Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-04-24
ECLI:NL:RBROT:2026:5123
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
3,211 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:5123 text/xml public 2026-05-19T16:51:41 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-24 12114952 VV EXPL 26-20 Uitspraak Kort geding NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5123 text/html public 2026-05-19T16:51:13 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5123 Rechtbank Rotterdam , 24-04-2026 / 12114952 VV EXPL 26-20 Kort geding. Huur. Ontruiming woning vanwege overlast. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Dordrecht zaaknummer: 12114952 VV EXPL 26-20 datum uitspraak: 24 april 2026 Vonnis in kort geding van de kantonrechter in de zaak van Stichting Lek en Waard Wonen, vestigingsplaats: Nieuw-Lekkerland, eiseres, gemachtigde: mr. Y.F. Rijswijk, tegen [gedaagde] , woonplaats: [woonplaats] , gedaagde, gemachtigde: mr. M.W. Huijzer. De partijen worden hierna ‘Lek en Waard Wonen’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 27 maart 2026, met bijlagen; nadere producties van Lek en Waard Wonen; de zittingsaantekeningen van de gemachtigde van [gedaagde] . 1.2. Op 10 april 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: de heer [medewerker sociaal beheer] (medewerker sociaal beheer), mevrouw [verhuurconsulent] (verhuurconsulente) en mr. Rijswijk; [gedaagde] en mr. Huijzer. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. [gedaagde] huurt van Lek en Waard Wonen de woning aan de [adres] in [woonplaats] . Lek en Waard Wonen eist dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt, omdat zij vindt dat [gedaagde] ernstige overlast veroorzaakt, waaronder geluidsoverlast in de nacht. [gedaagde] is het niet eens met de eis. Hij betwist geluidsoverlast te veroorzaken. Het gaat enkel om normale leefgeluiden en de woningen in de straat zijn erg gehorig. Bovendien zijn de meldingen volgens [gedaagde] afkomstig van slechts één omwonende, namelijk een buurvrouw met jonge kinderen waar hij zelf ook geluidsoverlast van ervaart. 2.2. De eis wordt toegewezen. Hierna wordt toegelicht waarom. Spoedeisendheid 2.3. Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stelling van Lek en Waard Wonen dat de situatie voor omwonenden onhoudbaar is geworden volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen 2.4. Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. Lek en Waard Wonen heeft haar stelling dat [gedaagde] ernstige overlast veroorzaakt voldoende aannemelijk gemaakt. Uit het overlastdossier, met daarin ook de bestuurlijke rapportage van de politie, volgt dat onder meer sprake is van ernstige geluidsoverlast en het toebrengen van schade aan de woning van de buren. Zo is hij sinds augustus 2025 al drie keer door de politie geverbaliseerd vanwege geluidsoverlast en is sprake van stucwerk dat van de muren komt in de naastgelegen woning door het gebonk van [gedaagde] tegen de muur. Het gaat dus niet alleen maar om meldingen van de buurvrouw, maar ook om feitelijke constateringen door de heer [medewerker sociaal beheer] van Lek en Waard Wonen, de politie en andere omwonenden. Zowel Lek en Waard Wonen als de wijkagent hebben meermaals contact met [gedaagde] gezocht en aangebeld bij de woning als hij thuis was, maar hij reageert nergens op. Op kaartjes en brieven met uitnodigingen voor een gesprek, die bij hem in de brievenbus zijn gedaan, is hij ook niet ingegaan. De burgemeester heeft, gezien deze overlast, aan Lek en Waard Wonen gevraagd om juridische stappen te ondernemen. Inmiddels is de situatie voor omwonenden en met name de jonge kinderen van de buurvrouw, onhoudbaar geworden. Zij volgen traumatherapie vanwege de situatie en verblijven noodgedwongen elders. Na een incident waarbij [gedaagde] een hakbijl uit de schuur heeft gehaald wordt gevreesd dat de situatie verder escaleert. Het is daarom gerechtvaardigd om in deze procedure vooruit te lopen op de ontbinding en [gedaagde] te veroordelen het gehuurde te ontruimen. Dat [gedaagde] al 34 jaar in de woning woont maakt dit niet anders. Dit is inderdaad een hele lange tijd, maar dit maakt de situatie van de afgelopen maanden niet minder ernstig. 2.5. [gedaagde] heeft gevraagd om een langere ontruimingstermijn voor het geval de eis wordt toegewezen. Ter zitting is echter door de verhuurder aangegeven dat zorginstanties op de hoogte zijn van de situatie en hebben toegezegd klaar te staan om [gedaagde] op te vangen als hij de woning moet verlaten. Gelet op deze toezegging én de spoedeisendheid van de zaak wordt geen langere ontruimingstermijn gegeven en wordt deze termijn bepaald op 14 dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.6. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Lek en Waard Wonen moet betalen op € 152,02 aan dagvaardingskosten, € 139,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.012,02. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.7. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Lek en Waard Wonen dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning aan de [adres] in [woonplaats] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Lek en Waard Wonen te stellen; 3.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Lek en Waard Wonen worden begroot op € 1.012,02 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald; 3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken. 43416
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:5123 text/xml public 2026-05-19T16:51:41 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-24 12114952 VV EXPL 26-20 Uitspraak Kort geding NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5123 text/html public 2026-05-19T16:51:13 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:5123 Rechtbank Rotterdam , 24-04-2026 / 12114952 VV EXPL 26-20 Kort geding. Huur. Ontruiming woning vanwege overlast. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Dordrecht zaaknummer: 12114952 VV EXPL 26-20 datum uitspraak: 24 april 2026 Vonnis in kort geding van de kantonrechter in de zaak van Stichting Lek en Waard Wonen, vestigingsplaats: Nieuw-Lekkerland, eiseres, gemachtigde: mr. Y.F. Rijswijk, tegen [gedaagde] , woonplaats: [woonplaats] , gedaagde, gemachtigde: mr. M.W. Huijzer. De partijen worden hierna ‘Lek en Waard Wonen’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 27 maart 2026, met bijlagen; nadere producties van Lek en Waard Wonen; de zittingsaantekeningen van de gemachtigde van [gedaagde] . 1.2. Op 10 april 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: de heer [medewerker sociaal beheer] (medewerker sociaal beheer), mevrouw [verhuurconsulent] (verhuurconsulente) en mr. Rijswijk; [gedaagde] en mr. Huijzer. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. [gedaagde] huurt van Lek en Waard Wonen de woning aan de [adres] in [woonplaats] . Lek en Waard Wonen eist dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt, omdat zij vindt dat [gedaagde] ernstige overlast veroorzaakt, waaronder geluidsoverlast in de nacht. [gedaagde] is het niet eens met de eis. Hij betwist geluidsoverlast te veroorzaken. Het gaat enkel om normale leefgeluiden en de woningen in de straat zijn erg gehorig. Bovendien zijn de meldingen volgens [gedaagde] afkomstig van slechts één omwonende, namelijk een buurvrouw met jonge kinderen waar hij zelf ook geluidsoverlast van ervaart. 2.2. De eis wordt toegewezen. Hierna wordt toegelicht waarom. Spoedeisendheid 2.3. Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stelling van Lek en Waard Wonen dat de situatie voor omwonenden onhoudbaar is geworden volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen 2.4. Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. Lek en Waard Wonen heeft haar stelling dat [gedaagde] ernstige overlast veroorzaakt voldoende aannemelijk gemaakt. Uit het overlastdossier, met daarin ook de bestuurlijke rapportage van de politie, volgt dat onder meer sprake is van ernstige geluidsoverlast en het toebrengen van schade aan de woning van de buren. Zo is hij sinds augustus 2025 al drie keer door de politie geverbaliseerd vanwege geluidsoverlast en is sprake van stucwerk dat van de muren komt in de naastgelegen woning door het gebonk van [gedaagde] tegen de muur. Het gaat dus niet alleen maar om meldingen van de buurvrouw, maar ook om feitelijke constateringen door de heer [medewerker sociaal beheer] van Lek en Waard Wonen, de politie en andere omwonenden. Zowel Lek en Waard Wonen als de wijkagent hebben meermaals contact met [gedaagde] gezocht en aangebeld bij de woning als hij thuis was, maar hij reageert nergens op. Op kaartjes en brieven met uitnodigingen voor een gesprek, die bij hem in de brievenbus zijn gedaan, is hij ook niet ingegaan. De burgemeester heeft, gezien deze overlast, aan Lek en Waard Wonen gevraagd om juridische stappen te ondernemen. Inmiddels is de situatie voor omwonenden en met name de jonge kinderen van de buurvrouw, onhoudbaar geworden. Zij volgen traumatherapie vanwege de situatie en verblijven noodgedwongen elders. Na een incident waarbij [gedaagde] een hakbijl uit de schuur heeft gehaald wordt gevreesd dat de situatie verder escaleert. Het is daarom gerechtvaardigd om in deze procedure vooruit te lopen op de ontbinding en [gedaagde] te veroordelen het gehuurde te ontruimen. Dat [gedaagde] al 34 jaar in de woning woont maakt dit niet anders. Dit is inderdaad een hele lange tijd, maar dit maakt de situatie van de afgelopen maanden niet minder ernstig. 2.5. [gedaagde] heeft gevraagd om een langere ontruimingstermijn voor het geval de eis wordt toegewezen. Ter zitting is echter door de verhuurder aangegeven dat zorginstanties op de hoogte zijn van de situatie en hebben toegezegd klaar te staan om [gedaagde] op te vangen als hij de woning moet verlaten. Gelet op deze toezegging én de spoedeisendheid van de zaak wordt geen langere ontruimingstermijn gegeven en wordt deze termijn bepaald op 14 dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.6. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Lek en Waard Wonen moet betalen op € 152,02 aan dagvaardingskosten, € 139,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.012,02. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.7. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Lek en Waard Wonen dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning aan de [adres] in [woonplaats] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Lek en Waard Wonen te stellen; 3.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Lek en Waard Wonen worden begroot op € 1.012,02 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald; 3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken. 43416