Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-04-30
ECLI:NL:RBROT:2026:5125
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,181 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:5125 text/xml public 2026-05-19T14:07:00 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5124 Rechtbank Rotterdam 2026-04-30 12009577 CV EXPL 25-4991 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5125 text/html public 2026-05-19T14:06:03 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5125 Rechtbank Rotterdam , 30-04-2026 / 12009577 CV EXPL 25-4991 Huurachterstand met kosten toegewezen, maar vanwege omstandigheden geen ontbinding/ontruiming. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Dordrecht zaaknummer: 12009577 CV EXPL 25-4991 datum uitspraak: 30 april 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Stichting Woonbron, vestigingsplaats: Rotterdam, eiseres, gemachtigde: gerechtsdeurwaarder H.A.M. Over de Vest, tegen [bewindvoerder] B.V., in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van mevrouw [onder bewindgestelde] , wonende te [woonplaats] , vestigingsplaats: [vestigingsplaats] , gedaagde, gemachtigde: mr. S.G.H. Langeweg. De partijen worden hierna ‘Woonbron’ en ‘de bewindvoerder’ genoemd. Mevrouw [onder bewindgestelde] wordt hierna ‘ [onder bewindgestelde] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 4 december 2025, met bijlagen; het antwoord, met bijlagen; nadere producties van de bewindvoerder. 1.2. Op 2 april 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: mevrouw [naam] , werkzaam bij Woonbron, bijgestaan door de gemachtigde; [onder bewindgestelde] , mevrouw [naam bewindvoerder] (bewindvoerder) en de heer [sociaal werker] (sociaal werker vroegsignalering), bijgestaan door de gemachtigde van de bewindvoerder. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. [onder bewindgestelde] huurt vanaf 10 juli 2019 de woning aan de [adres] in [woonplaats] van Woonbron. De huur is nu € 661,71 per maand. Er is een huurachterstand ontstaan. Woonbron eist dat de bewindvoerder die huurachterstand betaalt en dat de kantonrechter de huurovereenkomst met [onder bewindgestelde] ontbindt. De bewindvoerder moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen, maar de huurovereenkomst wordt niet ontbonden. Hierna wordt uitgelegd waarom. De bewindvoerder moet een huurachterstand van € 3.272,69 betalen 2.2. De bewindvoerder wordt veroordeeld om € 3.272,69 aan Woonbron te betalen. De partijen zijn het er namelijk over eens dat dit de huurachterstand was op het moment van de zitting. De huur tot en met de maand april 2026 zit hier dus bij. De bewindvoerder moet incassokosten betalen 2.3. De incassokosten van € 547,25 (inclusief btw) worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). De bewindvoerder moet rente betalen 2.4. De rente wordt toegewezen, omdat Woonbron genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en de bewindvoerder dat niet heeft betwist. De huurovereenkomst wordt niet ontbonden 2.5. [onder bewindgestelde] (dan wel de bewindvoerder) was verplicht was om de huur op tijd te betalen, maar heeft dat niet gedaan (artikel 6:265 BW). De huurachterstand bedraagt bijna vijf maanden en daarmee is in beginsel sprake van een tekortkoming die ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is meestal zo bij een achterstand van meer dan drie maanden, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden. 2.6. De kantonrechter is van oordeel dat de tekortkoming van [onder bewindgestelde] in de gegeven omstandigheden de ontbinding van de huurovereenkomst niet rechtvaardigt. Daarbij heeft de kantonrechter er rekening mee gehouden dat [onder bewindgestelde] naar aanleiding van de vroegsignalering in actie is gekomen en financiële hulp heeft gezocht. Tijdens deze procedure zijn haar goederen onder bewind gesteld. De bewindvoerder geeft aan dat [onder bewindgestelde] haar medewerking verleent aan het bewind en dat zij inmiddels is aangemeld voor schuldhulpverlening. De lopende huur wordt betaald en de huurachterstand is tijdens deze procedure niet toegenomen. Daar komt nog bij dat de minderjarige zoon van [onder bewindgestelde] een ernstige chronische ziekte heeft. Hij heeft een zeer kwetsbare gezondheid waardoor hij (nog meer) gebaat is bij een stabiele woonsituatie. [onder bewindgestelde] ondervindt daar zelf ook veel stress van. Deze omstandigheden bij elkaar maken dat de kantonrechter de huurovereenkomst, ondanks de hoogte van de betaalachterstand, niet ontbindt en dat [onder bewindgestelde] in de woning mag blijven. Geen oneerlijke bepalingen 2.7. De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst. De bewindvoerder moet de proceskosten betalen 2.8. De proceskosten komen voor rekening van de bewindvoerder, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die de bewindvoerder aan Woonbron moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 576,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 288,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.379,45. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.9. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonbron dat eist en de bewindvoerder daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. veroordeelt de bewindvoerder om aan Woonbron te betalen € 3.819,94 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 3.272,69 vanaf 1 oktober 2025 tot de dag dat volledig is betaald; 3.2. veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten, die aan de kant van Woonbron worden begroot op € 1.379,45; 3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.4. wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. R.R. Roukema en in het openbaar uitgesproken. 43416 Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:5125 text/xml public 2026-05-19T14:07:00 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5124 Rechtbank Rotterdam 2026-04-30 12009577 CV EXPL 25-4991 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5125 text/html public 2026-05-19T14:06:03 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5125 Rechtbank Rotterdam , 30-04-2026 / 12009577 CV EXPL 25-4991 Huurachterstand met kosten toegewezen, maar vanwege omstandigheden geen ontbinding/ontruiming. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Dordrecht zaaknummer: 12009577 CV EXPL 25-4991 datum uitspraak: 30 april 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Stichting Woonbron, vestigingsplaats: Rotterdam, eiseres, gemachtigde: gerechtsdeurwaarder H.A.M. Over de Vest, tegen [bewindvoerder] B.V., in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van mevrouw [onder bewindgestelde] , wonende te [woonplaats] , vestigingsplaats: [vestigingsplaats] , gedaagde, gemachtigde: mr. S.G.H. Langeweg. De partijen worden hierna ‘Woonbron’ en ‘de bewindvoerder’ genoemd. Mevrouw [onder bewindgestelde] wordt hierna ‘ [onder bewindgestelde] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 4 december 2025, met bijlagen; het antwoord, met bijlagen; nadere producties van de bewindvoerder. 1.2. Op 2 april 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: mevrouw [naam] , werkzaam bij Woonbron, bijgestaan door de gemachtigde; [onder bewindgestelde] , mevrouw [naam bewindvoerder] (bewindvoerder) en de heer [sociaal werker] (sociaal werker vroegsignalering), bijgestaan door de gemachtigde van de bewindvoerder. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. [onder bewindgestelde] huurt vanaf 10 juli 2019 de woning aan de [adres] in [woonplaats] van Woonbron. De huur is nu € 661,71 per maand. Er is een huurachterstand ontstaan. Woonbron eist dat de bewindvoerder die huurachterstand betaalt en dat de kantonrechter de huurovereenkomst met [onder bewindgestelde] ontbindt. De bewindvoerder moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen, maar de huurovereenkomst wordt niet ontbonden. Hierna wordt uitgelegd waarom. De bewindvoerder moet een huurachterstand van € 3.272,69 betalen 2.2. De bewindvoerder wordt veroordeeld om € 3.272,69 aan Woonbron te betalen. De partijen zijn het er namelijk over eens dat dit de huurachterstand was op het moment van de zitting. De huur tot en met de maand april 2026 zit hier dus bij. De bewindvoerder moet incassokosten betalen 2.3. De incassokosten van € 547,25 (inclusief btw) worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). De bewindvoerder moet rente betalen 2.4. De rente wordt toegewezen, omdat Woonbron genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en de bewindvoerder dat niet heeft betwist. De huurovereenkomst wordt niet ontbonden 2.5. [onder bewindgestelde] (dan wel de bewindvoerder) was verplicht was om de huur op tijd te betalen, maar heeft dat niet gedaan (artikel 6:265 BW). De huurachterstand bedraagt bijna vijf maanden en daarmee is in beginsel sprake van een tekortkoming die ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is meestal zo bij een achterstand van meer dan drie maanden, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden. 2.6. De kantonrechter is van oordeel dat de tekortkoming van [onder bewindgestelde] in de gegeven omstandigheden de ontbinding van de huurovereenkomst niet rechtvaardigt. Daarbij heeft de kantonrechter er rekening mee gehouden dat [onder bewindgestelde] naar aanleiding van de vroegsignalering in actie is gekomen en financiële hulp heeft gezocht. Tijdens deze procedure zijn haar goederen onder bewind gesteld. De bewindvoerder geeft aan dat [onder bewindgestelde] haar medewerking verleent aan het bewind en dat zij inmiddels is aangemeld voor schuldhulpverlening. De lopende huur wordt betaald en de huurachterstand is tijdens deze procedure niet toegenomen. Daar komt nog bij dat de minderjarige zoon van [onder bewindgestelde] een ernstige chronische ziekte heeft. Hij heeft een zeer kwetsbare gezondheid waardoor hij (nog meer) gebaat is bij een stabiele woonsituatie. [onder bewindgestelde] ondervindt daar zelf ook veel stress van. Deze omstandigheden bij elkaar maken dat de kantonrechter de huurovereenkomst, ondanks de hoogte van de betaalachterstand, niet ontbindt en dat [onder bewindgestelde] in de woning mag blijven. Geen oneerlijke bepalingen 2.7. De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst. De bewindvoerder moet de proceskosten betalen 2.8. De proceskosten komen voor rekening van de bewindvoerder, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die de bewindvoerder aan Woonbron moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 576,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 288,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.379,45. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.9. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonbron dat eist en de bewindvoerder daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. veroordeelt de bewindvoerder om aan Woonbron te betalen € 3.819,94 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 3.272,69 vanaf 1 oktober 2025 tot de dag dat volledig is betaald; 3.2. veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten, die aan de kant van Woonbron worden begroot op € 1.379,45; 3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.4. wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. R.R. Roukema en in het openbaar uitgesproken. 43416 Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810