Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-04-17
ECLI:NL:RBROT:2026:4819
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,518 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4819 text/xml public 2026-05-12T14:07:17 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-17 11459572 CV EXPL 24-32372 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4819 text/html public 2026-05-12T14:06:28 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4819 Rechtbank Rotterdam , 17-04-2026 / 11459572 CV EXPL 24-32372 Bewijsopdracht, keuze voor soort bewijs is aan eisers, rolbeslissing RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 11459572 CV EXPL 24-32372 datum uitspraak: 17 april 2026 Rolbeslissing van de kantonrechter in de zaak van 1. [eiser 1] , woonplaats: [woonplaats 1] , 2. [eiser 2] , woonplaats: [woonplaats 2] , eisers, die zelf procederen, tegen [gedaagde] , woonplaats: [woonplaats 3] , gedaagde, gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel. De partijen worden hierna ‘ [eisers] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. In het vonnis van 6 maart 2026 is aan [eisers] het bewijs opgedragen van hun stelling dat [gedaagde] , dan wel iemand anders die daartoe door [gedaagde] in de gelegenheid is gesteld, voorafgaand aan het ontstaan van de lekkage zodanige handelingen heeft verricht, dat daardoor de schuifsok van de afvoerleiding in de keuken is verschoven en/of losgekomen. [eisers] hebben een akte ingediend, waarbij zij schriftelijk bewijs in het geding hebben gebracht. Daarnaast hebben [eisers] in die akte aan de kantonrechter gevraagd om, voor het geval de kantonrechter het schriftelijke bewijs onvoldoende vindt, over te gaan tot het oproepen van een aantal getuigen. De kantonrechter stelt voorop dat het bewijs aan [eisers] is opgedragen en dat het daarom ook aan hen is om te beslissen hoe zij dat bewijs willen leveren. [eisers] moeten dan ook zelf bepalen of zij, naast het schriftelijke bewijs, op dit moment ook getuigen willen laten horen. Het is dus uitdrukkelijk niet de bedoeling dat [eisers] die keuze overlaten aan de kantonrechter en zij kunnen die keuze ook niet uitstellen totdat beoordeeld is of het schriftelijke bewijs voldoende is. Gelet op het bovenstaande wordt van [eisers] verwacht dat zij alsnog duidelijk aangeven hoe zij het opgedragen bewijs willen leveren. De kantonrechter verwijst de zaak daarom naar de rolzitting van donderdag 7 mei 2026 om 11.30 uur , zodat [eisers] schriftelijk kunnen laten weten of zij, naast het schriftelijke bewijs, ook getuigen willen laten horen. Als [eisers] dat inderdaad willen, moeten zij uiterlijk een dag voor de rolzitting, die hiervoor is genoemd, het aantal en de personalia van de getuigen opgeven en de verhinderdata van de getuigen en beide partijen voor de maanden juli, augustus, september en oktober 2026; De kantonrechter wijst er ten slotte nog op dat, als [eisers] getuigen willen laten horen, zij na het bepalen van een datum en plaats voor het getuigenverhoor zelf de getuigen moeten oproepen. Deze beslissing is gegeven door kantonrechter mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken. 44487
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4819 text/xml public 2026-05-12T14:07:17 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-17 11459572 CV EXPL 24-32372 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4819 text/html public 2026-05-12T14:06:28 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4819 Rechtbank Rotterdam , 17-04-2026 / 11459572 CV EXPL 24-32372 Bewijsopdracht, keuze voor soort bewijs is aan eisers, rolbeslissing RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 11459572 CV EXPL 24-32372 datum uitspraak: 17 april 2026 Rolbeslissing van de kantonrechter in de zaak van 1. [eiser 1] , woonplaats: [woonplaats 1] , 2. [eiser 2] , woonplaats: [woonplaats 2] , eisers, die zelf procederen, tegen [gedaagde] , woonplaats: [woonplaats 3] , gedaagde, gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel. De partijen worden hierna ‘ [eisers] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. In het vonnis van 6 maart 2026 is aan [eisers] het bewijs opgedragen van hun stelling dat [gedaagde] , dan wel iemand anders die daartoe door [gedaagde] in de gelegenheid is gesteld, voorafgaand aan het ontstaan van de lekkage zodanige handelingen heeft verricht, dat daardoor de schuifsok van de afvoerleiding in de keuken is verschoven en/of losgekomen. [eisers] hebben een akte ingediend, waarbij zij schriftelijk bewijs in het geding hebben gebracht. Daarnaast hebben [eisers] in die akte aan de kantonrechter gevraagd om, voor het geval de kantonrechter het schriftelijke bewijs onvoldoende vindt, over te gaan tot het oproepen van een aantal getuigen. De kantonrechter stelt voorop dat het bewijs aan [eisers] is opgedragen en dat het daarom ook aan hen is om te beslissen hoe zij dat bewijs willen leveren. [eisers] moeten dan ook zelf bepalen of zij, naast het schriftelijke bewijs, op dit moment ook getuigen willen laten horen. Het is dus uitdrukkelijk niet de bedoeling dat [eisers] die keuze overlaten aan de kantonrechter en zij kunnen die keuze ook niet uitstellen totdat beoordeeld is of het schriftelijke bewijs voldoende is. Gelet op het bovenstaande wordt van [eisers] verwacht dat zij alsnog duidelijk aangeven hoe zij het opgedragen bewijs willen leveren. De kantonrechter verwijst de zaak daarom naar de rolzitting van donderdag 7 mei 2026 om 11.30 uur , zodat [eisers] schriftelijk kunnen laten weten of zij, naast het schriftelijke bewijs, ook getuigen willen laten horen. Als [eisers] dat inderdaad willen, moeten zij uiterlijk een dag voor de rolzitting, die hiervoor is genoemd, het aantal en de personalia van de getuigen opgeven en de verhinderdata van de getuigen en beide partijen voor de maanden juli, augustus, september en oktober 2026; De kantonrechter wijst er ten slotte nog op dat, als [eisers] getuigen willen laten horen, zij na het bepalen van een datum en plaats voor het getuigenverhoor zelf de getuigen moeten oproepen. Deze beslissing is gegeven door kantonrechter mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken. 44487