling SWK staat onder andere: Garantie, garantienormen en garantietermijn Artikel 6 6.1 De ondernemer garandeert aan de garantiegerechtigde, dat het huis of privégedeelte en de gemeenschappelijke gedeelten van het gebouw zullen voldoen aan de hierna genoemde SWK garantienormen. 6.2 Gegarandeerd wordt, dat de toegepaste constructies, materialen, onderdelen en de installaties, onder redelijkerwijs te voorziene externe omstandigheden deugdelijk zijn en bruikbaar voor het doel waarvoor ze zijn bestemd; een en ander voor zover in deze regeling ter zake geen beperkingen zijn opgenomen. (…) 6.5 In het bij deze regeling behorende Garantiesupplement zijn de SWK garantietermijnen voor verschillende onderdelen van het huis, het privégedeelte c.q. de gemeenschappelijke gedeelten van het gebouw en uitsluitingen van de SWK garantie (Module I), alsmede de eventuele aanvullende garantievoorwaarden (Module II), opgenomen. (…) Verzoek tot herstel Artikel 8 8.1 De garantiegerechtigde dient zo spoedig mogelijk na ontdekking van een (technisch)gebrek dat onder de SWK garantie valt de ondernemer daarvan schriftelijk en binnen de toepasselijke SWK garantietermijn op de hoogte te stellen met het verzoek om tot herstel over te gaan. Binnen uiterlijk vier weken na het verzoek tot herstel van de garantiegerechtigde deelt de ondernemer schriftelijk aan de garantiegerechtigde mede of hij het gebrek onder SWK garantie erkent en welke herstelwerkzaamheden hij gaat verrichten. De garantiegerechtigde zal de ondernemer toelaten om onderzoek naar de gesignaleerde gebreken te verrichten. Indien de ondernemer het gebrek onder garantie erkent zal hij de herstelwerkzaamheden vervolgens binnen vier weken na deze schriftelijke mededeling uitvoeren. De ondernemer is (behoudens overmacht, vakantiesluiting of weersomstandigheden) in verzuim indien hij deze verplichtingen niet of niet tijdig nakomt. De garantiegerechtigde is verplicht de benodigde medewerking te verlenen aan de ondernemer bij het (doen) uitvoeren van de herstelwerkzaamheden. (…) Geschillen tussen garantiegerechtigde en ondernemer Artikel 10 (…) 10.3 De rechts In een van e-mail van 7 juli 2023 schrijft Dura Vermeer onder andere: (…) Uit de reacties is verder gebleken dat er nog vragen zijn over de oorzaak van de pop-outs. Op basis van een reeds in 2020 verricht onafhankelijk onderzoek van SGS Intron B.V. is gebleken dat de pop-outs worden veroorzaakt door verontreinigd vliegas (…). Als bijlage bij het bericht wordt een verslag van Geleen Beton bijgevoegd met als onderwerp: “Eindrapportage proefopzet herstelvarianten pop-outs”, gedateerd op november 2022. 3.13. Op 4, 19 respectievelijk 20 juli 2023 stellen [eisers] Dura Vermeer aansprakelijk op grond van een toerekenbare tekortkoming en eisen zij herstel en schadevergoeding. 3.14. Op 21 augustus 2023 wijst Dura Vermeer aansprakelijkheid af. Wel geeft zij aan bereid te zijn om uit coulance een schadevergoeding aan te bieden. 3.15. Op 18 maart 2024 delen [eisers] de uitkomsten van het onderzoek door de door hen ingeschakelde deskundige met Dura Vermeer. Zij delen de door hen gemaakte begroting van de herstelkosten en sommeren Dura Vermeer om over te gaan tot herstel van de gebreken en tot vergoeding van de kosten voor het deskundigenonderzoek. 3.16. Op 8 april 2024 wijst Dura Vermeer nogmaals aansprakelijkheid af. [eisers] hebben bij dagvaarding hun (nakomings)vordering tot herstel omgezet in een vordering tot vergoeding van vervangende schadevergoeding. 4 Het geschil 4.1. [eisers] vorderen na eiswijziging ter zitting (rechtbank: een verduidelijking van de verhouding tussen de primaire vorderingen (I, II en III) en subsidiaire vordering (IV)), samengevat, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: I een verklaring voor recht dat Dura Vermeer jegens [eisers] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomsten; en II Dura Vermeer te veroordelen tot betaling van herstelkosten die nodig zijn om het werk alsnog in overeenstemming te brengen met de eisen van goed en deugdelijk werk, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; III Dura Vermeer te veroordelen tot betaling van de schade die [eisers] lijden als gevolg van de vermindering van m2 woonoppervlak als gevolg van de herstelwerkzaamheden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; ofwel, (in plaats van II en III) IV Dura Vermeer te veroordelen tot betaling van een bedrag gelijk aan de waardevermindering die het gevolg is van de tekortkoming, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; en in ieder geval ,V Dura Vermeer te veroordelen tot betaling van een voorschot te begroten op € 45.000,- per woning, vermeerderd met de wettelijke rente van de datum dagvaarding tot en met de dag van algehele voldoening; VI Dura Vermeer te veroordelen tot betaling van de kosten ter vaststelling van de schade ad € 14.108,63, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening; VII Dura Vermeer te veroordelen tot betaling van de kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte conform staffel BIK; VIII Dura Vermeer te veroordelen in de kosten van deze procedure. 4.2. Dura Vermeer voert verweer. Dura Vermeer concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers], dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure. 5. De beoordeling De stellingen en verweren van partijen 5.1. [eisers] baseren hun vorderingen op een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de aannemingsovereenkomst. Volgens [eisers] voldoen de wanden niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk omdat er na oplevering pop-outs in de wanden zijn ontstaan. Volgens hen zijn de pop-outs het gevolg van minderwaardig materiaal of ondeugdelijk materiaal. Hierdoor schiet Dura Vermeer tekort in haar verplichtingen op grond van de Algemene Voorwaarden SWK en de Garantieregeling SWK. [eisers] hebben hun aanvankelijke stelling dat sprake is van een (ernstig) gebrek in de constructie niet gehandhaafd. [eisers] hebben Dura Vermeer gevraag [eisers] zijn ontvankelijk en de vorderingen niet verjaard 5.6. Volgens Dura Vermeer zijn eisers niet ontvankelijk omdat zij niet, of te laat hebben geklaagd, althans moeten de vorderingen worden afgewezen omdat sprake is van verjaring. Dura Vermeer beroept zich hiervoor op artikel 6:89 BW, artikel 15 lid 6 van de Algemene Voorwaarden SKW, artikel 10.3 garantieregeling SWK en op artikel 7:761 BW. 5.7. De rechtbank oordeelt dat eisers ontvankelijk zijn en dat van verval of verjaring geen sprake is. Zij licht dat toe 5.8. In de contractuele voorwaarden zijn specifieke bepalingen opgenomen die zien op de ontvankelijkheid van eisers ingeval van niet tijdig klagen of het niet tijdig instellen van een rechtsvordering (vgl. artikel 15 lid 6 Algemene Voorwaarden SWK en artikel 10.3 Garantieregeling SWK). De rechtbank kwalificeert de contractuele regelingen daarom als een nadere invulling van de toepassing van artikel 6:89 BW en zal aan die contractuele bepalingen toetsen. 5.9. Volgens Dura Vermeer zijn eisers niet ontvankelijk omdat de vijfjaarstermijn van artikel 15 lid 6 Algemene Voorwaarden SWK, van toepassing bij verborgen gebreken, is overschreden omdat er niet voor mei 2024 (uitgaande van een laatste oplevering in november 2018) is gedagvaard. Volgens haar is hooguit sprake van een verborgen gebrek en niet van een ernstig gebrek (met een termijn van 20 jaar) als bedoeld in die bepaling. Wat betreft haar beroep op artikel 10.3 Garantieregeling SWK, stelt Dura Vermeer dat slechts drie eisers gedurende de garantieperiode (van zes jaar, ingaande drie maanden na oplevering) daadwerkelijk een verzoek tot herstel bij Dura Vermeer hebben ingediend. Omdat de overige eisers geen herstelverzoek zouden hebben gedaan, zijn zij niet ontvankelijk, aldus Dura Vermeer. Op grond van artikel 7:761 lid 1 BW zijn de rechtsvorderingen bovendien verjaard omdat “veel klachten” dateren van 2020/begin 2021 en de dagvaarding niet binnen twee jaar nadien is uitgebracht, maar pas in december 2024 5.10. De rechtbank stelt allereerst voorop dat zij het met Dura Vermeer eens is dat de pop-outs niet kwalificeren als een ernstig gebrek in de zin van artikel 15 Algemene Voorwaarden SWK (en daarom niet de termijn van 20 jaar geldt). Dat de constructie van de woningen is aangetast door de pop-outs is niet gebleken en ook anderszins is niet komen vast te staan dat sprake is van een ernstig gebrek. Als er een gebrek is, is dat een verborgen gebrek. 5.11. Bij de beoordeling van het beroep op verval en verjaring is van belang dat Dura Vermeer ter gelegenheid van de mondelinge behandeling desgevraagd heeft erkend dat zij pas in haar conclusie van antwoord van februari 2025 voor het eerst een beroep heeft gedaan op verval van recht en verjaring. Dat heeft zij gedurende de daaraan voorafgaande contacten met eisers niet gedaan. 5.12. Vaststaat dat Dura Vermeer door een aantal eisers in 2020 en 2021 al op de hoogte is gesteld van de pop-out problematiek en dat Dura Vermeer naar aanleiding daarvan ook actie heeft ondernomen. Zij heeft ter zitting verklaard dat zij, mede naar aanleiding van die klachten, in maart 2023, samen met Geleen Beton, bij een groot aantal woningen is langsgegaan om de pop-out problematiek te bekijken en te beoordelen. Naar aanleiding van die bezoeken heeft Dura Vermeer vervolgens in juni 2023 de betreffende eigenaren geschreven niet over te zullen gaan tot herstel van de pop-outs, maar hen (individuele) vergoedingen aan te bieden (tegen finale kwijting). De vergoedingen waren afhankelijk van de mate waarin de pop-outs tijdens de huisbezoeken waren aangetroffen en varieerden tussen de € 1.800,00 en € 4.900,00 (vgl. productie 1 Dura Vermeer). Ter zitting is door Dura Vermeer verklaard dat zij deze financiële compensatie heeft aangeboden aan alle eigenaren van de woningen die zij in maart 2023 met Geleen Beton heeft bezocht. Uit het door Dura Vermeer overgelegde overzicht (productie 1) volgt dat dit alle eisers betrof, met uitzondering van de onder 3.10 De verjaringstermijn is daarom op zijn vroegst in juni 2023 gaan lopen omdat pas toen uit de correspondentie van Dura Vermeer viel af te leiden dat zij niet over zou gaan tot herstel. De dagvaarding van december 2024 is daarom tijdig uitgebracht, zodat de vorderingen niet zijn verjaard. Dura Vermeer is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst 5.17. [eisers] hebben een verklaring voor recht gevorderd dat Dura Vermeer toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst, in het bijzonder de verplichting om een vlakke en gladde wand op te leveren, met de garantie dat de toegepaste materialen deugdelijk zijn. 5.18. Ter onderbouwing van het bestaan van die verplichting verwijzen [eisers] naar artikel 6.2 Garantieregeling SWK (“ gegarandeerd wordt dat de … materialen … deugdelijk zijn ”), naar onderdeel 34 “Stucadoorswerk” van de Technische Omschrijving (“wanden voldoende vlak”) en meer in het algemeen naar de eisen van goed en deugdelijk werk. [eisers] stellen dat het voor de wanden gebruikte materiaal gebrekkig is door vervuiling en dat de wanden door de pop-outs niet voldoen aan genoemde eisen. Zij concluderen dat Dura Vermeer niet heeft geleverd wat is afgesproken en dus in de nakoming van haar verbintenissen toerekenbaar is tekortgeschoten. Volgens [eisers] is de tekortkoming toerekenbaar omdat de betreffende garantie is geschonden en ook omdat de verkeersopvattingen dat met zich brengen. [eisers] stellen dat deze tekortkoming voor alle eisers met betrekking tot hun woning geldt. Hoewel het aantal aangetaste wanden en de mate waarin de pop-outs voorkomen per woning en wand verschillen, geldt dat de tekortkoming in alle woningen in zodanige mate aanwezig is dat sprake is van een tekortkoming. 5.19. Volgens [eisers] lijden zij schade door deze tekortkoming. De pop-outs veroorzaken schilfers, putjes, bobbels en gaatjes in de wanden. Dit is een doorlopend proces, waarbij in de loop van de tijd steeds nieuwe pop-outs ontstaan. Volgens [eisers] volgt hieruit dat er niet alleen sprake is van esthetische schade, maar ook van materiële schade in de vorm van een (structurele) aantasting van de wanden zelf en van de afwerklagen (behang, stuc of verf). 5.20. Dura Vermeer erkent dat er sprake is van pop-outs in de woningen van [eisers] Volgens haar is er echter geen sprake van een tekortkoming omdat de toegepaste constructies en materialen deugdelijk en bruikbaar zijn voor het doel waarvoor ze bestemd zijn (namelijk: om als wand te dienen). Het gaat om natuurlijk materiaal en de pop-outs zijn een natuurlijk verschijnsel, aldus Dura Vermeer. Dit zijn slechts esthetische/uiterlijke onvolkomenheden die niet onder de algemene voorwaarden of de garantieregeling vallen. Dura Vermeer betwist ook dat er sprake is van schade en voert aan dat [eisers] de gestelde schade onvoldoende heeft onderbouwd. 5.21. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een tekortkoming aan de zijde van Dura Vermeer. In de Technische Omschrijving is opgenomen dat de wanden behangklaar worden afgewerkt. Dit wordt nader toegelicht als: “ dat de wanden voldoende vlak zijn, dat na het wegwerken van kleine oneffenheden een eenvoudig behang aangebracht kan worden ”. De wanden in de woningen van [eisers] voldoen hier als gevolg van de pop-outs niet aan zodat sprake is van een tekortkoming. Daarnaast is sprake van een schending van de garantie in artikel 6.2 Garantieregeling SWK omdat de gebruikte materialen op dit punt niet deugdelijk zijn. Die conclusie wordt niet anders indien in aanmerking wordt genomen dat de (eerste) pop-outs pas na enige tijd na de bouw ontstonden. 5.22. [eisers] hebben gesteld en met stukken onderbouwd dat de pop-outs in een zeer substantiële hoeveelheid voorkomen en dat deze door stucwerk, behang en verf heen ‘poppen’ en aldus de wandafwerking beschadigen. Uit de door haar overgelegde stukken blijkt dat het in deze mate en ernst voorkomen van pop-outs niet gebruikelijk is. Dit vindt steun in Zowel op basis van de schending van de in overweging 5.18 genoemde bepalingen in de Garantieregeling SWK en de Technische Omschrijving, maar ook op basis van de verkeersopvatting. 5.27. Uit het voorgaande volgt dat dat Dura Vermeer tegenover [eisers] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomsten vanwege de ontstane pop-outs in de woningen. De gevorderde verklaring voor recht zal met deze verduidelijking, zoals opgenomen in het dictum, worden toegewezen. [eisers] hebben recht op vervangende schadevergoeding 5.28. Voor wat betreft het bestaan van schade oordeelt de rechtbank dat Dura Vermeer haar betwisting onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd. [eisers] hebben het bestaan van schade als gevolg van de pop-outs onderbouwd, zo blijkt uit het SGS Intron rapport en de correspondentie van Geleen Beton voldoende dat de wandafwerking door de pop-outs wordt aangetast. Dura Vermeer erkent dat er sprake is van pop-outs en dat deze door de wandafwerking heen zichtbaar zijn. Daarmee staat voldoende vast dat er enige vorm van schade is welke zonder de tekortkoming niet zou bestaan. Dura Vermeer heeft in dit kader ook schadevergoeding aangeboden. [eisers] vorderen in rechte vervangende schadevergoeding. Zij stellen dat zij geen vertrouwen meer hebben in deugdelijk herstel door Dura Vermeer en dat zij daarom de verbintenis tot nakoming hebben omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding (in de zin van 6:87 BW). Zij waren hiertoe ook gerechtigd. Aan de voorwaarden voor vervangende schadevergoeding is voldaan. Er is geen sprake van eigen schuld of strijd met de redelijkheid en billijkheid 5.29. Dura Vermeer stelt dat, als [eisers] hun woningen in de eerste twee jaar na het in gebruik nemen zijn gaan stucen of behangen, er sprake is van eigen schuld. In de technische omschrijving wordt volgens Dura Vermeer altijd geadviseerd om de nieuwe woning veelvuldig te ventileren om aanwezig bouwvocht uit de woning te krijgen. Ook wordt gewaarschuwd dat het aanbrengen van wandafwerkingen direct na oplevering tot schade kan leiden doordat er bouwvocht opgesloten wordt tussen de wand en de wandafwerking. [eisers] betwisten dat er sprake is van eigen schuld, volgens hen zijn de pop-outs het gevolg van het gebruik van vervuild vliegas in het betonmengsel. Zij wijzen op het rapport van SGS Intron en op de brief van Geelen beton waarin ook melding gemaakt wordt van vervuild vliegas. 5.30. De rechtbank oordeelt dat het verweer van Dura Vermeer niet slaagt. Dura Vermeer heeft onvoldoende onderbouwd dat de pop-outs het gevolg zijn van enige wandafwerking die door [eisers] zijn aangebracht. Zij heeft niet toegelicht waarom opsluiting van het bouwvocht als (hoofd)oorzaak van de pop-outs dient te worden aangemerkt. Ook geeft zij geen verklaring voor het feit dat zij zelf [eisers] heeft geïnformeerd over de aanwezigheid van vervuild vliegas in het betonmengsel. Evenmin valt dit te rijmen met het feit dat in alle verschillende woningen dezelfde problematiek speelt. Het ligt niet voor de hand dat alle bewoners gelijktijdig, gelijksoortige wandafwerking hebben aangebracht. Tenslotte valt uit de technische omschrijving niet af te leiden dat Dura Vermeer [eisers] er op gewezen zou hebben dat zij gedurende twee jaar geen wandafwerking op de wanden zouden mogen aanbrengen. Overigens kan de stelling dat de bewoners van een nieuwbouwwoning één tot twee jaren moet wachten alvorens zij de (behangklare) wanden mogen afwerken, in zijn algemeenheid niet of nauwelijks serieus worden genomen. 5.31. Volgens Dura Vermeer is het beroep van [eisers] op vervangende schadevergoeding in strijd met de redelijkheid en billijkheid omdat er sprake is van buitenproportionele schadekosten bij de door [eisers] voorgestane oplossing die namelijk uitgaat van het plaatsen van houten wanden voor de wanden met de pop-outs, die vervolgens met gips bewerkt en afgewerkt moeten worden (vgl. onder 5.1 slot). [eisers] betwisten dat er op dit punt sprake is va Bij het vaststellen van vervangende schadevergoeding geldt dat de kosten voor herstel van de tekortkoming het uitgangspunt is, maar dit brengt nog niet met zich dat nu al vaststaat dat die herstelkosten ook de door [eisers] begrote herstelkosten zullen zijn. Het is aan de rechter in de schadestaatprocedure om te beoordelen in hoeverre de door [eisers] voorgestane oplossing in de rede ligt. Hierbij spelen proportionaliteit en de redelijkheid en billijkheid ook een rol. De waardevermindering van de betreffende woningen als gevolg van de pop-outs kan een factor zijn die meespeelt bij het invullen van wat die proportionaliteit en de redelijkheid en billijkheid in dit concrete geval inhoudt. Dat debat kan in de schadestaat worden gevoerd. Er wordt geen voorschot toegewezen 5.37. [eisers] vorderen een voorschot op de schadevergoeding van € 45.000,00 per woning. [eisers] achten een voorschot op de schadevergoeding passend, gelet op de schadebegrotingen en de daar nog bijkomende andere schadeposten.Dura Vermeer voert verweer. Zij betwist de hoogte van de door [eisers] begrote schade en vindt deze buitenproportioneel. 5.38. De rechtbank wijst geen voorschot op de schadevergoeding toe omdat zij nog geen beslissing neemt over de schadeposten en de begroting ervan. Hierdoor zijn er onvoldoende aanknopingspunten voor de vaststelling van de omvang van een eventueel voorschot. Los hiervan hebben [eisers] ook onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waarom een voorschot op dit moment noodzakelijk is. Kosten ter vaststelling van de schade 5.39. [eisers] vorderen vergoeding van expertisekosten. Deze kosten begroten zij op € 14.108,64 inclusief btw. Volgens [eisers] komen deze kosten voor vergoeding in aanmerking omdat het redelijke kosten zijn die noodzakelijk waren voor de vaststelling van de schade en van Dura Vermeer.Dura Vermeer voert verweer en betwist dat [eisers] kosten hebben gemaakt die voor vergoeding in aanmerking zouden komen. 5.40. Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW komen redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid voor vergoeding in aanmerking. Omdat Dura Vermeer jegens [eisers] aansprakelijk is op grond van een toerekenbare tekortkoming is er een grondslag voor de aansprakelijkheid van Dura Vermeer voor deze kosten. Hierbij geldt dat het zowel redelijk moet zijn dat er kosten worden gemaakt, als dat de hoogte van de kosten redelijk moet zijn. De rechtbank is van oordeel dat hier aan deze redelijkheidsmaatstaf is voldaan en wijst daarom de expertisekosten toe zoals gevorderd. Uit de door Dura Vermeer gedane onderzoeken is geen concrete herstelmogelijkheid gevolgd. Het lag in die situatie voor de hand dat eisers zelf onderzoek hebben laten doen naar de herstelmogelijkheden. Dat verwijzing naar de schadestaatprocedure wordt gevorderd maakt dit niet anders, omdat het ook dan redelijk is dat eisers een beeld willen hebben van de hoogte van de schade. De over dit bedrag gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarden (17 december 2024), zoals gevorderd. Incassokosten en proceskosten 5.41. [eisers] vorderen vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten “conform de staffel BIK”. De hoofdvordering van [eisers] valt echter niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Omdat [eisers] de incassowerkzaamheden niet hebben toegelicht en zij geen concreet bedrag hebben genoemd, kan de rechtbank op dit punt ook niets toetsen. Daarvoor hebben [eisers] te weinig gesteld. Dit onderdeel van de vordering zal dan ook worden afgewezen. 5.42. Dura Vermeer is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 139,42 - griffierecht € 1.374,00 - salaris advocaat € 5.428,00 (2 punten x € 2.714,00 tarief II*) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 7.119,42 (*