Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-04-14
ECLI:NL:RBROT:2026:5164
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,159 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:5164 text/xml public 2026-05-06T10:16:38 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-14 10/965101-16 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Rotterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5164 text/html public 2026-05-06T10:15:13 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5164 Rechtbank Rotterdam , 14-04-2026 / 10/965101-16 De rechtbank besluit het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk te verklaren in een zaak tegen een bedrijf, dat ervan werd verdacht een ambtenaar te hebben omgekocht in Jamaica. De rechtbank volgt de procesafspraken die het OM en de verdachte rechtspersoon hebben gemaakt over afdoening van dit feit. Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam Meervoudige kamer strafzaken Parketnummer: 10/965101-16 Datum zitting en uitspraak: 14 april 2026 Tegenspraak Verdachte: [verdachte rechtspersoon], gevestigd te [vestigingsland] en kantoorhoudende te [adres] . Advocaat van de verdachte: mrs. R. de Bree en Y.E.A. Buruma 1 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - een ambtenaar heeft omgekocht. De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat: hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 7 september 2006 te Amstelveen en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, en/of New York (Verenigde Staten van Amerika) en/of Jamaica en/of Londen (Verenigd Koninkrijk), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een ambtenaar, te weten [naam] in zijn hoedanigheid van minister (van Informatie en Ontwikkeling) van Jamaica, (telkens) één of meer gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en), te weten -zakelijk weergegeven-: één of meer girale geldbedrag(en) van (in totaal) circa 389.377,47 euro aan CCOC Association, althans enig(e) geldbedrag(en), althans enige gift en/of dienst, heeft gedaan en/of verleend en/of aangeboden, zulks 1° (telkens) met het oogmerk om die [naam] te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen en/of na te laten, en/of 2° (telkens) ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [naam] in zijn huidige of vroegere bediening, in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten, te weten (telkens) -zakelijk weergegeven-:- het laten ontstaan en/of in stand houden en/of onderhouden en/of verbeteren van een zodanige relatie tussen enerzijds die [naam] en anderzijds verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) dat die [naam] tegenover verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) niet meer zo neutraal en/of zo vrij en/of onbeïnvloed en/of onafhankelijk en/of objectief was/kon zijn bij het nemen van beslissingen in relatie tot verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) als in het geval dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), die gift(en) en/of belofte(n) niet had(den) gedaan en/of die dienst(en) niet had(den) verleend en/of aangeboden en/of die [naam] die gift(en) en/of belofte(n) en/of die dienst(en) niet had aangenomen, en/of- het geven van een voorkeursbehandeling aan hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen), en/of- het (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen). 2 Procesafspraken In april 2026 zijn tussen de officier van justitie en de verdediging procesafspraken (hierna ook: het afdoeningsvoorstel) gemaakt. Dit afdoeningsvoorstel houdt - samengevat - in dat de officier van justitie niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vervolging. Procespartijen hebben daarvoor de volgende overwegingen: de redelijke termijn voor opsporing en vervolging is (nu reeds) in zeer ernstige mate geschonden, terwijl het mogelijk nog vele jaren zal duren voordat het onderzoek ter terechtzitting kan worden afgerond; het is zeer aannemelijk dat in ieder geval niet alle getuigen meer gehoord kunnen gaan worden en de andere getuigenverhoren veel tijd zullen vergen; het is door het grote tijdsverloop de vraag in hoeverre er daarna nog sprake zal kunnen zijn van een fair trial , als bedoeld in artikel 6 EVRM; door het grote tijdsverloop is tevens de vraag gerechtvaardigd of verdere vervolging vanuit maatschappelijk oogpunt thans nog opportuun is. 3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie Vordering van de officier van justitie en standpunt van de verdediging De officier van justitie heeft gevorderd dat hij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. De verdediging heeft de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging bepleit. De officier van justitie en de verdediging hebben hierbij geen uitdrukkelijk onderbouwde standpunten ingenomen maar verwezen naar het door hen opgemaakte afdoeningsvoorstel. Oordeel van de rechtbank Afdoeningsvoorstel De rechtbank heeft het afdoeningsvoorstel beoordeeld aan de hand van de door de Hoge Raad gegeven aandachtspunten. Het afdoeningsvoorstel verhoudt zich tot deze aandachtspunten. Voor zover van belang merkt de rechtbank daarbij op dat: bij de totstandkoming van het afdoeningsvoorstel de verdachte rechtsbijstand heeft gehad; het afdoeningsvoorstel op de openbare zitting samengevat is voorgehouden; de verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en zich bewust van de rechtsgevolgen, heeft meegewerkt aan het afdoeningsvoorstel en het afstand doen van verdedigingsrechten en aldus - bij de totstandkoming van het afdoeningsvoorstel - is voldaan aan de eisen van een eerlijk proces. Redenen niet-ontvankelijkheid De officier van justitie zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging. Daarbij heeft de rechtbank oog voor en sluit zich aan bij de bij de overwegingen uit het afdoeningsvoorstel die hiervoor zijn aangehaald. 4 Beslissing De rechtbank: verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging. 5 Samenstelling rechtbank en ondertekening Dit vonnis is gewezen door: mr. J.H. Janssen, voorzitter, en mrs. C. Sikkel en W.J. de Veld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 14 april 2026. Hoge Raad 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:5164 text/xml public 2026-05-06T10:16:38 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-14 10/965101-16 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Rotterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5164 text/html public 2026-05-06T10:15:13 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5164 Rechtbank Rotterdam , 14-04-2026 / 10/965101-16 De rechtbank besluit het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk te verklaren in een zaak tegen een bedrijf, dat ervan werd verdacht een ambtenaar te hebben omgekocht in Jamaica. De rechtbank volgt de procesafspraken die het OM en de verdachte rechtspersoon hebben gemaakt over afdoening van dit feit. Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam Meervoudige kamer strafzaken Parketnummer: 10/965101-16 Datum zitting en uitspraak: 14 april 2026 Tegenspraak Verdachte: [verdachte rechtspersoon], gevestigd te [vestigingsland] en kantoorhoudende te [adres] . Advocaat van de verdachte: mrs. R. de Bree en Y.E.A. Buruma 1 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - een ambtenaar heeft omgekocht. De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat: hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 7 september 2006 te Amstelveen en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, en/of New York (Verenigde Staten van Amerika) en/of Jamaica en/of Londen (Verenigd Koninkrijk), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een ambtenaar, te weten [naam] in zijn hoedanigheid van minister (van Informatie en Ontwikkeling) van Jamaica, (telkens) één of meer gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en), te weten -zakelijk weergegeven-: één of meer girale geldbedrag(en) van (in totaal) circa 389.377,47 euro aan CCOC Association, althans enig(e) geldbedrag(en), althans enige gift en/of dienst, heeft gedaan en/of verleend en/of aangeboden, zulks 1° (telkens) met het oogmerk om die [naam] te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen en/of na te laten, en/of 2° (telkens) ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [naam] in zijn huidige of vroegere bediening, in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten, te weten (telkens) -zakelijk weergegeven-:- het laten ontstaan en/of in stand houden en/of onderhouden en/of verbeteren van een zodanige relatie tussen enerzijds die [naam] en anderzijds verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) dat die [naam] tegenover verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) niet meer zo neutraal en/of zo vrij en/of onbeïnvloed en/of onafhankelijk en/of objectief was/kon zijn bij het nemen van beslissingen in relatie tot verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) als in het geval dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), die gift(en) en/of belofte(n) niet had(den) gedaan en/of die dienst(en) niet had(den) verleend en/of aangeboden en/of die [naam] die gift(en) en/of belofte(n) en/of die dienst(en) niet had aangenomen, en/of- het geven van een voorkeursbehandeling aan hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen), en/of- het (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen). 2 Procesafspraken In april 2026 zijn tussen de officier van justitie en de verdediging procesafspraken (hierna ook: het afdoeningsvoorstel) gemaakt. Dit afdoeningsvoorstel houdt - samengevat - in dat de officier van justitie niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vervolging. Procespartijen hebben daarvoor de volgende overwegingen: de redelijke termijn voor opsporing en vervolging is (nu reeds) in zeer ernstige mate geschonden, terwijl het mogelijk nog vele jaren zal duren voordat het onderzoek ter terechtzitting kan worden afgerond; het is zeer aannemelijk dat in ieder geval niet alle getuigen meer gehoord kunnen gaan worden en de andere getuigenverhoren veel tijd zullen vergen; het is door het grote tijdsverloop de vraag in hoeverre er daarna nog sprake zal kunnen zijn van een fair trial , als bedoeld in artikel 6 EVRM; door het grote tijdsverloop is tevens de vraag gerechtvaardigd of verdere vervolging vanuit maatschappelijk oogpunt thans nog opportuun is. 3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie Vordering van de officier van justitie en standpunt van de verdediging De officier van justitie heeft gevorderd dat hij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. De verdediging heeft de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging bepleit. De officier van justitie en de verdediging hebben hierbij geen uitdrukkelijk onderbouwde standpunten ingenomen maar verwezen naar het door hen opgemaakte afdoeningsvoorstel. Oordeel van de rechtbank Afdoeningsvoorstel De rechtbank heeft het afdoeningsvoorstel beoordeeld aan de hand van de door de Hoge Raad gegeven aandachtspunten. Het afdoeningsvoorstel verhoudt zich tot deze aandachtspunten. Voor zover van belang merkt de rechtbank daarbij op dat: bij de totstandkoming van het afdoeningsvoorstel de verdachte rechtsbijstand heeft gehad; het afdoeningsvoorstel op de openbare zitting samengevat is voorgehouden; de verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en zich bewust van de rechtsgevolgen, heeft meegewerkt aan het afdoeningsvoorstel en het afstand doen van verdedigingsrechten en aldus - bij de totstandkoming van het afdoeningsvoorstel - is voldaan aan de eisen van een eerlijk proces. Redenen niet-ontvankelijkheid De officier van justitie zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging. Daarbij heeft de rechtbank oog voor en sluit zich aan bij de bij de overwegingen uit het afdoeningsvoorstel die hiervoor zijn aangehaald. 4 Beslissing De rechtbank: verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging. 5 Samenstelling rechtbank en ondertekening Dit vonnis is gewezen door: mr. J.H. Janssen, voorzitter, en mrs. C. Sikkel en W.J. de Veld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 14 april 2026. Hoge Raad 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252